weder over den rand van het schuitje en klemde vrouw en kind aan zijn
borst.
De drie Engelschen wendden zich zwijgend en bescheiden af en Henderson
verklaarde later, dat hij onmogelijk zijn tranen had kunnen bedwingen
bij het zien van het uitgeteerde, bleeke gelaat van de vrouw, waarop
tijdens het wederzien een uitdrukking van zoo bovenaardsche vreugde
lag.
Maar Raffles maande tot spoed aan en eenige oogenblikken later steeg de
vliegmachine trots de lucht in, de vrijheid tegemoet, naar Engeland.
En terwijl Henderson aan de stuurinrichting zat en graaf Stijkof en
zijn zoo wonderbaarlijk teruggevonden vrouw elkander niet genoeg in de
oogen konden staren, alles om zich heen vergetend, vertelde Raffles in
het kort, hoe de ontvluchting zich had toegedragen.
Een inwoner had hem, toen hij hem barsch aansprak, bevend en sidderend
het huis gewezen, waar gravin Stijkof en haar kind gevangen werden
gehouden, Raffles had daar toegang geëischt, zoodra de dag begon te
gloren en alles zou heel goed zijn gegaan, als niet een van de soldaten
Henderson in het Russisch had aangesproken, die hem had geantwoord met
een kernachtige Londensche vloek en een vuistslag, die hem bewusteloos
in een hoek zond.
Gelukkig bevond er zich juist een slede voor het huis, Henderson wist
ruim baan te maken en het viertal kon vluchten, maar niet dan nadat er
alarm was gemaakt en eenige soldaten in een tweede slede hen gingen
achtervolgen.
Zeven uur nadat de vliegmachine bij Soswinskoje was opgestegen, daalde
zij weder op het vliegveld bij Londen en daar nam Raffles afscheid van
zijn beschermelingen na den graaf een dikke portefeuille in de handen
te hebben gedrukt met de zonderlinge woorden:
„De helft van wat ik bij den man vond, die uw plaats had willen
innemen. Het komt u eerlijk toe....”