allerlei bijzonderheden, in hun familie vroeger voorgevallen en terwijl
zij daarover kouten, luisteren wij nog even aan de keukendeur der zoo
gezellig saam levende dienstboden in Dora's thuis.
»Weet je al Greta, dat de Koningin, 'k denk puur om jou te plezieren, de
armen zoo goed bedacht heeft?«
»Och, kom Anton, plaag me niet.«
»'t Is de zuivere waarheid, maar de Koningin doet het altijd bij Haar
vertrek, weet je.«
Allen hadden schik, dat Anton Greta in het zonnetje zette; maar in de
eetkamer zat de kleine meid, anders de vroolijkheid in eigen persoon,
bedrukt te kijken.
»Dora, kindje, wat scheelt er aan?« vroeg haar Papa; »je eet niet en je
kijkt telkens naar de ramen, waar denk je zoo bedrukt over, kleintje?«
»Neen Papa, mij scheelt niets, maar.... maar.... De Koningin is weg, de
Prins is weg, Koningin Emma ging van daag weg en het duurt een heel,
heel jaar voor ik ons lief Prinsesje, de snoeperige Juliaantje weer zien
kan.«
De waterlanders stonden op het punt van te komen, en Mijnheer keek
Mevrouw vragend aan.
»Ze is zeker wat moe van al het genieten, niet waar, Mademoiselle?«
»Ja, Mevrouw, ze zal enkele avonden vroeger naar bed moeten gaan, dat
helpt het beste.«
»Ik wil wel om 6 uur naar bed, als alles maar wat langer duurde. Kijk
daar breken ze aan den overkant de versieringen al weg; en morgen kan
niemand meer iets zien van al het moois, dat hier in Amsterdam was voor
ons lief Prinsesje.«
»Nu,« zei Jet, »vertel jij dan aan je poppekinderen, dat Papa en Mama,
evenals meer dames en heeren besloten hebben, die bloembakken voor de
ramen te laten blijven en ze telkens weer te laten vullen, dan zal het
je zeker helpen om zonder tranen nog dikwijls aan het versierde en
jubelende Amsterdam te denken en als Prinses Juliana het volgende jaar
weer hier komt, wie weet hoe dikwijls jij Haar dan zien zult!«
[Decoratieve illustratie]
[Illustratie: Langs Rechte Vaart]
[Illustratie: 30 APRIL 1909]
+----------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst |
| aangebracht: |
| |
| Bron (B:) -- Correctie (C:) |
| |
| B: Jan en Louis zulke kleintjes, |
| C: Jan en Louis, zulke kleintjes, |
| B: niet meer.--»Die kleine Koningin |
| C: niet meer.--Die kleine Koningin |
| B: dit Heleentje is. Ik vroeg aan |
| C: dit Heleentje is.« Ik vroeg aan |
| B: zoo'n dikkerdje als Tantes |
| C: zoo'n dikkertje als Tantes |
| B: instellingen.«--»We zullen er, |
| C: instellingen.«--We zullen er, |
| B: een lakei.«--»Zoekt zelf maar |
| C: een lakei.«--Zoekt zelf maar |
| B: nette taal _doodgaan_?« vroeg Gustaaf, |
| C: nette taal _doodgaan_?«« vroeg Gustaaf, |
| B: mag je morgen gaan zien. |
| C: mag je morgen gaan zien.« |
| B: van Willem V. |
| C: van Willem V.« |
| B: riep Coosje, dat is net als |
| C: riep Coosje, »dat is net als |
| B: lachte het dochterkijn, en de Vrouwe, |
| C: lachte het dochterkijn, |
| en de Vrouwe, |
| B: (zei ze) dat gij hem bewaar! |
| C: (zei ze) »dat gij hem bewaar! |
| B: heeft er gevangen ons hart!-- |
| C: heeft er gevangen ons hart!--« |
| B: lang voor heel ons land!« |
| C: lang voor heel ons land!«« |
| B: te telagrafeeren, dat zij |
| C: te telegrafeeren, dat zij |
| B: voor jou, natuurtlijk uit Friesland; |
| C: voor jou, natuurlijk uit Friesland; |
| B: riepen de drie zoons.« |
| C: riepen de drie zoons. |
| B: brief meester te maken.« |
| C: brief meester te maken. |
| B: particuliere secretaris geschreven. |
| C: particuliere secretaris geschreven.« |
| B: keel!« »Niet waar,« |
| C: keel!« Niet waar,« |
| B: er nog niets van.--Een ander zat |
| C: er nog niets van.«--Een ander zat |
| B: burgerjuffrouw, ik ben de tante |
| C: burgerjuffrouw, »ik ben de tante |
| B: het geschenk aanam, bezichtigde en |
| C: het geschenk aannam, bezichtigde en |
| B: voor het paleis: 't kan duren |
| C: voor het paleis: »'t kan duren |
| B: #hier# iets _zekers_ wist. |
| C: #hier# iets _zekers_ wist.« |
| B: trein naar je geboortgrond.« |
| C: trein naar je geboortegrond.« |
| B: kwartier over zevenen!« |
| C: kwartier over zevenen! |
| B: weer hoorde ik »In gesprek.« |
| C: weer hoorde ik »In gesprek.«« |
| B: pas was. Ida opende haar |
| C: pas was.« Ida opende haar |
| B: wesen, net as gistere.«-- |
| C: wesen, net as gistere.«--« |
| B: »Best Jan!--En daar hoorden ze |
| C: »Best Jan!«--En daar hoorden ze |
| B: toen riep ze. Kom jonges, de boom |
| C: toen riep ze. »Kom jonges, de boom |
| B: »Vader, vroeg Maria daarop, nu nog |
| C: »Vader,« vroeg Maria daarop, »nu nog |
| B: mijnheer; Prins Hendrik heeft |
| C: mijnheer; »Prins Hendrik heeft |
| B: vertrokken. |
| C: vertrokken.« |
| B: te spelen?« Niet zoo vervelend |
| C: te spelen?« »Niet zoo vervelend |
| B: die glimlachend verder gaat. |
| C: die glimlachend verder gaat.«« |
| B: zien er keurig fijn uit.« |
| C: zien er keurig fijn uit.«« |
| B: bij bepaald, det het Lazarushuis |
| C: bij bepaald, dat het Lazarushuis |
| B: eenigen Willem I. Zonder Juliana van |
| C: eenigen Willem I. »Zonder Juliana van |
| B: langdurige vredesonderhandilingen den |
| C: langdurige vredesonderhandelingen den |
| B: kon Haar rammelaar!«--»Hè! zoo |
| C: kon Haar rammelaar!«--»Hè! zoo |
| B: 23 Mei, »slag bij Heiligerlee,« |
| C: 23 Mei, slag bij Heiligerlee,« |
| B: fraai, roept Lize telkens uit.« |
| C: fraai,« roept Lize telkens uit. |
| B: tranquillus in undis, schrijf |
| C: tranquillus in undis«, schrijf |
| B: sauvé; tranquilles is tranquille; |
| C: sauvé; tranquillus is tranquille; |
| B: kabels opgehangen; jammer dat die |
| C: kabels opgehangen; »jammer dat die |
| B: 't raar staan. |
| C: 't raar staan.« |
| B: De Prins stoomde na de begrafenis |
| C: »De Prins stoomde na de begrafenis |
| B: dankt nu allen God.« |
| C: dankt nu allen God.«« |
| B: doorluchtige ooren, ter eere ven het |
| C: doorluchtige ooren, ter eere van het |
| B: koperen spreekbuis. ('t Was |
| C: koperen spreekbuis.« ('t Was |
| B: de grooteren, en de datum |
| C: de grooteren, »en de datum |
| B: zoo goed had gehouden.« |
| C: zoo goed had gehouden. |
| B: schouwspel zeer belangwekkend. |
| C: schouwspel zeer belangwekkend.« |
| B: Ripperda, een Ruichaver; een Cabeliau, |
| C: Ripperda, een Ruichaver, een Cabeliau, |
| B: stonden of zaten ze. |
| C: stonden of zaten ze.« |
| B: kijk me die klok eens! |
| C: kijk me die klok eens!« |
| B: Ik gevoel mij gedrongen bij |
| C: »Ik gevoel mij gedrongen bij |
| B: ook niet, Vader? vroeg Ferdinand |
| C: ook niet, Vader?« vroeg Ferdinand |
| B: Zijne schoonheid zien zullen. |
| C: Zijne schoonheid zien zullen.« |
| |
+----------------------------------------------+