N.B.: Heb je mij nog lief?”
„Jawel!” riep de notaris uil, „ik houd ook al van haar! Vervloekt, heer
chef van politie, dit is de meest duivelachtige, de meest geslepen
misdaad, waarvan ik ooit heb gehoord!”
Monsieur Lebaudy keek den notaris vol verbazing aan.
„Mag ik vragen, hoe deze zaak in elkaar zit? Tot nu toe heb ik nog niet
het geringste vermoeden van een misdaad.”
„Daar ligt het, daar!” antwoordde de notaris, met zijn rechterhand naar
het blauwe couvert wijzende.
De chef van politie keek naar het couvert, dat er zoo onschuldig uitzag
en sprak op twijfelenden toon:
„Bedoelt gij die blauwe enveloppe?”
„Ja! Die verbergt den dood voor u, voor mij en voor iedereen, die,
zonder het geheim te kennen, het couvert zou gebruiken.”
„Dat blauwe couvert?” vroeg monsieur Lebaudy nogmaals.
„Dat draagt den dood met zich mee!” sprak nu ook Mr. Veith.
De politiebeambte stond op en bekeek het voorwerp van alle kanten.
„Niet waar?” vroeg de notaris, „men ziet niet aan het ding, wat het
werkelijk is—maar ik zal het u verklaren:
„Gij weet, dat de afzendster van den brief verzocht, het couvert voor
het antwoord te gebruiken. Om dit te doen, zou Mr. Veith de gegomde
klep moeten sluiten, nietwaar?”
„Ongetwijfeld,” antwoordde de chef van politie.
„Welnu, om dit te doen, moet men den gegomden rand bevochtigen.”
„Zeer zeker!”
„Wee u, wanneer gij of een ander den gomrand met de lippen aanraakt,
gij zoudt binnen eenige seconden een lijk zijn.”
Een zacht „mille tonnerres!” weerklonk van de lippen van den chef van
politie.
„Ik heb,” sprak Mr. Veith, „om u een bewijs te leveren van dezen
misdadigen toeleg, een paar witte muizen gekocht. Ik zal nu met een
klein schaartje stukjes van den gegomden rand afsnijden en deze aan de
diertjes te vreten geven. Gij zult de uitwerking dadelijk zien.”
Hij nam een schaar, sneed smalle papierstrookjes af en wierp deze in de
kooi.
Met groote opmerkzaamheid stonden de drie heeren om de kooi om te zien
wat er gebeurde.
Het diertje had het stukje papier opgeknabbeld en begon aan een tweede.
Een paar seconden speelde het nog hiermede; plotseling wierp het zich
op den rug, rillingen voeren door het kleine lichaam, het stiet een
angstig piepend geluid uit en een seconde later was het dood.
De mannen durfden nauwelijks ademhalen.
Met strakke oogen keken zij naar het onschuldige, kleine slachtoffer.
Daarop riep de Afrikaner:
„Blauwzuur, monsieur Lebaudy!”
De chef van politie nam een zakdoek en waaide zich koelte toe. Het
gebeurde had hem zeer aangegrepen.
De onmenschelijke wreedheid, de gemeenheid en list, waarmee deze
misdaad was uitgedacht en voorbereid, waren zelfs voor hem ongekend.
„Ik hoop,” sprak notaris Barrison, „dat ik u volkomen overtuigd heb.
„De misdaad moest gepleegd worden op een persoon, die zich hier in de
Fransche hoofdstad bevindt. Gij zijt derhalve als chef der
veiligheidspolitie de aangewezen persoon, om de vervolging dezer zaak
op u te nemen.”
„Natuurlijk,” antwoordde de chef van politie, „sta mij toe, dat ik dit
couvert dadelijk door onzen scheikundige laat onderzoeken.
„Van den uitslag van dit onderzoek hangt het verdere verloop der zaak
af.”
Lebaudy borg het corpus delicti zorgvuldig in zijn portefeuille.
Daarop nam hij ook den brief, dien mr. Veith had ontvangen, tot zich.
Den volgenden morgen reeds zou hij den uitslag meedeelen.
Het onderzoek, dat de scheikundige der politie nog dien nacht deed, had
het verwachte resultaat.
De kleefstof van het couvert bestond uit een gomoplossing, welke sterk
vermengd was met blauwzuur.
Reeds met de eerstvertrekkende stoomboot reisden mr. Veith, notaris
Barrison en monsieur Lebaudy naar Londen.
De Fransche politieambtenaar moest, om miss Evelin Bonn gevangen te
kunnen nemen, zich in het bezit stellen van een bevel tot
inhechtenisneming, afkomstig van de Londensche politie, en zoo waren
ook Londensche detectives noodig om de giftmengster in verzekerde
bewaring te stellen.
Zoodra zij in de Theemsstad waren aangekomen, begaf notaris Barrison
zich met monsieur Lebaudy naar Scotland Yard, om Baxter met het
voorgevallene in kennis te stellen en de noodige formaliteiten in orde
te brengen.
Mr. Veith daarentegen had voor korten tijd afscheid van zijn beide
reisgezellen genomen en als plaats van ontmoeting het bureau van den
notaris opgegeven.
Mr. Barrison wist echter, dat zij hem terug zouden zien.
Nog eenmaal drukte hij hem de hand en bedankte hem hartelijk voor de
hulp, die hij in deze zaak had geboden.