Den volgenden morgen bracht een bediende aan Miss Bonn een prachtig
bouquet orchideeën, uit de kostbaarste bloemen bestaande, benevens een
ochtendgroet van Mr. Veith. Aan den ruiker was met gouddraad een klein
etui bevestigd, waarin zich een schitterende diamanten ring bevond.
De bediende wachtte op antwoord en zei tot het kamermeisje, dat Mr.
Veith liet vragen, wanneer hij lijn opwachting mocht komen maken.
Miss Evelin las den brief, die erbij was bezorgd, en sprak:
„Noodig Mr. Veith uit, om tegen twaalf uur te komen lunchen.”
Met een stralend gezicht ontving zij den Afrikaan.
Zij was zoo beminnelijk mogelijk tegen hem.
„Volgens den wensch van uw vader,” vertelde de huwelijkscandidaat, „zal
ik hedenmiddag om drie uur, vergezeld door uw vader, mijn notaris
opzoeken en daar het document opstellen, dat uw vader vóór onze
verloving van mij verlangt.”
Zij sloeg haar arm om zijn hals en kuste hem.
Zij zag niet, hoe Mr. Veith, toen hij het boudoir verliet, om zich
vandaar naar den ouden heer Bonn te begeven, een zakdoek te voorschijn
haalde en zijn mond met zooveel kracht afveegde, alsof hij zooeven iets
walgelijks met zijn lippen had aangeraakt.
Waren het de kussen der bekoorlijke Miss Evelin geweest?
Met den ouden man had hij een kort onderhoud.
Zij spraken af, dat zij elkaar om drie uur bij notaris Byer zouden
ontmoeten.
Op dezelfde manier als de vorige keeren speelde zich hier de scène af.
Toen Mr. Veith en Bonn voor het huis van den notaris afscheid van
elkaar namen, sprak Mr. Veith:
„Ik rijd van hier dadelijk naar het station en moet, zooals ik reeds
aan Miss Evelin vertelde, voor veertien dagen naar Parijs.
„Zeer dringende zaken beletten mij, reeds nu van mijn geluk te
genieten.
„Ik wil mijzelf het verdriet van het afscheid besparen en verzoek u
daarom, Miss Evelin mijn afscheidsgroeten over te brengen en haar te
zeggen, dat ik haar uit Parijs dadelijk zal schrijven. Ik hoop, dat zij
mij trouw zal antwoorden.”
De vader verzekerde hem nogmaals, dat zijn dochter, ontroostbaar was
over de scheiding, al was deze ook slechts van korten duur, maar zaken
gingen voor alles en daarom moest zij zich erin schikken.
Hierop namen beiden afscheid van elkaar.
Mr. Veith deed alsof hij eenige oogenblikken naar den wegrijdenden Mr.
Bonn keek, daarop keerde hij zich snel om en liep terug naar het zoo
juist verlaten huis.
In een particulier vertrek van den notaris wachtte hij op notaris
Barrison.
„Wij hebben weinig tijd te verliezen,” zei Mr. Veith tot hem, „om vijf
uur vertrekt onze trein naar Parijs. Haast u dus, onze aangelegenheden
in orde te brengen.
„Ik geloof, dat ik alles zoo heb voorbereid, dat wij binnen een paar
dagen reeds succes hebben”.
Samen verlieten zij het huis en begaven zich naar de woning van den
notaris, die in allerijl zijn beambten en zijn familie mededeelde, dat
hij voor eenige dagen op reis ging.
Den volgenden dag bevonden zij zich te Parijs.
Mr. Veith stapte met notaris Barrison in het Grand Hotel af.
Reeds eenige minuten na hun aankomst zat de zoogenaamde mr. Veith aan
zijn schrijftafel en schreef een brief aan miss Evelin Bonn, zooals
slechts een vurig minnaar dien in elkaar zet.
In tegenwoordigheid van den advocaat bezorgde de millionnair het
schrijven ter post en nu moesten zij wachten op de dingen die komen
zouden.
Twee dagen nadat mr. Veith zijn brief had verzonden, kocht hij
verschillende witte muizen en bracht die sierlijke diertjes in een
kooitje mee naar het Grand Hotel.
Hierop begaf hij zich met zijn begeleider naar den chef van de
Parijsche geheime politie, monsieur Lebaudy.
Nadat beide heeren zich hadden voorgesteld, sprak Mr. Veith:
„Wij zijn naar Parijs gekomen om hier een duivelsche misdaad te
ontmaskeren. Zoudt u zoo goed willen zijn de eerstvolgende uren in ons
gezelschap door te brengen? Wij verwachten namelijk uit Londen een
brief, die door een misdadigster aan ons wordt gezonden. Ik hoop
bepaald en geloof mij niet te vergissen, dat vorenbedoeld schrijven tot
uitvoering van een moord op mijn persoon zal worden gebruikt”.
Monsieur Lebaudy stemde toe en hield het tweetal gezelschap.
Tot de avondpost moesten zij wachten.
Met deze kwam een brief, dien de kellner in de kamer bracht en die
direct werd herkend als het blauwachtig couvert, dat door Miss Evelin
Bonn werd gebruikt.
Raffles overhandigde den brief aan den chef van politie.
„Er is mij aan uw getuigenis zeer veel gelegen, mijnheer Lebaudy,
onderzoek nauwkeurig het poststempel en den omslag, opdat wij, zooals
onze Engelsche wetten dat eischen, naar waarheid kunnen getuigen, dat
deze brief door de post behoorlijk in onze tegenwoordigheid aan Mr.
Veith is afgegeven,” sprak de notaris.
Mr. Lebaudy onderzocht den brief zeer scherp en antwoordde:
„De brief is in ongeschonden toestand.”
„Dan zal ik hem openen,” sprak Mr. Veith.
Met zijn zakmes sneed hij het couvert open en haalde er een vel
postpapier en een blauw linnen couvert uit, dat voor het antwoord
bestemd was.
Op het oogenblik, waarop de Afrikaner den inhoud te voorschijn haalde,
lieten de aanwezige heeren een luid „Ah!” hooren.
Voorzichtig legde de mijnbezitter het couvert op tafel en las:
Mijn inniggeliefde James.
Sedert jij weg bent, voel ik mij in Londen eenzaam en verlaten. Het
is mij alsof de zon niet meer schijnt. O, mijn geliefde, ik zou
nooit hebben geloofd, dat ik een man in zoo korten tijd zoo vurig
en innig zou kunnen beminnen als ik dat jou doe. Je brief heb ik
eerst twee uur nadat hij in huis was in handen ontvangen. Door de
vele correspondentie, die ik krijg, bleef hij onopgemerkt tusschen
de overige brieven liggen. Ik zend je daarom een couvert zooals ik
ze gebruik en verzoek je, dit voor het antwoord te willen
reserveeren! Mijn portier, mijn bediende, mijn kamermeisje hebben
de opdracht, zoodra de brievenbesteller het blauwe couvert brengt,
het mij direct te overhandigen. Schrijf alsjeblieft dadelijk.
Verlangend ziet je antwoord tegemoet, je je eeuwig liefhebbende