In het weelderige boudoir van een villa in het Regentpark lag Miss
Evelin Bonn op een met een ijsbeervel bedekte divan, gehuld in een
wonderlijk Japansch morgenkleed. Zij keek met half gesloten oogen naar
een ouden man, die voor haar zat en die met halfluide stem den inhoud
voorlas van verschillende brieven, die met de ochtendpost waren
gekomen.
„Dear Lady!” las hij. „Verrukt over uw wonderschoon portret verzoek
ik u, de eer te mogen hebben, kennis met u te maken.