haar uitwerking had doen gevoelen drie kilometer meer naar het Noorden,
is minder gelukkig geweest een veertien dagen later. Een regen van
gloeiende brokken en steenen heeft alle daken vernield, maar ze waren
bij mijn bezoek al voor het meerendeel vernieuwd. Er zijn geen dooden
gevallen, wel werden velen gewond. Het verwoeste deel van Sint-Vincent
wordt begrensd door een lijn, die bijna recht van 't Westen naar het
Oosten loopt. Het geheele noordelijke deel, dat ik op 45 procent van
't eiland schat, is totaal verwoest; het zuidelijk gedeelte, dat dan
55 procent zou zijn, is ongedeerd gebleven. De verwoeste oppervlakte
wordt op 48 vierkante mijlen geschat door professor Hovey, terwijl
hij haar op Martinique op 36 rekent. De engelsche mijl is 1609 M.
Deze schatting ten opzichte van Martinique leidt mij tot de opmerking,
dat men zich gewoonlijk een zeer overdreven denkbeeld vormt van de
afmeting der verwoeste streek. Dat stuk is voor de totale oppervlakte
van Martinique, wat Bretagne en een deel van Normandië voor heel
Frankrijk zouden zijn.
Toen ik tegen zonsondergang eens naar den horizon keek, zag ik bij de
bocht van een rots de boot, die de beide moedige onderzoekers thuis
bracht. Terwijl de heer Sapper zijn zak met vulkanische materie, op
den tocht verzameld en die minstens 25 K.G. weegt, neerzet, vertelt
hij mij bijzonderheden van de gevaarlijke bergbestijging. De krater,
dien hij met zijn metgezel bijna geheel is rondgetrokken, heeft zich
nog al genadig getoond in dien zin, dat een luchtstroom, die de nevels
verjoeg, de kanten heeft blootgelegd. De uitbarsting heeft inderdaad
plaats gehad uit den oudsten krater, den grooten.
De monding is ongeveer 5 K.M. in omtrek en 150 M. diep; vroeger zag
men in de diepte een melkkleurig meer.
Hoewel de uitbarstingen van Mei het hebben geledigd, heeft zich
sedert dien tijd een ander meer gevormd, dat naar schatting 600 of
630 M. boven het niveau der zee moet zijn gelegen. De kleur van het
water is zwartachtig door de massa asch, die erin uitgestort is. Op
eenigen afstand van den grooten krater is er een kleinere; die werkte
in 1812 bij de uitbarsting van den Soufrière, de laatste eruptie vóór
de groote ramp van 1902.
De heer Sapper had de aanwezigheid geconstateerd van verscheiden
fumarolen in den omtrek van den krater, en hij had zich op één
plek omringd gezien door uit den grond opstijgende verstikkende
dampen. Datzelfde was waargenomen door de geleerde Amerikanen, de
professoren Hovey en Heilprin, die beiden bij herhaling den vulkaan
hebben bestegen tijdens hun verblijf op het eiland, in Mei en Juni.
Wat de hoeveelheid asch betreft, op 't eiland Sint-Vincent gevallen,
die is veel grooter dan de massa, die het noorden van Martinique
heeft bedekt. Ik zal er later iets van zeggen bij het bezoek aan
de omstreken van Château-Belair. Een engelsch schip, dat zich 275
mijlen ver naar het Zuiden bevond, acht uur na de uitbarsting van
7 Mei, heeft op het dek een halven centimeter hoogte opgevangen, en
een amerikaansch zeilschip bijna één centimeter, toen het den dag na
de uitbarsting van 6 Juni zich 102 mijlen ten westen van Martinique
bevond. Drie uren lang voer dat schip door een wolk van stof. De heer
Hovey, die denzelfden dag te Georgetown was, heeft die wolk gezien en
schat haar hoogte op meer dan 2000 M. boven de zee. Schokken, door de
uitbarsting veroorzaakt, zijn waargenomen tot Sint-Kitts en Trinidad.
De gouverneur, dien ik later het genoegen heb gehad op 't eiland
Grenada te ontmoeten, heeft mij verteld, dat hij op 7 Mei aan zijn
schrijftafel zat, toen de eerste uitbarsting van den Soufrière
weerklonk. Hij meende, dat het een oorlogsschip was, dat onverwachts
aankwam en 't gewone kanonschot loste. Maar toen de donderslagen
aanhielden, vroeg hij den persoon, die bij hem zat te werken, eens te
gaan informeeren, "of er een heel eskader was gekomen!" De geleerden
zijn het er nog niet over eens, hoe hoog de asch in de lucht is
geslingerd, en de beweringen van de enkele waarnemers, die op beide
eilanden de formidabele uitslingering van die stoffen hebben gezien,
zijn niet afkomstig van in voldoende mate betrouwbare personen,
om de juiste kromme te kunnen aangeven.
Maar vast staat, dat die asch tot ontzagwekkende hoogte is opgedreven,
en dat zij boven de grens, waar de passaatwinden merkbaar zijn,
gedreven is geworden in een geheel tegenovergestelde richting. Als
de asch slechts tot matige hoogte was opgevoerd, zouden de winden,
die in het gebied der Antillen heerschen, haar naar het Westen hebben
gestuurd, terwijl juist het ten oosten gelegen Barbados er het diepst
onder bedolven is geworden.
Een geneesheer op dat eiland, verbaasd over de hoeveelheid asch, die
op zijn grond viel, breidde een beddelaken uit over een grasveld,
in zijn tuin. Twee dagen later kon hij, na de grijze massa, die op
het laken lag, te hebben verzameld en gewogen, gemakkelijk uitrekenen,
hoeveel asch in datzelfde tijdsverloop op het geheele eiland moest zijn
gevallen. Hij kwam tot de slotsom, dat het twee millioen ton geweest
moet zijn. Sint-Lucia, ten noordoosten van Sint-Vincent gelegen,
heeft asch opgevangen zoowel van den Soufrière als van den Mont-Pelé,
en bij de hevige Soufrière-uitbarsting van 3 September bleef de
helft van Martinique nog den geheelen morgen van den volgenden dag
in een halve duisternis gehuld door de onmetelijke stofwolk, die van
Sint-Vincent erheen overwoei.
Ik heb een aanbevelend schrijven voor een planter, tijdelijk gevestigd
dichtbij Château-Belair, wiens bezitting voor een deel verwoest
is geworden bij de ramp van 7 Mei. Die vriendelijke eigenaar, de
heer Macdonald, dezelfde die den heer Hovey vergezelde bij diens
eerste bestijging van den Soufrière, is zoo goed met mij een rit
te paard te doen ten noorden van het dorp. Wij brengen een bezoek
aan de plaatsen, waar vroeger de dorpen Richmond en Waliboe hebben
gelegen aan rivieren van denzelfden naam. Er is geen spoor meer over,
noch van de rivieren, noch van de dorpen; alles is begraven geworden
onder diepe aschlagen, nadat het vuur de huizen had verteerd in een
even heftige en plotselinge ontbranding als bij Saint-Pierre zich had
voorgedaan. Toch hebben in deze streken de bewoners zich bijtijds
kunnen redden met uitzondering van een klein aantal ongelukkigen,
die bij de ramp het leven hebben gelaten.
In de beide dorpen zie ik de overblijfselen van suikerfabrieken,
waarvan alleen een paar brokken muur nog staan en waarbij het verbogen
en geroeste ijzerwerk omhoog steekt uit den chaos. Onmiddellijk
bij de fabriek te Richmond ziet men de ruïnen van de woning des
eigenaars. Wij hebben op sommige plaatsen ware duinen te beklimmen;
de asch ligt enorm hoog opgestapeld. De heer Macdonald wijst mij een
berg asch van wel twaalf meter hoog. De meeste der hoopen staan als
heuveltjes op een vroeger geheel vlak terrein; verderop zie ik heele
aschvelden met bobbels en hoogten en ook met breede, diepe spleten,
veroorzaakt door de stortregens van de laatste maanden van het jaar. Ze
zijn elders weer door de regens, waar een felle zonneschijn op volgde,
veranderd in een harde, weerstandbiedende substantie.
Mijn geleider deelt mij veel bijzonderheden mee over de
reeks verschijnselen, die de laatste maanden zich op 't eiland
hebben voorgedaan. Hij is er steeds gebleven en heeft sedert de
eerste uitbarsting in Mei het eiland in verschillende richtingen
doorkruist. Het geheele noordelijke gedeelte is verwoest en is nu
te vergelijken bij een onmetelijk braakliggend terrein. Daar woonden
nog afstammelingen van den ouden volksstam der Caraïben, waarvan ook
eenige weinige vertegenwoordigers op Sint-Lucia en Dominica wonen. Op
den 7den Mei en volgende dagen heeft de regen van asch en kokend water
eigenlijk onafgebroken voortgeduurd. Het water van de zee was zoo warm
in de buurt van Sint-Vincent, dat een schipper, die zich op twee mijlen
afstands van de noordkust bevond, zich de hand bijna brandde, toen hij
de temperatuur van het water eens wilde onderzoeken. Tallooze doode
visschen lagen in mijlenlange rijen aan de oppervlakte. Zij moeten
evenals op Martinique door onderzeesche uitbarstingen gedood zijn.
De stoffen, die in September uit den vulkaan zijn gekomen, waren
van uiteenloopenden aard. Behalve lapilli, de slakken, die er als
steentjes uitzien, waren het asch en steenen en conglomeraten, terwijl
men uit den hoofdkrater een breeden stroom van een geelachtige stof
heeft zien komen, hoofdzakelijk uit zwavel bestaande. Die vloeibare
massa ging in breede, zigzaglijnen bij den berg neer en liep in
zee, waar zij ten gevolge harer hooge temperatuur een dof gesis
veroorzaakte en wolken damp deed opstijgen. De zee was over een
onmetelijke oppervlakte geel en geleek 's nachts op een stroom van
zilver. Volgens een reiziger, dien ik op Sint-Lucia ontmoette en die
zich aan boord bevond van een engelsche paketboot, was de aanblik
van die vloeibare massa's, die langs de zijden van den vulkaan zich
voortbewogen, allermerkwaardigst. De maan en de sterren wierpen er een
zilveren schijnsel over; het leek, of men in Zwitserland was, waar
's avonds de watervallen worden verlicht met Bengaalsch vuur. Eerst
hield men die brandende massa voor lavastroomen, en eerst later heeft
men ingezien, dat bij geen der uitbarstingen van het vorige jaar lava
zich heeft vrijgemaakt, noch uit den Soufrière, noch uit den Mont-Pelé.
De ontploffingen, waarmee de uitbarstingen van de maand September
vergezeld gingen, zijn zoo hevig geweest, dat te Kingstown de bewoners
doodelijk ontsteld waren, terwijl de electrische ontlading, die in
de dampwolken plaats had, sterker was dan den 7den en den 18den Mei.
Hoewel de geheele streek, die ik bereis, zich voordoet als een vlakte,
waar alle plantengroei verdwenen is, waar de boomen weggemaaid en
weggeveegd zijn als door den onmeedoogendsten van alle cyclonen,
ontdek ik iets vreemds, dat ik ook in de omstreken van Saint-Pierre heb
opgemerkt. Niet ver van Château-Belair hebben enkele boomen op ééne
zijde de takken afgestaan tot op den stam, terwijl aan den anderen
kant de takken nog groene bladeren dragen, 't leven aan den eenen,
de dood aan den anderen kant.
Wat mij ten zeerste heeft verwonderd, is dat de engelsche regeering
tot nu toe nog niet het besluit genomen heeft, op 't eiland
Sint-Vincent een observatiepost te vestigen. Het verband, waarin
de beide vulkanen tot elkander staan, is nu wel boven allen twijfel
verheven, en de waarnemingen, op Martinique en Sint-Vincent te doen,
zouden elkander aanvullen, terwijl men wederkeerig elkaâr zou kunnen
waarschuwen. Onlangs vernam ik, dat de heer Lacroix zich uitgesproken
heeft ten gunste der vestiging van een post op Guadeloupe, waar men in
de laatste tijden allerlei seismische verschijnselen heeft opgemerkt.
Nu de samenhang tusschen de talrijke aardbevingen, die in 1902 een
groot deel van het amerikaansche vasteland geteisterd hebben, en de
uitbarstingen van Mont-Pelé en Soufrière tegenwoordig onbetwistbaar
zijn, en nu zooveel seismische verschijnselen tusschen April en
September zijn waargenomen in streken, zeer ver verwijderd van de
plek, die ons nu bezighoudt, zoodat nog eens te meer bewezen is,
dat er een nauwe betrekking bestaat tusschen uitingen, op duizenden
kilometers afstands van elkander aan den dag getreden, nu is het
vóór alles noodig, zooveel mogelijk op de waarschuwingen te letten,
gegeven op die reeks van dichtbij elkaâr gelegen eilandjes, die als
de kralen van een rozenkrans begint bij Grenada en eindigt aan de
noordpunt van de Eilanden onder den Wind.
Sint-Lucia, juist tusschen Sint-Vincent en Martinique gelegen, is
verleden jaar gespaard gebleven, hoewel de oude krater op het eiland
enkele teekenen van werkzaamheid gegeven heeft, en op Dominica is de
bevolking herhaaldelijk opgeschrikt door meer of minder onrustbarende
verschijnselen. Het schijnt dus zeker verstandig, dat men op zijn hoede
zij, en dat men door alle middelen, waarover de wetenschap beschikt,
nagaat, wat er daar voorbereid wordt in 't inwendige dier vulkanische
gebieden, zoodat men, binnen de grenzen van het mogelijke, zal kunnen
waarschuwen voor het gevaar, dat de bewoners dreigt.
Evenals op Martinique heeft men op Sint-Vincent toevluchten
voor de door de ramp getroffenen ingericht in den vorm van kleine
dorpen. Ik heb er drie gezien, terwijl ik langs de kust ging tusschen
Kingstown en Château-Belair, met ongeveer een honderdtal hutten. Ze
zijn ingericht, zoo zei men mij, naar de plannen, door den heer
Lemaire ontworpen. In een dier toevluchten hebben de verongelukten
van Richmond een schuilplaats gevonden. De liefdadigheid heeft,
zoowel voor Sint-Vincent als voor Martinique, over de geheele wereld
gesproken. Ik heb geen bijzonderheden gehoord over de wijze, waarop
de uitdeeling der verleende hulp op het britsche eiland is geschied.
Voor zoover ik weet, heeft de fransche regeering zich niet gehaast,
een in de Kamer voldoende som te doen aannemen, om de ongelukkigen van
haar kolonie te hulp te komen, terwijl Engeland zich ernstig heeft
beziggehouden met diegenen, die plotseling hun eigendommen vernield
hebben gezien en die hun broodwinning hebben verloren. De eigenaar
van een der suikerfabrieken, waarvan ik de puinhoopen heb gezien,
heeft een ondersteuning van 600 pond sterling genoten en buitendien
170 H.A. grond zich zien toegewezen. Daarbij heeft men hem de niet
geheel verwoeste fabriek afgestaan van een anderen planter die bij
de ramp is omgekomen, terwijl aan de kinderen van den overledene
een som is uitgekeerd, gelijk aan de waarde van de onderneming en de
terreinen. De engelsche regeering is gewoon, zich met de koloniën en
de kolonisten te bemoeien; ik behoef er slechts aan te herinneren, dat
bij den laatsten grooten cycloon op het eiland Mauritius het terstond
bijeengeroepen Parlement de zending van één millioen pond sterling
toestond. In 1891, toen een dergelijke ramp Martinique teisterde,
leende de hoofdstad enkele millioenen, in jaarlijksche termijnen af
te doen, zoo werd mij te Fort de France verteld.
Nadat ik dat deel van de streek gezien heb, dat eenigszins toegankelijk
is, besluit ik naar de hoofdstad terug te keeren. Weer langs de
kust varend, de rotsen onderzoekend, de enorme, op elkaâr gestapelde
lagen lava en conglomeraten, waar mijn boot langs gaat, kom ik tot
het besluit, dat de schok van 1902, hoe verschrikkelijk hij ook
geweest zij, niet te vergelijken is bij de geweldige omwentelingen,
waarvan deze grond het tooneel is geweest in achter ons liggende
tijden. Op Martinique heeft hetzelfde mij getroffen, als ik het oog
liet gaan over de talrijke bergen, gegroepeerd rondom de oude haarden
van vulkanische werkzaamheid, waar het eiland zijn ontstaan aan te
danken heeft. Guadeloupe, Dominica, Sint-Lucia, Grenada verkeeren in
hetzelfde geval; maar deze archipel is nog slechts sinds een viertal
eeuwen bekend, zoodat de geschiedenis zwijgt over de titanische
krachten, die vroeger er den grond hebben omgewoeld.
De Soufrière wil mij ten afscheidsgroet nog een bewijs geven van zijn
werkzaamheid, die nog niet tot rust is gekomen; op het oogenblik, dat
de berg uit mijn oogen zal verdwijnen, zie ik een dichte wolk uit den
krater opstijgen, in dikke dampkrullen zich oplossen en zoo langs de
zijden van den vulkaan afglijden. De Engelschen hebben aan die wolken
den naam van cauliflower, bloemkoolen, gegeven, en die vergelijking
is tamelijk goed gekozen, als men let op den vorm, dien ze hebben bij
't verlaten van den krater.
Georgetown, gelegen op de oostkust, dat is de windzijde, is moeilijk
van uit zee te bereiken. De golven komen gewoonlijk onstuimig af op
de rotsen, die een gordel vormen rondom dit gedeelte van het eiland
en maken een landing buitengewoon moeilijk. Langs een vrij goeden weg
van een twintigtal kilometers is de stad beter te bereiken. De heer
Cameron is zoo welwillend geweest, voor mij te zorgen en het rijtuig,
waarvan ik gebruik maak, zal te mijner beschikking blijven al den
tijd, dien ik aan de tournée besteed. Een ambtenaar uit Kingstown,
die reeds meermalen de verwoeste streek heeft bezocht en die bijna
het slachtoffer van een uitbarsting was geworden bij een tocht in
de omstreken van Château-Belair, besluit mij te vergezellen. Zijn
gezelschap is mij des te nuttiger en aangenamer, daar hij mij veel
inlichtingen kan geven en de streek, die wij gaan bereizen, ter
dege kent.
Dit eilandje Sint-Vincent is wezenlijk bekoorlijk. Al dadelijk
treft mij dat bij het verlaten van de stad, als wij een weg volgen,
die in een zigzaglijn de heuvels bestijgt, waar liefelijke bloemen
met veelkleurige tinten de laagten sieren. Het verbaast mij zeer, de
ruïnen van een fabriek te zien op korten afstand van de hoofdstad,
lang vóór wij de grens der verwoesting hebben bereikt; maar ik
hoor, dat deze vernieling te wijten is aan een gansch andere ramp,
waardoor het eiland vier jaren geleden werd getroffen. 't Is, dat die
arme Antillen niet alleen het vuur der vulkanen als een zwaard van
Damocles boven hun hoofd hebben hangen, maar dat bij tusschenpoozen
vreeselijke orkanen hen treffen en er verwoesting aanbrengen. De
fabriek in quaestie is vernield door een hevigen cycloon, die in
1898 over een groot deel van het eiland is getrokken en die aan
600 menschen het leven heeft gekost, een groot aantal huizen heeft
verpletterd en zestien kerken heeft vernield van de achttien, die in
de kolonie waren; stukken koraal van de banken uit de diepte der zee
werden losgerukt en op het strand geworpen.
Ook Martinique is, meer zelfs nog dan Sint-Vincent, geteisterd door
meedoogenlooze cyclonen. Ik reisde er eenige maanden na dien van 1891,
den laatsten, die het land trof. Er werden toen 300 personen gedood,
en de schade, door den storm aangericht, schatte men op bij de 100
millioenen francs. Fort de France en Saint-Pierre geleken op steden,
verwoest door een bombardement. De hevigste orkaan, waarvan men op de
Antillen de herinnering heeft bewaard, was die van het jaar 1780. Er
waren er zelfs twee in dat jaar met zes weken tusschenruimte. Ook toen
werd Martinique het ergst bezocht, hoewel Guadeloupe, Sint-Lucia en
Sint-Vincent ook voor een deel werden verwoest. Alleen op Martinique
stierven 9000 menschen, waarvan 1000 te Saint-Pierre, waar geen huis
overeind bleef staan. De zee was door een hevigen springvloed tot
acht meter gestegen en veegde met één slag een honderdvijftigtal
woningen weg. Te Fort de France werden de kathedraal, zeven andere
kerken en honderd-veertig huizen met den grond gelijkgemaakt; meer
dan 5000 zieken werden begraven onder de puinhoopen van het hospitaal.
En daar begint de asch zich weer te vertoonen, als wij Sans-Souci
naderen; zij wordt al hooger, naar gelang wij dichter bij Georgetown
komen. Er is daar evenmin een hôtel als te Château-Belair; maar wel
een resthouse, waar ik het tamelijk goed zou hebben gehad, als mijn
reisgezel, bevriend met een inwoner van Kingstown, niet gevraagd had,
of wij de villa mochten betrekken, die deze heer aan zee hier bezit. De
bedienden zijn gewaarschuwd; wij installeeren ons in een weelderig
ingerichte woning en pakken de meegenomen mand met voorraad uit.
Het bleek echter, dat al wat mij te zien gegeven werd in de omstreken
van Georgetown, bij de uitstapjes, die wij daar hebben gedaan, oude
kost moest worden genoemd, asch en altijd weer asch, nu eens gelijk
aan die, welke mijn voet in den laatsten tijd betreden heeft, dan
korreliger en op jachthagel gelijkend. Dezelfde doodsche, uitgestorven
vlakten, waar een enkele boom, van takken beroofd, uit oprijst als een
spook; dezelfde ruïnen in de troostelooze eenzaamheid. En toch zal de
kracht van den tropischen plantengroei, daar ben ik zeker van, zich
weldra openbaren; reeds begint hier en daar de stronk van een banaan,
die door den storm is omgeworpen, uit te botten; de asch, waarop de
regens hebben ingewerkt, en die in deze vulkanische landen uit de
tropenwereld een onvergelijkelijk goede humuslaag vormt, wordt reeds
zoo zoetjesaan op vele plaatsen getooid met kleine spruitjes, mossen en
lage houtige plantjes, en in een niet veraf zijnde toekomst zullen deze
sombere, zwarte en grijze plateaux, waar de dood schijnt te heerschen,
opnieuw bedekt zijn met een kleed van groen, een nieuwen plantengroei.
Groeit niet op Bourbon de vanille, op Mauritius het suikerriet, op
Java de koffie krachtig en gezond op lava en op slakken, in vervlogen
eeuwen door vulkanen uitgeworpen? Laat ons dus niet wanhopen aan
de toekomst van deze ongelukkige landen, die nu wreed geteisterd
werden, als maar de onderaardsche vuren lang in rust willen blijven
en eindelijk eens voldaan zich willen toonen met de ellende, die zij
reeds hebben aangericht onder weerlooze menschenkinderen.
Terwijl ik te Georgetown verblijf, heb ik gelegenheid eenige
slachtoffers te ontmoeten van de uitbarstingen in Mei. Ze zijn
afschuwelijk gebrand geweest; maar, opgenomen in het dorpshospitaal,
hebben ze van hun wonden kunnen herstellen door de goede zorgen,
waarmee men hen omringde. Eerst waren hun wanstaltige gezichten
vreeselijk geweest om te zien, zelfs de verplegers in het hospitaal
deinsden van schrik achteruit, toen zij dat zagen.
De wonden zijn in de meeste gevallen veroorzaakt door een fijn,
gloeiend heet grint, dat, opgeworpen in de lucht met ondenkbare
snelheid, in het gelaat drong en onder de opperhuid vastraakte.
Een oude negerin verzekerde mij, dat op 7 Mei veel personen op 6 en
8 K.M. afstands van den krater door groote steenen verpletterd waren
geworden. Een dier steenen gevaarten zou zelfs tien menschen hebben
gedood, die in een hut een toevlucht hadden gezocht. Diezelfde vrouw
daarentegen had een terrein bezocht, dat bij de eerste uitbarsting
niet getroffen was geworden, maar dat in de catastrophe van den 18den
onder gloeiend zand bedolven was, zonder dat zij de minste sporen van
steenen heeft kunnen ontdekken. Zij schatte de hoogte van de aschlaag
in die buurt op ongeveer een meter; de arrowroot was totaal bedorven,
want de planten waren tot op den wortel verschroeid.
Twee zeer kalme dagen slijt ik nog in 't gouvernementshuis vóór
de paketboot, die mij naar Grenada en Trinidad terug moet brengen,
verschijnt. Ik heb ze wel verdiend na zooveel vermoeiende tochten. Het
paleis grenst aan den Botanischen tuin van Kingstown, die terecht
bekend is als een der mooiste van de Antillen. Ik wandel er veel in
de schaduw van de heerlijke tropische plantenwereld en bewonder boven
alles de prachtige collectie waaierpalmen.
Op Sint-Vincent was ik in de gelegenheid kennis te maken met een
Engelschman, die sinds drie maanden de kleine eilanden van de groep
der Antillen bereisde met het oog op eene propaganda, waarvoor ik
veel belangstelling gevoel en die men zich in Frankrijk misschien ten
voorbeeld stellen kon. Enkele weken daarna ging ik op mijn terugreis
naar Europa met hem op dezelfde boot, waardoor ik onderweg allerlei
inlichtingen kon erlangen over de door hem gemaakte campagne.
Daar Engeland bezorgd is over de geringe ontwikkeling, men mag
eigenlijk wel zeggen, over het verval van de meeste der kleine
eilanden in Middel-Amerika, zou het hun graag wat steun verleenen en de
bevolking willen opwekken tot den verbouw van producten, voornamelijk
vruchten, die in het moederland te gebruiken zijn en waarvan de
consumptie zoowel in Europa als in Amerika van jaar tot jaar toeneemt.
De heer S., de reiziger, van wien ik spreek, was met een opdracht van
zijn regeering gegaan naar Dominica, Sint-Lucia, Grenada, Sint-Vincent,
Antigua en Sint-Kitts, en na een bespreking met de verschillende
gouverneurs had hij er lezingen gehouden en aankondigingen gezet
in plaatselijke bladen over de voordeelen, die de kleinere eilanden
zouden kunnen trekken uit een geregelde en verstandige aankweeking
van de verschillende vruchten, die geregeld aftrek konden vinden in
Engeland. Daar de medewerking van de londensche stoombootmaatschappijen
verkregen was, zoowel in zake verlaging van de vrachten, als wat
betreft de inrichting van verkoelingsapparaten aan boord, hing het
slechts van de bewoners af, zich een degelijke bron van inkomsten te
openen en terzelfdertijd mee bij te dragen tot de verheffing van hun
land, dat zeer beslist achteruitgaande is, sedert de aanplanting van
suikerriet om voldoend bekende redenen niet meer dezelfde voordeelen
oplevert als vroeger.