Prijs 20 cents.
_Joris Komijn op de Tentoonstelling_
_Humoristische Schets_
_van_
_JUSTUS VAN MAURIK_
_(Warendorfs Novellen-Bibliotheek No. 210-211)._
[Illustration]
_Amsterdam--Van Holkema & Warendorf._
* * * * *
Hoofden van Gezinnen!
1 FEBRUARI 1909 treedt de Wet op het A R B E I D S C O N T R A C T in
werking.
Hierdoor wordt U de verplichting opgelegd tot behoorlijke verpleging en
geneeskundige behandeling van inwonende Dienstboden, zoowel bij
ONGEVALLEN als bij ZIEKTEN.
*Tegen dit risico kunt
U zich verzekeren ..*
De OCEAN keert uit bij ongeschiktheid zoowel door *ziekte als door ongeval,
in en buiten beroep, en onverschillig of verpleging door verplegers op
verpleegsters of opname in een Ziekenhuis noodzakelijk is of niet.*
_De premie is uiterst gering en de formaliteiten zijn tot een minimum
teruggebracht._
*Geneeskundig Onderzoek is niet noodig*.
Volledig Prospectus gratis en franco op aanvrage aan de
*= OCEAN =*
*Grootste Maatschappij*
*van verzekering tegen*
*ONGELUKKEN, ZIEKTEN EN WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID.*
Nederlandsche Succursale:
AMSTERDAM ... ROKIN 162{bis}
Directeur: EDWARD HEYMAN.
Telefoon 8050. ... Telegram-Adres: *OVERBANK, Amsterdam.*
Garantiën f 24.000.000
Jaarl. Premie inkomen: ruim f 17.000.000
IN NEDERLAND GEVESTIGD SEDERT 20 JAAR.
*Uitbetaald aan Nederlandsche Verzekerden*
*MEER DAN 15000 UITKEERINGEN*
*tot een gezamenlijk bedrag van RUIM _f_ 750.000.*
_Hooge Jaarlijksche gelijkblijvende provisie voor Actieve Agenten_.
* * * * *
*Joris Komijn op de Tentoonstelling*
* * * * *
*NED:LLOYD*
*KAPITAAL f 4.000.000.*
*INBRAAK*
*VERZEKERING*
DIRECTEUR J ter MEULEN Jr.
Heerengracht 248, Amsterdam
* * * * *
Joris Komijn
op de
Tentoonstelling
Humoristische Schets
van
Justus van Maurik Jr
AMSTERDAM
VAN HOLKEMA & WARENDORF
* * * * *
100%
Onderlinge Levensverzekering van Eigen Hulp
Hoofdkantoor
s' Gravenhage, Kortenaerkade 3
Bijkantoren: Amsterdam, Rokin 99; Rotterdam, Wijnhaven 33;
Groningen, Heerestraat 1a; Arnhem, Rijnkade 41;
Batavia, Koningsplein, hoek
Parapattan; Brussel, 114 Rue de l'Enseignement.
Directeuren:
J.C. VAN GOENS en Mr. E.A. SMIDT
Adjunct-Directeur: Secretaris:
MR. C.J. SNIJDERS A.H.J. DE GOEY
Commissarissen: Jhr. Mr. G. de Bosch Kemper, Prof. Mr. W.L.P.A.
Molengraaff, R.N.L. Mirandolle, E. Voûte, Jhr. Mr. S. Laman Trip, L.D.J.L.
de Ram en P.J. van Ommeren.
Hoofdinspecteur: J.C. Rolandus Hagedoorn, te 's Gravenhage.
Verzekerd kapitaal *f 24.500.000.* Verzekerde rente *f 830.000.*
Zekerheidsfonds *f 750.000.* Premie-reserve bijna *f 11.000.000.*
De geheele winst wordt uitgekeerd aan de verzekerden, wier contracten tot
de vorming daarvan hebben bijgedragen.
Door het onderling systeem, gepaard aan zuinig beheer, kan, bij behoud der
noodige soliditeit, niet goedkooper worden verzekerd dan bij de
*Onderlinge Levensverzekering van Eigen Hulp*.
* * * * *
Joris Komijn op de tentoonstelling.
AMSTERDAM, Mei 1883.
_Geliefde vrouw, kinderen en bloetverwanten!_
Ik heeft heden avond daar de tentoonstelling 's avonds geslooten is
genoegzaam de tijd om Uw volgens belofte een uitvoerig schrijven
medetedeelen over mijn bezoek aan Amsterdam en deszelfs tentoonstelling,
dewelke ik heden heb bezogt, met genoegen en nut door de leerrijkheid der
zaken die ik gezien heb.
Nademaal, ik beter schrijven als vertellen, kan en vooral Uw geliefde,
vrouw, door U toeneemende doofhijd niet zou kunnen beschreeuwen met goed
gevolg en duidelijkheid van voorstelling, daar ik Uw ook niet konden
medenemen van wegens de zaken en kostbaarheid der onderneming, daar ik
nooit in amsterdam geweest zijnde meerdere dagen noodig heb, om de stad en
de tentoonstelling te bezien, heeft ik beslooten alles wat ik zie des
avonds te boekstaven als een reisdagboek.
De kranten geven wel duidelijk een verslag van den tentoonstelling, maar ik
als U vader en bloetverwant ben meer betrouwbaar en derhalve beschrijf ik
alles wat ik gezien en ondervonden heeft tot een Eeuwige gedachtenis aan
mijn bezoek voor U en de anderen. Zullende het later bij de boekverkooper
laten drukken. Alzoo ik begin:
_Reis-dagboek van Joris Komijn, Winkelier in Komenij's waaren te
_Medemblik, oud 54 jaar -- PG_.
* * * * *
Eerste Dag.
Alzoo reeds lang den wensch in mij was om Amsterdam te bezichtigen, waar ik
nooit tijd voor had van wegens den winkel entn 't snijden der ham--en daar
ik nu, doordien een neef van mijn vrouwskant, die een dergelijke komenij's
affaire heeft, mijn zaak kon waarnemen, ben ik voor eenige dagen naar
Amsterdam gereisd, alwaar mijn geliefde Zoon Klaas, die laatst over de
Beurs geschreven heeft met zijn vriend Nadaniël mij afwachte om mij rond te
leiden, waarvoor ik hen dankbaar ben, behalve Nadaniël, die mij niet
bevallen is, bij nadere kennismaking. Doch daarover later.
De reis van hier naar Enkhuizen kent gij allen, daar is niets bijzonders
aan, maar verder per boot over de Zee des te meer.
Ik zag de Zee, waarvan in de Heilige Schrift geschreven staat, "Zij is wijd
en breed en peilloos diep" ik voor mij heb er genoeg van, door de
benauwdheid, 't akelige gevoel in de maagstreek en de koude handen en
voeten. De kapitein zei dat 't stil weer was, maar voor mij, geliefde
Bloetverwanten! was 't woelig genoeg--en ik verlang naar geen storm, want
hoe zou ik dien uithouden, meer als binnenst buiten gekeerd worden kan een
mensch toch niet.
Onderweg besloot ik reeds mijn gewaarwordingen op te schrijven wat ik
hiermede begin en geloof vrij goed, doordien ik den laatsten tijd, meer dan
vroeger op de letterkunde ben gevallen, door de misdruk, die ik gebruik
voor de Komijne kaas, de Sijceblong en over de Boter.
Vroeger gebruikte ik wit papier van f 3.37-1/2 de riem, maar aangezien ik
misdruk van een ongebonden verkooping voor f 2.25 kan koopen te kust en te
keur, heb ik mij op dezelve bepaald. Bovendien heeft de klant het voordeel
bij zijn worst of boter iets ter lezing te krijgen, dat den geest beschaaft
en velen hebben mij gezegd dat, ze mij dankbaar waren doordien ik, casuweel
een partij losse bladen van een zedekundig werk van Theeologie tusschen het
misdruk had gevonden en met oordeel verdeeld had, over de verschillende
artikelen.
Dit tusschen twee haakjes, nu vervolg ik mijn verhaal.
Toen ik vlak bij den steiger was, zag ik mijn geliefde zoon Klaas staan met
een klein zwart mannetje naast zich, die bij nader onderzoek Nadaniël bleek
te zijn.
Klaas wenkte met zijn zakdoek aangezien hij mijn perreplu herkende, die ik
omhoogstak met mijn reiszak er aan, om zijn aandacht te verwekken.
Daar ik in de andere hand een pak zoete amandelmoppen voor Klaas hield als
"welkom", had ik geen gelegenheid mijn hoed te grijpen, die eensklaps
afwoei--en toen ik toch een poging deed om mijn hoed die mij van af mijn
trouwen bedekt heeft te vatten, schoot het pak moppen los en strooide ik
dezelve onwetend in het IJ--maar ik troostte mij met:
Een ongeval komt nooit alleenig
Het ong'luk maakt de ziele lenig.
uit: "Wijsheid en deugd in klein octavo"--een mooi werk dat ik onder 't
misdruk heb aangetroffen.
Ik knoopte mijn roode zakdoek om het hoofd en begroete mijn zoon met
vaderlijk gevoel. Nadaniël deed niets dan lachen, 't geen mij van hem niet
beviel want _"die een goed hart heeft, lacht niet om het ongeluk van
anderen"--(Wijsheid en deugd in klein octavo._
Mijn zoon zag er goed uit, en was hartelijk, zoo als 't betaamd, hij nam
mijn reiszak en perreplu en liep zoo hard hij kon naar een viegelant--. die
ze in Amsterdam, "een aap" noemen--
"Ga er gauw in vader" zei Klaas; de goede jongen was zeker bang dat ik kou
zou vatten, door de afwezigheid van mijn hoed en den oostenwind maar ik kon
er niet dadelijk toe besluiten, omdat de koetsier mij zoo wonderlijk
aankeek. Ik heb wel eens gelezen van akelige gevallen, waarbij vreemden
door misdadige koetsiers, naar plaatsen zijn gevoerd, waar ze uitgeplunderd
en om hals werden gebracht--vooral bij tentoonstellingen als anderszins.
Nadaniël riep echter "er in oude heer" en duwde mij een omstandigheit, die
ik onfatsoenlijk vond.
Klaas was bedaarder en zei dat er geen kwaad bij was maar ik was toch niet
op mijn gemak, want er kwamen veel menschen om den viegelant staan, en
keken brutaal naar binnen. Een jongen zei: "er zit een turk in" maar ik zag
niets, ook reden we weg; Klaas bracht mij eerst naar zijn kamer waar ik
slapen zal want in de Hotels is alles vol zeggen de kranten en derhalve
wilde ik mij liever behelpen met een eenslaperige bedstede voor twee
personen.
Klaas moest naar het kantoor en daarom ging Nadaniël met mij mede, als
uitlegger, de aap had gewacht. Hij bracht ons om geen tijd te verliezen met
spoed naar het terrein.
O! Geliefde wederhelft, kinderen en bloedverwanten, hoe stond ik verbaasd
toen ik met de aap door de stad reed. Wat een stad! wat een stad! Medemblik
is er niets bij; door de Kalverstraat reden we als op fluweel en
Koomenijswinkels, zoo als ik ze nog nooit heb gezien maar voor Medemblik is
de onze niet onverwerpelijk als zijnde pas nieuw geverfd en goed
onderhouden.
Ik keek mijn oogen uit, wegens de afwisseling der gezichten en dieverse
winkels die ik U later zal beschrijven mondeling sweer tehuis zijnde.
Eindelijk hielden wij stil voor een groot gebouw met variabele torens. Ik
dacht dat het een klooster of een groote kerk was, maar Nadaniël zei: 'tis
het nieuwe Museum en ik geloofde het.
Vóór de ronde poort staan twee brandspuithuisjes die gebruikt worden om de
menschen in en uit te laten. Een ander klein huisje "Kiosk" noemen ze het,
is er dicht bij gezet tot gemak van de bezoekers om kaartjes te nemen. Ik
betaalde 50 cents, goedkoop hé! en mocht naar binnengaan. Nadaniël haalde
zijn portret uit den zak zei "Pers" betaalde niemendal en ging ook naar
binnen. Waarom hij "Pers" zei begreep ik niet, evenwel nu ben ik er achter.
Eerst zag ik een groote steenen gang een verwulft zoo als wij in de kelder
hebben, maar veel mooier en grooter. O! waarde bloedverwanten welk een
frische lucht kun je daar opdoen, ik ben er drie of vier maal heen en weêr
geloopen alleen wegens de frisschigheid. Een paar dames en heeren hoorde ik
zeggen, "'t tocht hier verschrikkelijk", maar dat waren zeker menschen met
rumatiek of verkoudheid, aan de rechterzijde zag ik door een deur een
binnenplaats vol wonderlijke dingen, gedrochten als tante Jet, haar neef en
nicht, medegebracht uit de Oost.
Vazen met draken er op en allerlei rare dingen. Voor de deur zat een man
aan een draaiding. Nadaniël liet zijn portret zien zei "Pers" en ging op de
binnenplaats; ik moest 25 cent betalen omdat ik er in wou. Ik dacht 't
wordt duurder want ik had pas een halve gulden betaald en nu al weer 1/4;
maar ik wou de tentoonstelling nu eenmaal zien en keek op geen geld. Om u
al die vreemde dingen te beschrijven is een zaak van onmogelijkheid, alleen
zeg ik u, nademaal 't voor u belangrijk is, dat de Prins van Weels ze
betaald heeft, een zaak die gelukkig is voor Amsterdam, want de Prins van
Weels heeft ruim zooveel geld als deze gemeente, zegt Nadaniël.
Wanneer gij nu denkt geliefde kinderen en waarde vrouw dat dit de
Tentoonstelling is zijt gij verkeerd ingelicht, het eigentlijke komt nu
eerst. Ik moest een oogenblik stilstaan om tot mij zelven te komen, ik
dacht gerust dat ik een groot paardenspel zag, maar 't was het hoofdgebouw.
Voordat ik verder boekstaaf, wil ik u mededeelen dat ik uit vaderlandsch
gevoel en liefde tot den vorst de half afgebroken tribune heb beklommen,
waar bij de opening onzen geeerbiedigden Koning heeft gestaan. Nadaniël
zei: "Meneer Komijn, nu moet je iets zeggen." Wat een gekke jongen hè!
Waarom moet _ik_ iets zeggen? dat zou ongepast zijn geweest vindt gij ook
niet dierbare kinderen en wederhelft, dat kwam alléén den Koning toe. Alzoo
zweeg ik en drukte eerbiediglijk de voetstappen van den vorst die op deze
plek gestaan heeft.
Dit was een onvergetelijk oogenblik voor uw man en vader--, daarna
beschouwde ik met aandachtigheid het gebouw dat ik nu voor u uitleg.
Verbeeldt u, twee prachtige groote torens met van onderen niets dan
olifanten, heerlijk om te zien, leeuwen, koppen van serpenten en dames van
boven, benevens allerlei figuren zooals ze bij ons van witte suiker op de
koek maken. In 't midden hangt een keurige sjaal, rood met franje, en
palmen, prachtig! nog rijkelijk zoo mooi als die van Moeder, waarin zij
getrouwd is; lange palen met halve paarden er aan met vergulde
hoofdstellen, in 't midden, dan geschilderde paarden op de wanden van 't
gebouw, groote witte paarden met heele en halve ruiters er op en er voor,
en weer andere paarden er boven.
Ziet gij beste bloedverwanten daardoor dacht ik dat 't een paardenspel was.
Maar aangezien alles nog niet af is, oordeel ik nog maar gedeeltelijk.
Nadaniël heeft mij later in de Vijzelstraat bij een koekenbakker het model
van suiker gewezen, waarnaar het hoofdgebouw is gemaakt. Die koekenbakker
is een kunstenaar! Nu zal ik u eens iets mededeelen, waarop nog niemand
gelet heeft, 't Is te hopen, dat de koerantiers 't niet merken want dan
komt er weer gehaspel.
Tusschen de pooten van de olifanten staat "de Clercq" dat is een
hatelijkheid beweert Nadaniël, omdat hij 't kanaal niet gegeven heeft, en
van de Copello--(zeker Kappeyne) die niet weer minister wil worden, en nog
een heele boel andere namen die ik niet lezen kon.
Vindt ge dat niet flauw beste wederhelft en kinderen om een ministerie
tusschen olifantspooten te zetten, vooral als 't een hatelijkheid is zooals
Nadaniël beweert, ik begrijp 't zelf niet goed waarom, maar 't zal toch wel
waar zijn, want ik hoorde iemand zeggen, ze hebben er geen beter plaats
voor kunnen vinden.
Ik had ondertusschen mijn hand al in den zak, want ik zag weer zoo'n paar
mannen met Tentoonstellingspetten op en ik zocht naar een kwartje, maar 't
hoefde niet, 't Hoofdgebouw kost niets extra--
_N.B._ hier zag ik van Nadaniël iets wat mij niet beviel; denkt eens aan
kinderen en wederhelft, vóór den ingang staat een blikken bak vol eindjes
sigaar, zeker om aan arme jongens en bedelaars te geven want eindjes
zoeken, zoo als aan de Beurs doen ze op de tentoonstelling niet, _Ik heb
met eigen oogen gezien dat Nadaniël er zijn hand in stak; of hij er één of
meer genomen heeft weet ik evenwel niet!_ maar ik vond het vies--en als hij
mij gevraagd had had hij immers een sigaar kunnen krijgen, met liefde.
Wij gingen niet naar binnen maar eerst op het buitenterrein, om een
oppervlakkig gezicht te hebben.
Juist willen wij, naar de Diamanten tentoonstelling gaan, toen een heer
Nadaniël aansprak ik, geloof 't was een franschman: hij zei iets van "pres
of pers". En Nadaniël zei ook pers "en pavieljon.--En toen schudden ze
allebei 't hoofd. "Gepaste weetgierigheid strekt iedereen tot eer."
_(Wijsheid en deugd in klein octavo)_ daarom vroeg ik, wat wou die heer en
Nadaniël antwoordde: "hij vroeg naar 't Pavieljon delapers.--'t ik weet
niet of'k 't goed spel.)
"Wat is dat?" vroeg ik--en hij vertelde me:
Dat is een gebouw voor de heeren die in de Hollandsche en Buitenlandsche
kranten verslag geven van de tentoonstelling en voor de gezelligheid in dat
gebouw zullen zamen komen, als het nog klaar komt vóór dat alles is
afgeloopen.
De diamanten tentoonstelling kan ik niet teruggeven op schriftelijke wijs,
want, beste vrouw! enz: Uw stel is er niets bij en al zoude ik, Uw
betrouwbare vader en bloedverwant u zeggen hoeveel duizenden aan waarde en
schoonheid daar verborgen liggen tentoongesteld, gij zoudt mij niet
gelooven zonder te zien, alhoewel gelooven eigentlijk is, zonder gezien te
hebben.
Het schijnt wel als of Pavieljoenen in de mode zijn, want behalve het
Koningspavieljoen, dat als Z.M. de Koning niet weer op de Tentoonstelling
komt een huis zonder eigenaar is, ziet men nog het Pavieljoen van de stad
Amsterdam.
Gij kunt u niet begrijpen hoe mooi dit gebouw van buiten is. Een prachtig
schilderij is boven de deur zichtbaar uitgestald, ik wou dat ik het had,
als herinnering aan mijn aankomst te dezer stede.
Binnenin zag ik een school en nog een school en wat mij 't meeste beviel
was een groote kaart met al de maten en gewichten er op, Liters en halve
liters, zoo mooi natuurlijk als of ik ze in mijn winkel zag staan gepoetst
met blauwsteen door U dierbare wederhelft als 't niet te duur is zal ik dat
schilderij zien te koopen.
Overigens beschouwde ik de bruggen die afgeteekend zijn maar nog niet
klaar, het slachthuis dat komen zal en al het andere met belangstelling,
maar over de eentoonigheid, niet sprekend.
Met waarheid verwonder ik mij dat een vreemdeling dit Pavieljoen bezoekend
zal denken, dat Amsterdam enkel maar een school is, en als koopstad niet
aanwezig of van nijverheid ontbloot, maar ik heb de wijsheid niet en daarom
hierover niet verder.
Nadaniël bleef nog een heele tijd om naar de schoolbanken enz, te kijken,
maar ik vermeenend genoeg ontwikkeling te bezitten als volslagen man,
wandelde er om heen en in het rond--Of het kwam door dien ik nieuwe laarzen
aan had of door de hobbeligheid van den grond, die nog niet af is evenals
al het andere--weet ik niet maar ik voelde vermoeienis en dorst, daarom nam
ik een glas bier in het groote vat van de Brouwerij de Haan en de Sleutels-
lekker! lekker!- Nadaniël kwam juist uit het Pavieljoen toen ik uit het vat
kwam, een omstandigheid waardoor ik hem niet trakteeren kon, want twee maal
bier drinken aan een stuk is iets wat mij niet invalt en matigheid is een
eerste vereischte om gezond te leven. _(Wijsheid en deugd, in klein
octavo)_ Een eind verder stond ik verbazend voor een prachtig gebouw. Ik
dacht dat het een turksche Moskee was, zooals ik laatst afgebeeld zag op
de kermis in het kijkspul; alles rood en pilaren met goud.
Nadaniël zei me dat het de Sigarentempel van Boelen was. O! beminde vrouw,
kinderen en aanverwanten, welk een pracht, vooráán bij de deur staan,
alweer twee olifanten, aan de eene kant een sigarenmaker, die zooals
Nadaniël beweert ongezond is geworden door zijn vak, hij ziet er dan ook
erg bleek en galachtig uit, geheel het contrarie van het gezonde jongetje
aan de andere kant dat voor 't eerst een sigaartje opsteekt. Een
Engelschman rookt met een vies gezicht een sigaret die hij bij een ander
gehaald heeft, hij draait zijn rug toe aan het gebouw zeker om niet te
laten zien, dat hij bij een concurent heeft gekocht.
Ik tracteerde Nadaniël op een sigaar van een stuiver (op geld zie ik niet
als ik uit ben) en wandelde met hem verder.
Een juffrouw die ik niet goed verstaan kon wenkte mij en spoot me O de
Kolonje in mijn gezicht, 't mensch Was zoo vriendelijk dat ik er verlegen
mee werd en stopte mij een klein fleschje vol in mijn zak, waar ik bij
nader onderzoek 10 stuivers vóór moest geven--weshalve ik het haar teruggaf
en heenging met afneming van mijn hoed.
Als volgens verder gaande bemerkte ik, dat wanneer een burgermensch, niet
gewend zijnde aan slempartijen of drinkgelagen van alles proeven wil wat
drinkbaar wordt aangeboden, dat wil zeggen voor contant geld, veel kans
heeft om boven zijn bier te komen. Nadaniël verleidde mij evenwel nog tot
Meiwijn die overheerlijk was, hoewel ik voor hem betalend f 1.-- voor 2
glazen kwijt werd. Waarom zei hij nu ook niet "pers" dan had ik 50 centen
in den zak gehouden?
Hier en daar ziet men in den omtrek verschillende inzendingen, die nog in
aanbouw zijnde, niemand tevreden stellen. Het zou te veel papier en
penverbruik zijn om voor u waarde nabestaanden alles tot in het kleinste te
beschrijven, daarom behandel ik alleen het voornaamste zoowel
wetenschappelijk, als betrekking uitoefenende op eten en drinken; wat ook
een voorname zaak is in het menschelijk leven.
't Is alsof een mensch op de tentoonstelling, zoo te zeggen, en met verlof
gesproken een gat in den maag heeft, want al weder kon ik de verleiding
niet ontgaan van een glas bier te verwerven aan de tent van P. Schorr. (de
naam heb ik dadelijk opgeschreven omdat ik de heerlijke smaak van het bier
wilde onthouden) Waarde vrouwen kinderen, bij ons schenkt in den
buitentuin, een oude mottige knecht met een pruik het bier; en hier lieve
mooie meisjes, met tirolerhoedjes een verschil dat in het gevoel der jeugd
merkbaar is en ik ben het met Nadaniël eens, die zegt dat Schorr niet half
zooveel zou te doen hebben, als hij een mottige knecht in het buffet zette.
Aperpo die Nadaniël is geloof ik een loszinnig jong mensch, want hij kent
al die jonge dames, ook de O de kolonje juffrouw en hij is er famieljaar
mee want tegen de eene zeit hij Fruile en tegen een ander Marie of
Sofie--hij kent ze bij naam en toenaam, en als ik mij niet bedrieg zag ik
dat hij stiekum, een biermeisje een zoen gaf. Klaas moet de omgang met hem
maar afbreken, zoolang ik er ben is er geen gevaar bij door 't vaderlijk
gezag maar bij afwezigheid daarvan des te meer omdat--_Jeugd vergeet zoo
vaak de deugd, Dan komt lijden na de vreugd_ (Wijsheid en deugd in klein
octavo)--
Wanneer men eenige uren staandevoets is geweest of loopend op het terrein
verlangt men naar rust, deze zelfde eigenschap bevond ik ook bij Nadaniël
die mij liet kiezen of ik in het Hollandsche, Fransche, Duitsche of
Engelsche koffiehuis wilde plaats nemen, tot verpoozing.
Aangezien het mij hetzelfde was, koos ik het Fransche. Geliefde wederhelft
en kinderen, uw vader is erg ongelukkig geweest in de keuze, want een halve
biefstuk en een flesch bier zijn daar vol doende om een burgermensch ten
gronde te richten, eerstens door de weinige beteekenis van de porsie,
tweedens door de groote overtolligheid der betaling.
Waarschijnlijk is dit ook wel de reden, dat er een groote afwezigheid van
publiek heerscht en de bezoekers grootendeels uit "Jannen" bestaan die met
slaperigheid rondzien.
Hier ziet ge alweder uit, dat men zijn Vaderlandsch gevoel niet moet
verloochenen, want in de Hollandsche Restoraatsie is het ruim zoo goed, en
goedkoop. Evenwel ik beklaag mij zelven niet, want behalve dat ik uitrustte
hoorde ik de muziek, die buitengewoon goed is en mij, zoowel als Nadaniël
verheugde, ook door de netheid der muziekanten allen van hooge hoeden
voorzien.
De muziektempel staat in het midden van al de restoraatsie's op een open
ruimte. Om dezelve zijn stoelen, keurig mooie nieuwe stoelen, die met
ordelijkheid zijn geplaatst.
Dieverse mannen met Petten, waar 't woord "Stoelen" op staat, loopen heen
en weer om te zorgen dat er niemand op gaat zitten; en zij zijn betrouwbare
personen die hun plicht vervullen, want er zat ook niemand op--alléén op
een plekje werden zij verschalkt door een paar boeren en boerinnen, maar
die gedroegen zich fatsoenlijk want zonder ruzie of woordenwisseling
stonden zij op, vernemende dat degene die op een der stoelen gaat plaats
nemen, een dubbeltje boete betalen moet. Zij kwamen naast ons zitten en ik
hoorde den boer zeggen: "Een dubbeltje neen! dan leg ik er nog een
dubbeltje bij, dan hoor ik de muziek evengoed en heb een glaasje
"vergunning" op den koop toe."
De Duitsche restoraatsie heb ik niet bezocht, derhalve daarover geen
oordeel.
De Engelsche baar, ziet er uit als een lange toonbank met glazen en
flesschen en jongejuffrouwen, waaronder een verkleede jongeheer, daar
zullen ze mij niet mee beet hebben, ik zag dadelijk aan 't haar, dat die
jongejuffrouw een manspersoon of jongeling was--Die dames vroegen mij iets
wat ik niet verstond en daarom zei ik "Jes", want ik wou aan Nadaniël eens
laten hooren dat ik toch wel iets Engelsch kon. Daar stonden op eens twee
glazen portwijn voor ons. Nadaniël nam er een, zei: "Dank U voor uw
vriendelijkheid en dronk het uit op mijn gezondheid." Alhoewel dit niet in
mijn bedoeling was, kon ik beleefdheidshalve niets anders doen dan het
andere uitdrinken en voor de twee, zestig cents betalen; Deze omstandigheid
leerde mij dat de portwijn in de Baar smakelijk en niet zoo duur is als bij
de Franschen en dat men nooit "Jes" moet zeggen als men niet weet wat een
jongejuffrouw vraagt.--
Ofschoon ik vast besloten had, om niets meer te gebruiken voor ik naar huis
ging, kon ik niet nalaten een glas Nectar te ledigen aan het tentje alwaar
dezelve wordt verkocht.
Ik deed dit niet uit dorst of snoepzucht, maar in 't belang van Klaas,
aangezien dezelve nog geen goud horloge heeft, want al degene die voor 10
cents een glas Nectar drinken, krijgen uit een naaikistje van den eigenaar
een bon voor een goud horlogie, namentlijk als het nommer van den bon
overeenkomt met dat no. waarop bij de tentoonstellingsverloting de hoogste
prijs valt.
Ik offerde dus 10 cents in 't belang van Klaas en daarboven mij zelf op
want die Nectar is een vloeistof, die naar niets smaakt, maar oplossend en
op de gezondheid werkt. Nadaniël heeft mij verzekerd dat het Gemak en
wasch-huisje er naast en de Nectar tent van één onderneming afstammen of
companjons zijn die elkaar den bal toegooien. Ik heb er gelukkig weinig
last van gehad, door de portwijn die verwarmend gewerkt heeft en mij voor
pijn behoedde.
't Werd reeds laat, en wij moesten ons haasten om voor wij naar huis gingen
nog het gebouw der Indische stammen en deszelfs inhoud te kunnen zien.
Daar moest ik weer 25 cent betalen, maar Nadaniël riep "pers" toonde zijn
portret en betaalde niets, (ik geloof dat ik morgen ook mijn portret laat
maken en 't zelfde zeg, dan komt 't mij, al neem ik een dozijn toch nog
goedkooper uit).
O! dierbare wederhelft en bloedverwanten! wat ik daar gezien heb gaat alles
te boven--aan de deur stond een pik zwart negerknaapje die goed Hollandsch
sprekend mij voor 10 cent een boekje wilde verkoopen, dat ik niet nam. Ik
voelde in zijn haar omdat het zoo erg wollig en zwart was en ik weten wou
of het ook afgaf. De jongen zei "blijf van mijn kop, als jij geen tien
centen geven, mag jij niet aankomen"--een voordeelig ventje dunkt U niet?--
Op natuurlijke wijze nagebootst vindt men daar hutten van een soort stroo
of bladeren mij onbekend--en daarbij boschnegers die behalve hun
bovenkleederen, met verlof gezegd ook hun ondergoed en hun hemd hebben
uitgetrokken, de eene heeft een spiksplinternieuwe stroohoed op, maar de
andere is met een veel ouderen hoed bekleed. Ze zitten bij elkaar en
warmen hun handen aan een kacheltje. Nadaniël vertelde mij in 't geheim
dat, ze liever weer te huis in hun bosch zouden zijn en dat ze 't land
hebben omdat zij, die hen naar Holland lieten komen, beloofd hadden dat ze
Z.M. den Koning waarvan ze onderdanen zijn, zouden zien en dat zij het
spreekwoord "veel beloven enz. enz." niet kennen.
De Negerinnen die ik gezien heb zijn precies pijpen Cassano-drop in witte
papieren. Behalve Neger-Engelsch spreken ze Hollandsen en weten heel goed
wat een rijksdaalder of wat een gulden is. Ze hebben negotiegeest ook, zegt
Nadaniël, want ze verkoopen allerlei zaken voor wat ze krijgen kunnen.
't Mulatten kindje ziet er uit als een gepiepte kastanje maar ruikt anders.
Over het algemeen heerscht er in het gebouw een variabele lucht, maar niet
frisch.
De roodhuiden mijn waarde aanverwanten, kan ik niet beoordeelen daar ik
door de jassen, vesten, en broeken waarmede zij overtogen zijn niet veel
van hun huid zag, en ik alleen door de veêren op hun hoofd en hun
gelaatstrekken gelooven moet dat 't roodhuiden zijn. Evenwel meen ik de een
reeds vroeger te hebben gezien als vuureter, die levendige duiven gebruikte
in een tentje van 10 cent bij ons op de Kermis, doch dit kan ook een abuis
van mijnerzijds zijn, daar wil ik afwezen.
Met leedwezen bemerkte ik dat, nademaal het bijna zes uur was, ik voor
heden met de bezichtiging afbreken moest, en daarom gingen wij naar den
uitgang aan de van Baarlestraat om te. vertrekken.
Voor dat ik van het terrein ging zag ik nog iets dat mij onaangenaam, en
ongepast voorkwam; namellijk een tentje met Bijbels en tractaatjes.
Gij weet mijn waarde wederhelft, kinderen en bloedverwanten, dat ik kerksch
en hoewel niet stijl otterdoksch toch behoudend en godvreezend ben en niet
velen kan dat een uwer of anderen spotten met God en zijn gebod en daarom
keur ik het af, dat men aanleiding geeft om met die zaken gekheid of
spotternij te drijven.
Denkt eens aan die man die in het tentje staat geeft aan iedereen
tractaatjes of geschriftjes uit, waarop spreuken en teksten staan.
De meesten zeggen niet eens dankje, lachen om 't geen er op staat, of maken
er aardigheden op. Dit is begrijpelijk omdat men niet in de stemming is,
stichting te ontvangen. Alles op zijn tijd, zeg ik, de Bijbel en de
tractaatjes in de kerk en te huis, maar op de tentoonstelling hoort zoo'n
tentje niet, al was 't maar alleen om de aanleiding die 't geeft tot
spotternij. Zijt gij dit niet met mij eens geliefde familieleden?
Naast den Bijbeltent is men bezig een café-chantant te bouwen. Overwegende
dat ik niet wist wat een café-chantant was en Nadaniël mij een oogenblik
verlaten had tot bezichtiging van de Turksche bazaar, hoewel ik vermoed hij
meer de mooie witte tanden van de dame die er verkoopt bekeek, dan wel de
uitgestalde goederen, zoo wende ik mij tot een heer die bij de Bijbeltent
scheen te hooren om uitlegging wat of ze er naast aanbouwden.
O, geliefde vrouw en kinderen, volgens hem moet het een plaats der zonde
zijn, alwaar lichtvaardige liederen worden gezongen en bij snarenspel en
fluiten verderfelijke dansen worden uitgevoerd, door dames en
balletdanseressen die voor jongelingen hunne verstrikkingen uitspannen. Ik
ga er dus in geen geval heen, al mocht de salon gereed zijn voor mijn
vertrek.
Ik kon niet nalaten op te merken, dat hier alweder de wereldverordening
zichtbaar is, dat zonde en braafheid steeds naast elkander gevonden worden.
Bovendien trof mij de aanwezigheid van het Mohamedaansche geloof, (Tunis)
aan den anderen kant. Dit toeval is treffend. De zonde en de
lichtvaardigheid tusschen Christus en Mahomet. Ook de bakkerij van de
"Voorzorg" is daartusschen bemerkbaar. Daar heb ik mij verlustigd,
namentlijk zoowel in het overheerlijke krentenbrood, dat men er geniet, als
door het ouderwetsche huisje, dat zoo natuurlijk gemaakt is alsof het
leefde. Bij ons en in Enkhuizen ziet men er verscheidene zoo, diensvolgens
alle eer en lof aan den bouwmeester, maar de bakkerij is ook niet
versmadelijk om te zien, door de vlugheid der bewerking en de zuiverheid,
benevens de netheid der bakkers.
Wij reden dus met de tram naar huis, waar Klaas mij opwachtte met
hartelijkheid en osselappen met aardappelen en spinazie die mij na de
vermoeienis goed deden.--Morgen ga ik vroegtijdig weer naar de
Tentoonstelling. Als Klaas vrij af krijgt gaat hij mee en ook Nadaniël.
Vaarwel, ik verblijf uw waarde echtgenoot, vader en bloedverwant.
JORIS KOMIJN.
P.S. Denk er om 's avonds het geld uit de lade te nemen en keer de kazen in
den kelder.
* * * * *
Tweede Dag.
AMSTERDAM, Mei 1883.
_Geliefde wederhelft kinderen en bloedverwanten!_
Heden had onze Klaas een vrijen dag, aangezien zijn patroon, mij als vader
willende vereeren, hem verlof gaf mij te vergezellen, ook Nadaniël heeft
zich tot ons gevoegd.
Om te beginnen meld ik u, dat wij te voet naar de tentoonstelling
wandelden, waardoor ik gelegenheid had eenige der schoonste gedeelten der
stad met bewondering te zien, zooals de bogt van de Heerengracht, de
Vijzelstraat, de Reguliersdwarsstraat, de groote Broodfabriek, het Wale
Weeshuis en meer andere straten.
't Eerste wat mij opviel toen ik het terrein wilde betreden was dat ik nu
een gulden moest betalen voor intrée, zoowel voor Klaas als voor mij
zelven; te samen twee. Nademaal ik den vorigen dag maar 50 cents had
betaald, maakte ik aanmerking tegen de kioskjuffrouw die zich evenwel niet
wilde laten afdingen, zeggende dat er geen kwaad geld bij was. Ik betaalde
dus met een zuchtend gemoed.
N.B. Zend mij cito een bankje van f 25, maar aan geteekend. Adres den heer
J. Komijn, Singel over de Appelenmarkt boven de kruier, 't geld raakt hier
veel gauwer op dan in Medemblik; maar dat is minder, 't is Goddank
aanwezig.
Ik vervolg mijn dagreisboek.
Met aandachtige eerbiedigheid beschouwde ik op het buitenterrein het
standbeeld voor de gevallenen in Atjeh, met bescheidenheid opmerkende dat
dit beeld heel mooi is en overdenkend welk beeld wel passelijk zou zijn als
de oorlog met de Atjineezen voor goed uit is, 't mag dan nog wel eens zoo
mooi en groot zijn. 't Zou zwaar verguld moeten worden ook zegt Nadaniël,
om te herinneren aan de batige saldo's die de Atjehkrijgen gaf.
De Heer Jan Pieterszoon Koen, ook figuurlijk voorgesteld door gips, staat
voor de Koloniale afdeeling en wijst met zijn rechterhand naar den grond,
alsof hij zeggen wil: "Hier is het, de tentoonstelling." Jan Pietersz. Koen
zal u nog wel bekend zijn, als de uitvinder van Batavia uit het stuk van
Van Lennep, dat de rederijkers te Medemblik in den verloopen winter zoo
mooi hebben opgevoerd.
Voor dat ik in de Koloniale afdeeling binnentrad, heb ik met mijn
gezelschap nog verder het buitenterrein bezocht, namentlijk die contrijen
waar ik gisteren niet aan toe kwam. Eerstens de Indische huisjes waarbij
stallen met karbouwen, Oost-Indische paardjes wagentjes enz. enz. enz.
Aangezien de huisjes met matten dicht waren gemaakt, en ik niet
onbescheiden wilde zijn heb ik er niet ingekeken, maar Nadaniël, luisterde
niet naar mijn vermaning en ging er toch in, hij zegt de "pers" is nooit
onbescheiden en 't is haar roeping overal den neus in te steken. Ik
vermeende het anders en hield Klaas terug, hem medenemend naar een groen
geschilderd huisje voor de bloemen enz., hetwelk wij dadelijk weer
verwisselden voor het pavieljoen der stad Parijs dat evenzeer door sluiting
uitmunt en ons deed streven naar de machinegalerij die nog niet gereed is,
maar gedeeltelijk als geraamte zichtbaar, waarover ik mij troosten moet,
want bijaldien ik de machines en de galerij in werking zou willen
aanschouwen moest ik hier minstens nog een maand blijven, iets wat
onmogelijk is, eerstens door de zaken, tweedens door het vele geld dat ik
zou moeten verkwisten wat mij bij mijn beperkte vermogens niet past.
We zijn derhalve de machines die er nog niet zijn voorbij geloopen en
hebben een koffiehuis ontdekt dat de Bomarsjee heet, een naam die
"goedkoop" beteekend. Door de wandeling was ik al weder dorstig en daarom
hebben Klaas Nadaniël en ik aldaar een glaasje bier genoten, dat niet duur
was en overheerlijk.
Het terrein in dien omtrek is vervaardigd van zand. Men heeft mij
ingelicht, dat dit zand eene eksposietsie van de woestijn Sahara is, in
verbindtenis met een pakkisten fabriek en een stroomagazijn, en daaraan is
het waarschijnlijk te danken, dat men zoo moede wordt van het loopen en zoo
droog in de keel; derhalve is de Bomarsjee een publieke weldaad.
Terwijl wij daar eendrachtiglijk zaten vermeende ik weder thuis te zijn in
de achterkamer, want ik hoorde duidelijk onzen buurman Salie
zoethoutstampen. Ik vroeg dus aan Klaas "Is hier een drogist in de buurt?"
waarop hij mij met verwondering antwoordde "Neen vader, maar ik hoor het
stampen ook en zelfs duidelijk hoe de stamper eerst dof op 't zoethout
stoot en dan tusschenbeiden tegen de rand van den vijzel klinkt. Nademaal
er echter geen drogist of apteker in die contrije te bekennen was bemerkten
wij dat het geluid, waarop ons oor viel, van de Gamalang kwam. Daar ik nu
evenmin als gij, dierbare aanverwanten, wist wat de Gamalang is, wendde ik
mij tot Nadaniël die mij uitlegde, dat het een Indisch orkest is dat
speelde. Overmits dit merkwaardig genoeg ter bezichtiging en beluistering
is, gingen wij derwaarts en geef ik u als volgt de duidelijke beschrijving
van deze muziek. Bruine Javanen en Maleiers zitten op hun hurken en spelen
op allerlei wonderlijke dingen. Twee vergulde canapees met vertinde
braadpannen worden met stokken door hen beslagen; een paar groote tinnen
soepketels hangen in de perspektief aan een mooi geschilderde en versierde
galg en aan een dito dito hangen huisschellen. Nu en dan beukt een
chocolaadkleurige man met een onverschillig gezicht daarop, terwijl anderen
met hamers op voetenbankjes slaan, waarop stukken hout en ijzer liggen, die
muziekgeluid voortbrengen. Een maleier met een zwart gezicht, verhelderd
door een grijze snor, piept op een fluitje van riet en een ander strijkt
over een soortement basviool met twee snaren, dewelke een geluid afgeven
zooals onze poes maakt als zij op 't dak zit.
Dan is er nog een trommel, waarop een Javaan nu eens hard dan weer zachtjes
slaat met de vlakke hand en somtijds een geluid verschaft evenals de hond
van Arie Bakker als hij met zijn stompjestaart op den houten vloer
kwispelt. Nog meer instrumenten zijn er die ik niet beschrijven kan. Alles
is buitengewoon met kleuren beschilderd en met goud
verheerlijkt,--prachtig! zoodat ik voor mij alleen overwegende zeggen moest
dat het nog ruim zoo mooi is om te zien dan wel om te hooren.
Ik heb een knoop in mijn zakdoek gelegd om het geluid goed te onthouden,
daardoor ben ik nu in staat om u het genoegen te verschaffen met de
kinderen te huis den Gamalang te hooren, zonder de onkosten van 25 cents
entreé, als men geen pers is.
Waarde wederhelft en kinderen, luistert nu goed naar 't geen ik schrijf:
Neemt het Theeblad van de bovenkamer, zet er behalve het gewone theegoed
een stuk of wat bier- en wijnglazen op haalt uit de keuken een vertinde pan
en een talhout benevens de blikken theestoof. Vervolgens een leeg
botervaatje uit den winkel en de koperen kettingen van de weegschalen,
verder nog uit de keuken, de vijzel en de koffiemolen.
Let nu goed op. Een van u lieve kinderen! moet het theeblad zachtjes heen
en weerschudden, zoodat alles rammelt en rinkelt, nu eens hard dan weer
zacht. Laat moeder met de eene hand op den bodem van het botervaatje slaan
en met de andere, met 't talhout op de vertinde pan, dan kan zij van tijd
tot tijd de blikken theestoof met den voet omschoppen, terwijl de
loopjongen, aan de voordeur, de winkelschel zachtjes laat bellen.
Wanneer Jantje dan op zijn blikken fluitje blaast zoo: "tuut, tuut,
tuurelureluut, tuuteruteruut, tuluut! en Pietje zijn muziektol aftrekt en
daarna de koffiemolen draait, kan de meid, in den vijzel, wat beschuit
stampen en de koperen kettingen laten rammelen--tot afwisseling.
Wanneer ge nu niet te gelijk begint en ongelijk weer uitscheidt, hebt ge
als twee druppelen water de muziek van den Gamalang.
Behalve de mannelijke spelers vindt men ook in de Gamalang nog vrouwelijke
dansmeisjes, die Tandakmeiden heeten. Alhoewel ik vroeger vermeende dat
dansen met de beenen geschiedde, ben ik nu overtuigend verzekerd, dat het
in de Oost met de handen gebeurt, want de Tandakmeiden bewegen alleenlijk
de handen en armen, die zij met vreemdheid verdraaien.
Het mooiste aan haar is het hoofdstel, dat ik op een goede honderd vijftig
gulden aan oud zilver en goud stel, terwijl hare bekleedselen zijn, zooals
de schrift zegt--"vol gestikt met rood goud en de kostelijkste sieradieën,"
maar desniettemin zet de eene een zuur gezicht en kijkt de andere
mankoliek, eene omstandigheid die ik aan het klimaat van de lucht, als
onpasselijk voor haar, toeschrijf.
Klaas vond het nochtans mooi en een heer die naast ons zat, zei dat er
minstens evenveel melodie in de Gamalang was als in de Wagenaarsche muziek,
dat wij alleen maar niet begrepen wáár de melodie zat, en dat men eigenlijk
zoo'n Gamalang in Indië moet hooren op een verren afstand met warm weer en
dan slapend.
Ik voor mij waarde wederhelft en verdere aanverwanten! hoor even lief een
draaiorgel als 't met gevoel wordt bespeeld, of de voorzanger van de groote
kerk wanneer hij niet verkouden is.
Daar we nu toch eenmaal aan het muzikaal genot bezig waren hebben wij ook
het Theelefoon huis bezocht, al waar men door middel van de elektriek van
de lucht een concert dat aan het Tolhuis wordt gegeven op de
tentoonstelling kan verstaan en waarnemen.
Beste vrouw en kinderen, dit is een wonder der natuur waarbij ik verbazend
stil stond. Weet gij wat de Theelefoon eigentlijk is. Neen niet waar!
daarom heb ik mij er omtrent doen inlichten, dat het een toestel is, dat de
spraak der menschen door den electriek overbrengt op onbepaalde afstanden,
onmiddelijk antwoord gevende per zelfde gelegenheid. Nadaniël had mij reeds
verteld, dat wanneer men met verlof gezegd in de Theelefoon "niest" men
onmiddelijk uit Azië, Amerika, Hoorn, Engeland Buiksloot en alle andere
werelddeelen hoort zeggen "wel bekome 't u," ik meende dat Nadaniël
overdreef maar nu ik de Theelefoon heb gehoord kan 't wel waar zijn. O!
dierbare bloedverwanten 't is bepaald eenigszins tooverachtig. Denk eens
aan, men komt in de _Auditions Telefoniques_ (NB) de directeur heeft den
naam voor mij opgeschreven, 't Is er keurig netjes en doodstil; men neemt
twee groote ijzeren oorlepels houdt die aan de ooren en men geraakt op eens
in verrukking door de vroolijke Tolhuis-muziek.
Ik heb mij alles natuurkundig door den vriendelijken heer, die directeur
over het huis is, laten uitleggen en ik deel ter uwer ontwikkeling
hetzelfde mede, luistert dus:
Het instrument bestaat uit een electrieken magneet in een mahoniehouten
kast, en een dito dito in twee groote oorlepels één aan het Tolhuis en één
_te_ Amsterdam. Wanneer nu aan het Tolhuis het orkest bespeeld wordt, trekt
de magneet het muziek aan; de electriek brengt het over de gespannen draden
naar Amsterdam en als gij dan den magneet aan uw oor houdt, trekt uw
gehoorvlies de muziek weer uit den magneet in uw hersens waardoor het u
duidelijk wordt wat men speelt. Mij dunkt nu zult ge goed kunnen begrijpen
wat de Theelefoon is en bewonderend stilstaan voor dit wonder der
schepping, waaruit wij al weder de macht der Natuur en de ondoorgrondelijke
wijsheid der Voorzienigheid vernemen, dankbaar dat ons deze wonderen worden
geopenbaard door de dochter van Madam Angot, die men aan 't Tolhuis liet
spelen, raakte ik in vroolijke stemming.
De muziek was overheerlijk, maar ik vroeg of een stichtelijk lied ook over
de draden ging en de vriendelijke heer theelephoonde naar de muziekanten,
die "Uren, maanden, dagen, jaren" aanhieven, 't welk ik tot mijn
verwondering eveneens met de grootste natuurlijkheid hoorde wederklinken en
daarom met hoedafneming eerbiediglijk meezong. NB. Als men de Theelephoon
niet aan de ooren houdt, is het geluid niemendal, een omstandigheid die
nuttig is als men zaken wil zeggen die geheim zijn voor anderen.
Ook de wassenbeelden muziek uit het Panopticum zal men in de Theelefoon
kunnen hooren en al zoude het ook mijn laatste kwartje kosten, dit
kunstgenot moet ik nog eens smaken, want ook de ziel stemt daardoor tot
nadenken en eerbied voor de kwartgulden, dat heel goedkoop is heeft men wel
drie gulden genot.
Klaas heeft gehoord, dat er ook een verbinding zal gemaakt worden met het
Café-chantant, dit is jammer. Bij natuurwonderen behooren geen
lichtvaardige liederen en ik zou mij schamen als ik de onwelvoegelijke
dansen in mijn hersens trok door den electrieken magneet. Nadaniël beweert,
dat het Café-chantant niets onzedelijk is en dat ik er heen moet gaan,
omdat niemand het verzuimt. Waarde bloedverwanten, als ik het goed overdenk
_moet_ ik er toch wel naar toe, om Klaas er desnoods voor te kunnen
waarschuwen als 't al te erg is. Morgenmiddag wordt het geopend en ik ga er
heen, niet om mijnentwille maar om Klaas; hij is nog zoo jong en onervaren.
Nadaniël is reeds door de wol geverwd en wil mede. Hierover nader. Voordat
we het terrein verlieten zijn we nog in de Indische Kampong geweest, waar
allerlei soorten van loofhutten staan, zooals bij ons, Simon de slager voor
zijn huis zet, als 't loofhuttenfeest is. Evenwel de Indische loofhutten
zijn veel grooter, mooier en hooger op de pooten, ook bemerkt men onder
dezelve een Indiaansche brug van bamboes, zeer mooi gebouwd en eigenaardig
om te zien.
Als alles daar beplant is en er menscheneters, koppensnellers en ander
dergelijk gedierte in hun natuurstaat vertegenwoordigd is, zal de
belangrijkheid toenemen, vooral als er zooals Klaas beweert gelegenheid
komt om de Indi-sche Rijsttafel te gebruiken ineen der gebouwen, dat
zooveel als een restoraatsie wordt.
Al wandelende viel ons oog op het Maastrichtsche bier hetwelk wij met een
bezoek vereerden en dat ik, nademaal Klaas en Nadaniël beiden verzekerden
dat, dit Bier een volksdrank moet worden met oplettendheid heb onderzocht.
Het Maastrichtsche bier is uitmuntend voor den dorst en vindt veel aftrek
voor de liefhebbers, ik geloof dat het ook erg gezond is. Voor mij
partiklier beste vrouw beviel het niet. Nadaniël zei mij dat het 't oudste
bier van Nederland is en dat 't daarom zoo zuur smaakt, min of meer naar
zure appelen, waarvan het ook de werking op de ingewanden heeft.
Hoe verschillend de smaken zijn in het menschelijk leven ziet men hier
alweder ten duidelijkste want er worden groote hoeveelheden van gedronken.
Met suiker er in, moet een goed voorbehoedmiddel voor de cholera zijn zegt
Nadaniël, die liever Pilsener drinkt al is het duurder. Hij zegt het
Pilsener van Fisslthaler is het lekkerste bier van de heele tentoonstelling
en de bediening in zijn biertent laat niets te wenschen over.
Behalve het gebouw van 't Maastrichts vindt men daaromtrent nog het huisje
van den Volksbond tegen drankmisbruik, dat heeft men met wijsheid ver van
de restoraatsie die "Vergunning" hebben en heel ver van 't likeurenhuis van
de erven Lucas Bols gezet om geen ruzie te maken.
Aperpo van Lucas Bols; morgen ga ik er naar toe. Ik heb een uitnoodiging
gekregen om de likeuren te komen proeven en zal u waarde echtgenoote, omdat
ge zooveel van aniesette en kurassou houdt, de smaak der likeuren duidelijk
beschrijven, dan hebt ge er toch personeel ook iets aan dat ik hier ben;
daarover dus nader.--
Voor dat ik besloot om het binnengedeelte der tentoonstelling te gaan zien,
heb ik nog een oppervlakkige wandeling gemaakt over het terrein om alles
wat ik nog niet had gezien, goed in mijn geheugen te prenten. Ik merkte de
tent op waar allerlei artiekelen worden verkocht ten voordeele van de
_Weezenverpleging in het huisgezin_. Veel menschen loopen er voorbij omdat
zij gelooven dat alles er schreeuwend duur is. Waarde echtgenoot en
kinderen! ik ben overtuigd geworden van het contrarie; ik kocht er voor de
kleintjes een verrassing en was zeer tevreden over de billijkheid der
prijsberekening. Dit is een natuurlijk gevolg van de welwillendheid der
menschen die de artikelen meestal kado gaven, zoodat ze goedkoop kunnen
worden verkocht. Zeg dit aan Kees Vrieman die met zijn vrouw naar de
tentoonstelling wil, dan kan hij ook iets koopen goedkoop en voor een goed
doel.
Zoo vindt men ook nog een tent voor verminkten, dat wil zeggen een kiosk,
waar men iets geven kan voor menschen die door een of ander ongeval een
lichaamsdeel hebben verloren. Men vindt er kunstarmen en beenen; ik heb 't
adres opgeschreven van den maker, men kan nooit weten waar 't goed voor is,
als men een groot huishouden heeft,--ook met het oog op u waarde vrouw! die
dikwijls zoo'n geweldige rimmathiek in den rechterarm heeft, waarvan het
eind en de gevolgen nog niet te overzien zijn.
Bij de melk-inrichting heb ik langen tijd staan kijken, om eens te zien of
ze daar ook met de melk knoeiden, maar 't verheugd mij u te kunnen
mededeelen dat alles zuiver in zijn werk gaat en dat we in Medemblik zelfs
geen betere waar hebben.
Om u al de kraampjes en winkeltjes beschrijvend te doen verstaan is niet
gemakkelijk, nademaal er te veel zijn en men, wanneer men overal iets zou
willen koopen, wel een zak rijksdaalders mag medenemen--ten minste wanneer
men geen vodden of kleinigheden wil verwerven. Ik heb bijna een turksche
schaal voor u gekocht, waarde wederhelft! en ik had het voornemen u
daarmede te verrassen, maar aangezien dezelve bij nader onderzoek te duur
was, bepaalde ik mijn zin voor u, op een naaldenkoker van been,
voorstellende met natuurlijkheid een perreplu en in deszelfs knop een
potografie der Tentoonstelling in het verkleind. Dit laatste is de
verrassing!
Hoeveel tentjes met koopwaar er wel zijn is onnoemelijk om te zeggen, want
een ieder viguleert thans op de bezoekers, hopende zijn kramerijen en
andere artikelen kwijt te raken tot civiele of onciviele prijs alnaarmate
voor hem verkrijgbaar is.
Nademaal ik nu het buitenterrein voor 't gedeelte betreffend, dat gereed
is, genoegzaam had bekeken en er nog tijd overschietend was vóór de
sluiting en ik bovendien de uitnoodiging van Lucas Bols tot beproeving van
deszelfs likeuren in den zak had besloot ik nog heden dit werk te
ondernemen want