Dl. I, pag. 29.]

De groot-vizier ging heen, om dit aan zijne dochter mede te deelen, en

Scheherazade legde deswegens eene zoo groote vreugde aan den dag, als of

hij haar het aangenaamste nieuws ter wereld had gebragt. Zij bedankte

haren vader van haar dus verpligt te hebben, en zijne smart ziende,

zeide zij, om hem te troosten, dat zij de hoop koesterde, dat het hem

niet zou berouwen, haar aan den sultan te hebben uitgehuwelijkt, maar

dat hij integendeel reden zou hebben zich deswegens zijn leven lang te

verblijden.

Zij was er nu slechts op bedacht haar toilet te maken, en koos daartoe

de kleeding, die haar het bevalligst stond, opdat hare schoonheid,

als zij voor den sultan verscheen, op het voordeeligst mogt uitkomen.

Vóór haar vertrek nam zij echter hare zuster Dinarzade alleen en zeide

tot haar: „lieve zuster, ik heb in eene belangrijke zaak uwe hulp

noodig, en bid u mij die niet te weigeren. Mijn vader zal mij tot den

sultan brengen om zijne gade te zijn. Laat u dit nieuws echter niet

verschrikken, maar hoor mij geduldig aan. Zoodra ik voor den sultan

verschijn, zal ik hem verzoeken te veroorloven, dat gij den nacht

in de bruidskamer moogt doorbrengen, opdat ik uwe mij zoo waarde

tegenwoordigheid dien nacht nog zou kunnen smaken. Indien mij deze

gunst, gelijk ik hoop, wordt toegestaan, wees er dan op bedacht mij

morgen een uur voor dat de dag aanbreekt te wekken, en mij aldus toe te

spreken: zuster, indien gij niet slaapt, zoo bid ik u, onder afwachting

van den dag, die weldra zal aanbreken, mij eene van die schoone

vertellingen te verhalen, waarvan gij er zoo velen weet. Dan zal ik

dadelijk aan den sultan daartoe verlof vragen en er u eene zeer fraaije

vertellen. Door dit middel vlei ik mij de nieuwsgierigheid des sultans

zoodanig gaande te maken, dat hij, het einde willende weten, mij niet

zal doen dooden. Zoodoende wil ik trachten het geheele volk te bevrijden

van de ontsteltenis en schrik waarin het verkeert.” Dinarzade zeide met

genoegen te zullen doen wat hare zuster verlangde.

Toen het uur naderde, dat de sultan gewoon was zich ter rust te

begeven, bragt de groot-vizier Scheherazade naar het paleis, en

keerde terug na haar tot aan het vertrek van zijn' heer begeleid te

hebben. Zoodra de vorst haar zag binnenkomen, beval hij haar zich te

ontsluijeren en hem haar aangezigt te laten zien. Hij vond haar zoo

schoon, dat hij er verrukt van was, en ziende dat zij weende, vroeg hij

naar de oorzaak daarvan. „Sire,” antwoordde Scheherazade, „ik heb eene

zuster, die ik eene teedere genegenheid toedraag en die mij zeer lief

heeft, ik zou wenschen, dat zij den nacht in deze kamer doorbragt, om

haar tot het laatste oogenblik bij mij te zien en dan nog eenmaal

vaarwel te kunnen zeggen. Wilt gij toestaan, dat ik de voldoening

smaak haar dit laatste bewijs mijner toegenegenheid te kunnen geven?”

Schahriar gaf zijne toestemming en Dinarzade werd daarvan terstond

verwittigd, die niet toefde spoedig te komen. Het praalbed van den

sultan en Scheherazade was op eene estrade of verhevenheid geplaatst,

zooals dit bij de Oostersche vorsten gebruikelijk is. Daaronder had men

voor Dinarzade een bed gespreid.

Dinarzade, een uur vóór het aanbreken van den dag ontwakende, verzuimde

niet, te doen zoo als hare zuster haar had aanbevolen, „Lieve zuster,”

riep zij, „indien gij wakker zijt, zoo bid ik u dat gij mij, onder

afwachting van den dag, welke dra zal aanbreken, eene van die aangename

en verwonderlijke vertellingen verhaalt, waarvan gij er zoovelen

weet.” „Helaas, het zal misschien voor de laatste maal zijn, dat ik

dit genoegen smaken kan.” Scheherazade, in plaats van hare zuster te

antwoorden, wendde zich tot den sultan. „Sire,” zeide zij, „behaagt het

uwer majesteit mij te veroorloven, dat genoegen aan mijne zuster te

geven?” „Van ganscher harte,” antwoordde de sultan. „Luister dan,” zeide

Scheherazade aan hare zuster, en vervolgens het woord tot Schahriar

rigtende, ving zij aan als volgt:

Duizend en één Nacht. Arabische vertellingen. Eerste deel · 第 8 / 29 题