[1] Dit bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden,
daar in de allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit
Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld is.
[2] "Eenige Arabische strijdschriften besproken" (Tijdschrift van
het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Deel XXXIX,
blz. 379-427).
[3] In "De Gids" van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar
opgedane ervaringen.
[4] Grothe werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne
hoedanigheid van Duitscher als "onze vriend" aangeduid, hetgeen hij
met bizim dost in plaats van dostumuz weergeeft, en als Turksch
voor Duitscher schrijft hij steeds Alemanly in plaats van Alman
of Almanjaly.
[5] Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers
tijdschrift "Der Islam", Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in
M. Hartmanns "Islampolitik" in "Koloniale Rundschau", 1914, Heft 11-12,
met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat
mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder
de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen
hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont
zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet
alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben
als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm
bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de
Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. "Die
anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für
die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche
Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen,
die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind,
und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen
ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht
den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen,
etc." Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare
uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene
kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing
brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose
van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden.
[6] Het behoort tot eene lange reeks van "Politische Flugschriften",
die door Ernst Jäckh worden uitgegeven, en waartoe alweder Fürst
von Bülow en andere beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf
verder in de verzameling "Bonner Vaterländische Reden und Vorträge
während des Krieges" eene voordracht over "Deutsch-Türkische
Interessengemeinschaft", in de Süddeutsche Monatshefte een opstel
"England und Egypten", en in "Das Grössere Deutschland" een artikel
"England und der Islâm".
[7] Wij citeeren hier slechts enkele uitlatingen van oriëntalisten,
en laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier
studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking
brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde.
[8] Ik geef hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann's
geschriften, uit de allerlaatste jaren: "Der Islam 1908" (in:
Mitteilungen des Seminars für Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII,
Abt. II, 1909), "Die Arabische Frage", Leipzig 1909, "Der Islam",
Leipzig 1909, "Die neuere Literatur zum turkischen Problem"
in: Zeitschrift für Politik 1909, "Unpolitische Briefe aus der
Türkei", Leipzig 1910, "Islam, Mission und Politik", Leipzig 1912,
"Fünf Vorträge über den Islam", Leipzig 1912, "Das Ultimatum des
Panislamismus" (over den heiligen oorlog tegen Italië) in: Das Freie
Wort Jahrg. XI, No. 16, "Mission und Kolonialpolitik" in: Koloniale
Rundschau, Heft 3, März 1911.
[9] "Panislamismus" (in: Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII,
1904).
[10] "Der Islam und die Kolonisierung Afrika's" in: Internat.
Wochenschrift für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. 1910.
[11] Wel een passend attribuut voor politieke vriendschap!