GEÏLLUSTREERD MET PLAATJES NAAR
TEEKENINGEN VAN L. W. R. WENCKEBACH,
JAN VAN OORT EN JAN VOERMAN Jr.
1906
BAKKERIJ „DE RUIJTER”
DER FIRMA VERKADE & COMP.
Het was op een voorjaarsavond, gezellig tegenover elkander zittende,
dat wij aan den praat raakten over ons album No. 3, dat toen pas was
uitgekomen en in slechts enkele weken zijne bestemming gevonden had
door gansch het land.—Zoo’n album met de plaatjes, teksten, en alles
wat er aan vast is, kost veel tijd van voorbereiding; heel een
organisatie van teekenaars, drukkers, binders en pakkers komt er bij te
pas, en is het eenmaal verschenen, dan komt van zelf de vraag: „Wat nu?
Hoe kunnen wij, geleerd door de ervaring van vorige uitgaven, een
volgend jaar iets beters leveren, iets wat nog meer voldoet aan het
doel, dat wij ons speciaal in de laatste jaren voor oogen stelden, n.l.
om het geld, dat wij voor reklame uitgeven, zoo practisch en tevens zoo
nuttig mogelijk te besteden?”
En al pratende lokte het eene denkbeeld het andere uit. Eerstens wilden
wij een beslist Nederlandsch werk leveren: plaatjes met Hollandsche
voorstellingen, door landgenooten ontworpen, gereproduceerd en gedrukt,
het album hier gemaakt, gedrukt en gebonden, het papier er voor van
eene Nederlandsche firma.
Dan wilden wij zoo gaarne, dat de plaatjes niet alleen de verzamellust
der kinderen zouden bevredigen, maar ook dat ouders en anderen er
vreugde van zouden kunnen hebben,—dat er voor allen wat uit te leeren
zou zijn, wat hun lust tot opmerken zou prikkelen, hunne liefde voor de
natuur zou vergrooten. En toen stond het plan ons spoedig geheel voor
den geest: wij zouden eene vertelling trachten te geven van het jaar,
van de verschillende jaargetijden, van bloemen, vogels, vlinders,
kevers, die overal te vinden zijn in ons kleine land, doch die maar
door enkelen worden gekend.
Natuurlijk kwamen ons toen dadelijk in de gedachte de aardige boekjes
van Heijmans en Thijsse: In Sloot en Plas, Hei en Dennen, enz. en de
artikelen van Thijsse in het „Alg. Handelsblad”, en wij namen ons voor
een dier heeren te vragen, of hij ons helpen wilde in ons streven, om
het geld, dat wij nu eenmaal moeten uitgeven om aan onze producten die
bekendheid te geven, die voor den bloei onzer zaken noodig is, nuttig
te besteden, ten bate van eene breede schare van lezers en lezeressen,
zoo oud als jong, in het belang van verbreiding van kennis onder hen en
het aankweeken van liefde voor alles wat groeit en bloeit in onze zoo
mooie natuur.
Dus niet een album alleen, maar een boek, en ter illustreering van den
tekst de plaatjes, die wij bij onze artikelen pakken. Een boek dat
geïllustreerd zal zijn tegen dat de Lente opnieuw haar intrede doet.
Een boek, dat een deel zou kunnen vormen van eene volgreeks: Lente,
Zomer, Herfst en Winter, een boek geschreven door eenen scherpen
waarnemer, versierd met oorspronkelijke en daarbij behoorende
teekeningen, welke het bloempje en plantje of vogel en vlinder, zoo
getrouw mogelijk weergeven.
Wij waren in onzen schik met deze vondst, en togen aan den arbeid, of
juister nog de heer Vlaanderen, die onze afdeeling reklame beheert. De
heer Thijsse verklaarde zich bereid het boek te schrijven, de
teekenaars Jan van Oort en L. W. R. Wenckebach te Amsterdam en Jan
Voerman Jr. te Hattem namen het ontwerpen en teekenen der plaatjes op
zich, terwijl de reproductie daarvan werd toevertrouwd aan de heeren
Roeloffzen-Hübner & Van Santen, Amsterdam en den heer S. Bakker Jzn.,
Koog a/d Zaan. De tekst werd gedrukt door de firma Mouton & Co., Den
Haag, op papier, geleverd door de firma Van Gelder Zonen, Wormerveer;
het binden geschiedde door de heeren Stokkink & Van Lith, Amsterdam.
Wij noemen deze namen, omdat wij in het begin zeiden, dat het geheel
een zuiver Nederlandsch werk zou vertegenwoordigen, en tevens om de
heeren dank te brengen voor de goede zorgen, die zij aan een en ander
hebben besteed.
Eén vraag dringt zich thans aan ons op: zullen wij op den ingeslagen
weg voortgaan, zullen wij spoedig na het uitkomen van dit album kunnen
besluiten een volgend jaar een vervolg daarop te geven, getiteld
„Zomer”? Dit hangt van U af, waarde lezer. Hoe spoediger wij weten, dat
het boek „Lente” met de daarbij behoorende plaatjes U bevalt, hoe
liever wij dit hebben, dan kunnen gedurende den zomer de bloemen,
vogels en insecten uitsluitend naar de natuur worden geteekend, en ook
voor den schrijver van den tekst heeft het veel waarde wanneer hij zoo
vroeg mogelijk weet, of het vervolg op „Lente” verschijnen zal, ja dan
neen. Wanneer gij derhalve plaatjes ter ruiling zendt, schrijft ons dan
of gij met ons plan instemt.
Wij besluiten met den wensch, dat „Lente” de kring van onze jeugdige
vrienden zal vergrooten en de kennis en de liefde tot de natuur zal
vermeerderen.
Firma VERKADE & COMP.