IV Apotheose: Na ~dien~ tijd..... enz.

Laatst zou ze hem weer op een verhaal trakteeren.

„He ja Moeder,” zei 't ventje. „Maar dan eens niet zoo'n verhaal van „na

~dien~ tijd.””

Ik merk met schrik, dat m'n verhaal van Trui ook veel gaat lijken op een

van „na dien tijd.”

Nee hoor, ze werd heusch geen suikeren engel. Ze was en bleef 't zelfde

lastige, dwarse, humeurige kind en ze maakte nog even vaak ruzie met

haar klasgenootjes. Maar ze deed 't niet meer met opzet, ze probeerde

werkelijk, goed op te passen. Natuurlijk lukte dat den eenen keer beter

dan den anderen, maar dan begonnen we allebei den volgenden dag weer

net, of er niets gebeurd was.

En één dag herinner ik me, toen heeft ze zichzelf overtroffen. 'k Was

erg verkouden en zoo heesch, dat 'k geen geluid kon geven. Toen om negen

uur de bel ging, riep ik fluisterend de clementie van de klas in. Ik

schreef wat werk voor ze op 't bord en dacht bij mezelf: „Hoe komt die

dag om!”

Ze hebben allemaal hun best gedaan, dien dag. Maar 't is niet allen even

zwaar gevallen. Een ordelijk rustig kind heeft niet veel moeite, met

eens een dag extra stil te zitten. Maar dat ik Trui dien heelen langen

dag niet één keer heb hoeven te verbieden! Kunnen wij volwassenen ons

zelfs maar indenken, hoeveel inspanning het dat ongebonden, balsturige

schepseltje heeft gekost, om vijf volle uren lang stil te zitten en

gehoorzaam te wezen en alles te doen waar ze een hekel aan had, zonder

ook maar één keertje te zondigen?

Ik vind, dat ze dien dag de gouden medaille voor zelfbeheersching heeft

verdiend.

Kinderen uit m'n klas · 第 14 / 24 题