ALEWIJNS RIJKDOM.

Heer Diederik wenschte nog eenigen tijd in het veroverde kasteel

te vertoeven; in dien tijd hadden zijn mannen natuurlijk niet veel

te doen; ze konden dus vrij rondloopen en op allerlei wijzen zich

vermaken. Alewijn hield veel van visschen, en, daar hij in den omtrek

eenige plassen ontdekte, die rijk aan visch waren, had hij op die

wijze al spoedig een aangename tijdkorting gevonden. Terwijl hij eens

met zijn hengel in de hand, geduldig wachtende, bij een beekje stond,

kwam er een vrouw op hem toeloopen. Het was het moedertje, bij wie

de jonker een schuilplaats had gezocht.

"Gelukkig, dat ik je zie," sprak ze.

Alewijn, de Lijfeigene: Historisch verhaal uit de 12e eeuw · 第 23 / 38 题