WATERPLANTEN MET GESTEELDE BLADEREN.

30. Bloemen wit 31

Bloemen geel, tusschen de bladslipjes zitten kleine blaadjes 34

Bloemen paars 36

Bloemen ongekleurd 37

31. Vier meeldraden, drijvende bladeren ongedeeld met verdikte

bladstelen.

Waternoot. Trapa natans.

Vijf meeldraden, bloemen in schermen.

Moerasscherm. Helosciadium inundatum.

Meer dan 5 meeldraden, bloem gevormd als een boterbloempje 32

32. Alle blaadjes fijn haarvormig verdeeld 33

De drijvende blaadjes zijn onverdeeld.

Waterranonkel. Batrachium aquatile.

33. Bladslippen in ’t rond uitgespreid. Stijf.

Waterranonkel. Batrachium divaraticum.

Bladslippen niet in ’t rond uitgespreid en slap.

Waterranonkel. Batrachium fluitans.

34. Blaasjes aan alle of de meeste bladeren verspreid 35

Blaasjes afzonderlijk aan een onbebladerden stengel.

Middelst Blaasjeskruid. Utricularia intermedia.

35. Slechts 1 of 2 blaasjes aan de bladeren, aan enkele geen

een.

Klein Blaasjeskruid. Utricularia minor.

Veel blaasjes aan de bladeren. Gewoon Blaasjeskruid.

Utricularia vulgaris.

36. Bloemen mooi groot, in kransen van vijf of meer.

Waterviolier, Hottonia palustris.

Bloemen klein, in dicht opeenstaande kransen, omgeven door

fijn verdeelde blaadjes.

Kransvederkruid. Myriophyllum verticillatum.

Bloemen klein, in ruim staande kransen met kleine

steunblaadjes.

Aarvederkruid. Myriophyllum spicatum.

Bloemen niet in kransen.

Teer vederkruid. Myriophyllum alterniflorum.

37. Bladeren in kransen van vier, regelmatig verdeeld. Zie onder

No. 36. Myriophyllum.

Bladeren in veeltallige kransen, ongelijkmatig verdeeld. 38

38. Vrucht met 3 doorntjes, bladeren stijf.

Gedoornd Hoornblad. Ceratophyllum demersum.

Vrucht met 1 doorntje, bladeren slap.

Ongedoornd Hoornblad. Ceratophyllum submersum.

In sloot en plas · 第 17 / 17 题