23. De bloempjes hebben meeldraden en stampers 24
De bloempjes hebben òf alleen meeldraden òf alleen stampers. 27
Er zijn geen bloempjes aan de plant, wel een soort van
vruchtjes, zoo groot als erwten.
Pilkruid, Pilularia globulifera.
24. Twee meeldraden 25
Drie meeldraden 26
Vier meeldraden.
Klein Fonteinkruid. Potamogeton pusillus.
Zes meeldraden.
Priemkruid. Subularia aquatica.
25. Vier stampers.
Snavelruppia. Ruppia rostellata.
Acht stampers.
Zeeruppia. Ruppia maritima.
26. Kleine bloempjes met 6 dekblaadjes.
Bloembies. Juncus supinus var. fluitans.
Bloempjes zonder dekblaadjes.
Vlottende bies. Scirpus fluitans.
27. Bloempjes onduidelijk, ongesteeld 28
Enkele bloempjes langgesteeld, met meeldraden die ver naar
buiten uitsteken.
Oeverkruid. Littorella juncea.
28. Bladeren niet langer dan 6 cM., bloemen in de hoeken
tusschen blad en stengel (bladoksels).
Zanichellia.
Bladeren langer dan 1 dM., meestal veel langer, zeeplant 20
29. Bladeren met slechts 1 of 3 duidelijk zichtbare nerven.
Klein Zeegras. Zostera nana.
Bladeren met 5–7 nerven.
Zeegras. Zostera marina.