J. P. T.

LIJST, OM DE NAMEN TE VINDEN VAN DE VOORNAAMSTE NEDERLANDSCHE

WATERPLANTEN.

Wij noemen alleen die planten waterplanten, die in ’t water groeien en

geheel door ’t water gesteund worden; sommige drijven los aan de

oppervlakte rond, andere zweven geheel onder water, de meeste wortelen

in de slijkbodem. Alleen hun bloemen steken boven water in de lucht

uit. Planten, zooals riet, lisschen, lischdodden, die wel met hun voet

in ’t water staan, maar waarvan de bebladerde stengels zich steeds in

de lucht verheffen, worden niet tot de waterplanten gerekend. Want die

kunnen ook in vochtigen bodem tieren.

1. De plant bestaat uit niets anders dan ronde of langwerpig 2

ronde groene schijfjes, met of zonder wortels, niet grooter

dan een paar m.M. Kroos

De plant heeft een duidelijken stengel met bladeren 5

2. Schijfjes, zoo groot als een speldeknop, zonder wortels.

Wortelloos Kroos. Lemna arrhiza Linn.

Schijfjes worteldragend 3

3. Eén worteltje aan elk schijfje 4

Meer dan één worteltje.

Veelwortelig kroos. Lemna polyrrhiza Linn.

4. Schijfjes langwerpig rond, aan één zijde in een punt

uitloopend.

Puntkroos. Lemna trisulca Linn.

Schijfjes rond, aan de onderzijde halfbolrond.

Bultig kroos. Lemna gibba Linn.

Schijfjes rond, aan de onderzijde vlak.

Klein kroos. Lemna minor Linn.

5. Plant met bladeren, aan den rand met stekeltjes bezet. 6

Geen stekeltjes langs den bladrand 8

6. Veel bladeren in één bundel bijeen, bloemen wit.

Scheeren. Stratiotes aloides Linn.

Bladeren aan een stengel, bloemen groen en onduidelijk. 7

7. Het onderste deel van het blad heeft gave randen.

Groot Nymfkruid. Najas major All.

Onderste deel van het blad fijn uitgetand.

Najas minor All.

8. De blaadjes drijven op ’t water in twee regelmatig geordende 9

rijen

Blaadjes niet in rijen 10

9. Blaadjes langwerpig rond duidelijk afzonderlijk.

Salvinia natans.

Blaadjes dicht opeen, zoodat ze te samen een veelhoekig

geheel vormen.

Rood kroos. Azolla.

10. Alle bladeren zijn onverdeeld 11

De bladeren of ten minste de ondergedompelde zijn verdeeld 30

of samengesteld

11. Ronde bladeren 12

Langwerpige bladeren (hoogstens 7 maal zoo lang als breed) 15

Grasachtige bladeren (minstens 12 maal zoo lang als breed) 23

12. Bloem wit (soms met een geel hart) 13

Bloem geel. 14

13. Bloemkroon bestaande uit 3 witte blaadjes.

Duitblad. Hydrocharis morsus ranae.

Bloemkroon bestaande uit meer dan twintig groote witte

bladen.

Witte waterlelie. Nymphaea alba.

14. Vijf meeldraden.

Watergentiaan. Limnanthemum nymphaeoides.

Meer dan 10 meeldraden.

Gele waterlelie. Nuphar luteum.

15. Bloempjes bij minstens 2 tegelijk op rechte stelen boven ’t 16

water uitstekend. Fonteinkruiden

Bloempjes alleenstaand op een steel 20

Bloempjes ongesteeld 22

16. Tweeërlei bladen: breede, die op ’t water drijven en smalle 17

onder water

Alle bladen ongeveer eender van vorm 18

17. Drijvende bladeren meer dan 4 cM. groot, ondergedoken

bladeren duidelijk gesteeld.

Drijvend Fonteinkruid. Potamogeton natans.

Drijvende bladeren korter dan 4 c.M., ondergedoken bladeren

ongesteeld.

Grasbladig Fonteinkruid. Potamogeton gramineus.

18. Alle bladeren twee aan twee.

Dicht Fonteinkruid. Potamogeton densus.

Sommige bladeren alleenstaand 19

19. Stengel door den voet der bladeren heen gegroeid.

Doorgroeid Fonteinkruid. Potamogeton perfoliatus.

Stengel vrij, bladrand gekroesd.

Gekruld Fonteinkruid. Potamogeton crispus.

Stengel vrij, bladrand fijn getand.

Glanzig Fonteinkruid. Potamogeton lucens.

In sloot en plas · 第 14 / 17 题