Met geweldige kracht had een man zich door de massa een weg gebaand en
drong nu naar het brandende huis toe.
De brandweerlieden, die hem den weg wilden versperren, duwde hij met
sterke hand ter zijde en voordat iemand nog goed wist wat er gebeurde,
had hij reeds de onderste sporten der brandladder beklommen.
Een rauwe kreet steeg op uit gansch de menigte, toen de man met groote
snelheid naar boven klauterde.
Daarop volgde ademlooze stilte.
Alle harten schenen stil te staan en aller oogen waren gericht op de
vlammenzee.
De spanning was hevig en eenige vrouwen vielen flauw van angst.
Nu had de man het venster bereikt, waaruit de brandweerman zoo juist de
bewustelooze vrouw had gedragen.
Eén oogenblik slechts zag men zijn donkere gestalte in de gloeiend
roode vensterholte staan.
Even wendde zich de vreemdeling om en riep:
„Verder spuiten!”
Toen was hij verdwenen.
Angstige minuten volgden.
Onafgebroken slingerden de spuiten watermassa’s in het vuur.
Toen weerklonk plotseling een duizendstemmige jubelkreet door het
luchtruim.
Boven, heel boven, op de hoogste sport van de brandladder stond de
redder en hield een kind op zijn armen.
De vlammen verzengden zijn kleeren en sloegen aan alle kanten om hem
heen, terwijl de brandweermannen breede waterstralen spoten naar den
moedigen redder, die nu de ladder begon af te dalen.
Toen het grootste gevaar voor den koenen man was geweken, en luide
jubelkreten alom opstegen, stortte het dak ineen en de oplaaiende gloed
zette den redder met zijn last in daghelderen schijn.
Baxter en Fournier waren langzamerhand tot op de eerste rij gekomen en
stonden de geheele redding met open mond mee aan te staren.
Daar! Eensklaps werd het gelaat van den man op de ladder verlicht en
uit beider mond klonk het tegelijkertijd:
„Raffles!”
Baxter gaf in allerijl aan de omstaande politie-mannen bevel, den man,
zoodra hij een voet op den bodem had gezet, in hechtenis te nemen.
De redder had nu den voet op den bodem gezet en de overgelukkige moeder
drukte haar kind in de armen.
Alles verdrong zich om den held. Deze voelde plotseling, dat hem een
hand op den schouder werd gelegd en toen hij zich omkeerde, zag hij
Baxter, die met twee agenten op hem was toegetreden.
In hetzelfde oogenblik gebeurde iets vreeselijks. Een brandende balk
stortte plotseling naar omlaag en sleepte in zijn val een der
brandweermannen mede.
Een kreet van ontzetting werd geslaakt.
De ongelukkige man had bij den val den nek gebroken.
Baxter, Fournier en de agenten waren onwillekeurig terzijde gesprongen
om niet door den vallenden balk te worden getroffen.
Toen de eerste schrik voorbij was, keken ze om naar den gearresteerde.
Deze was echter verdwenen.