J. R.”

Van Brixen had den brief op half luiden toon gelezen en Fournier volgde

ieder woord in gespannen aandacht.

Zijn gelaat werd vaalbleek.

Als gebroken zonk hij in zijn stoel. Iedere hoop was vervlogen en wat

hij had gedroomd, was tot waarheid geworden.

Van Brixen was tamelijk rustig.

Het verlies, dat hem had getroffen, beteekende niet veel.

Het snoer had wel groote waarde, maar zoo’n som kwam bij hem, den

multi-millionair, niet in aanmerking.

En de wensch van Tatjana, dat zijn dochter het huis zou verlaten, was

nu toch ook vervuld.

De wraak van John Raffles vreesde hij niet. Geld en kostbaarheden

konden gemakkelijk bij de een of andere Bank worden ondergebracht.

Maar Fournier was veel te razend om naar al die redeneeringen te

luisteren en het einde was, dat de vrienden hoog loopende ruzie kregen

en dat de Franschman naar de Bank ging om te hooren, of inderdaad op

zijn naam het kapitaal was weggehaald.

Het was maar àl te waar!

Toen reed hij terstond naar Scotland Yard om inspecteur Baxter alles

mee te deelen.

Baxter was razend, toen hij hoorde, dat Raffles weer aan den gang was

en hij zwoer, dezen keer den gentleman-dief te zullen pakken.

En hij begon den geheelen boel in rep en roer te brengen om een

drijfjacht aan te vangen op Lord Lister.

Lord Lister No. 0039: De krankzinnige van Hanwell · 第 14 / 27 题