Aldaar. Een ander vertrek in het paleis.
Koning Hendrik, Northumberland, Worcester, Heetspoor, Sir Walter
Blunt en Anderen komen op.
KONING HENDRIK. Te koel en te gematigd was mijn bloed,
Niet vatbaar om bij zulk een hoon te koken;
En dit hebt gij ontdekt, want daarom treedt gij
Op mijn lankmoedigheid; maar, wees verzekerd,
Van nu af wil ik meer zijn naar mijn rang,
Geweldig, schrikbaar, niet zoo naar mijn aard,
Die glad als olie, zacht als dons geweest is,
En daarom dat ontzag niet heeft erlangd,
Dat enkel trots aan trotsche harten afdwingt.
WORCESTER. Ons huis verdient het luttel, heer en vorst,
Dat hoogheid met haar geeselroê het treff',
En wel een hoogheid, die onze eigen handen
Tot zulk een peil verhieven.