II. TREINTJE SPELEN.

"Moesje, toe, zegt u

maar ja,"

Vleien Hans en Jantje,

En het kleintje streelt

haar wang

Met zijn dikke handje.

"Neen," zegt Moeder,

"Janneman

Jullie moet niet zeuren,

'k Moet eerst weten,

wat je wilt,

Of 't zal niet gebeuren."

"Treintje spelen,

Moesje toe!

'k Heb zoo'n heel

mooi fluitje.

Dan ben ik de conducteur;

Machinist is Truitje.

Anna zit aan het loket

Kaartjes te verkoopen.

Hansje wil met vaders tasch

Met de kranten loopen.

"U en zus zijn passagiers,

En dan nog de poppen.

Aap en beertje zal ik in

Beestenwagens stoppen."

Moeder lacht en Moeder knikt.

"O, het mag, gauw stoelen!

Zet ze alle op een rij,"

Zie ze eens krioelen!

Eindlijk is de trein gereed.

"Hola, conducteurtje!"

Roept Moe hijgend van de haast

"Doe--gauw open--'t deurtje."

Jantje zegt: "Stap in, Mevrouw,"

Opent het portiertje.

--"Maar de trein vertrekt nog niet,--

'k Zet het op een kiertje."

Waarlijk daar komt grootmoe ook,

Loopend op een vaartje.

"'k Moet ook mee naar Amsterdam,

Geef me gauw een kaartje."

Lijsje gaat in d' eerste klas

In de derde Jetje.

"Mag ik ook nog mee," zegt Pa

Nu dat wordt een pretje!

"Kranten, Heeren, 't Nieuws!" zegt Hans,

"'t Handelsblad of 't Leven!"

Jantje zegt: "'t portier moet dicht,"

Vader: "wacht nog even!"

"Daar komt nog een juffrouw aan

In een wit toiletje."

Jan kijkt om, wie dat mag zijn?

Wel, 't is poes Minetje.

Jan tilt poes ook in den trein

En gaat kaartjes knippen.

Daarvoor moet hij iederen keer

Op de treeplank wippen.

"Nu--vertrek! 't is klaar! Vooruit!"

Roept hij dan tot Truitje.

En hij blaast zoo hard hij kan,

Op zijn schelle fluitje.

Oef! oef! oef! oef! oef! oef! oef!

Ja, dat moet zoo, weet je.

De machine stampt en blaast

Hansje helpt een beetje.

En do machinist roept: "Tuu!"

"Dag! Dag!" wat een leven!

Jongens, zou de echte trein

Zooveel pret wel geven?

Wat tante Dora vertelde · 第 15 / 35 题