De eenige taktiek waartoe Bakoenine het heeft kunnen brengen, om
invloed op de massa te krijgen, was die welke wij de puur-economische
zullen noemen. De uitdrukking is minder juist en bedriegelijk
tevens; zij drukt absoluut niet uit, wat eigenlijk de inhoud er
van is. Economisch is elke taktiek van de moderne arbeidersbeweging
in den klassenstrijd, zelfs hare politieke aktie onderscheidt zich
juist van die der burgerlijke partijen, doordat zij economisch is,
in zooverre zij er op uit is de ontwikkeling der maatschappij zelve,
hetzij middellijk, hetzij onmiddellijk, te bespoedigen. "Als twee
hetzelfde doen, is dat nog niet altoos hetzelfde!" zoo luidt een
oud spreekwoord; als de programma's der burgerpartijen lange lijsten
van hervormingen bevatten, dan hebben deze daarop een geheel andere
beteekenis dan wanneer de zelfstandige politieke arbeiderspartij
sociale hervormingen verlangt. Voor de eerste zijn deze maatregelen
doel, d.w.z. in zooverre zij der arbeidende klasse de pijn van den
socialen nood daarmede een weinig verzachten willen. Voor de laatste
beteekenen sociale hervormingen het bekorten van den weg dien de
ontwikkeling van de maatschappij aflegt van kapitalistische naar
socialistische produktiewijze. Een ontwikkeling, waaronder natuurlijk
het proletariaat, als de onderliggende klasse, het mééste te lijden
heeft.
Werkte het dus reeds verwarrend een enkele aktie van het proletariaat
naar den voorgrond te dringen en daarop alle licht te laten
vallen ten nadeele en ten koste van de andere soorten van aktie,
in dubbele mate stichtte die anarchistische taktiek verwarring die
in de arbeidersbeweging ten slotte den vakvereenigingsstrijd als de
éénig-mogelijke en voor de arbeidersklasse alleen aannemelijke aktie
ging verklaren.
Het was van het anarchisme een poging om zich in de arbeidersbeweging
te blijven nestelen. In zijn strijd tegen de veldwinnende
sociaal-demokratie kon het niet langer enkel negatief te werk gaan,
onder den invloed van de agitatie der "Internationale" werden overal
de massa's arbeiders bij elkander gebracht en daarbij was van de
abstracte philosophie en ideologie van het anarchisme niets te merken
geweest. Waar proletariërsmassa's eenmaal bij elkander zijn, daar moet
aan hunne gevoelens uiting worden gegeven en waar die drang bestaat,
daar openbaart zich de klassenstrijd, zij het dan ook in zeer ruwen
vorm. De politieke aktie vormde het eenige strijdperk waarop de massa's
gezamenlijk elkander zouden kunnen ontmoeten, om met elkander den
klassenstrijd te voeren. Het anarchisme zocht naar een andere manier,
een andere methode om de arbeidersmassa's het strijden mogelijk te
maken. Dat men daarbij zijn toevlucht moest nemen tot zeer ouderwetsche
middelen, is duidelijk. De algemeene, politieke klassenstrijd was
juist een overwinning van het engere vakstrijd-standpunt, waardoor
de arbeidersklasse verdeeld werd in even zoovele gedeelten als er
beroepen bestaan. Een algemeene bodem bestaat daar niet, tenzij men
tijdelijke akties te zamen ging voeren, wat eigenlijk niets dan een
zeer gebrekkige manier van het voeren van den politieken strijd is,
gelijk wij nog de gelegenheid zullen hebben duidelijker te zien.
Het anarchisme moest, om de arbeiders de taktiek van de
puur-economische, van de niets-dan-vakaktie te kunnen aanbevelen,
zijn diepen weerzin tegen organisatie en tegen georganiseerde aktie
tot verbetering van de verhoudingen tusschen kapitaal en arbeid,
eerst overwinnen. Wij zagen reeds hier, hoe zeer deze ongeneigdheid
om iets te bereiken dat naar verbetering dier verhoudingen zelfs maar
zweemde, het anarchisme als het ware in het bloed zat.
Wij zagen dat Proudhon een verklaard vijand van vakvereenigingen
en werkstakingen was; wij zagen welke opvatting Stirner had van de
werkelijke verhoudingen tusschen het kapitaal en den loonarbeid en wij
zagen ook hoe het aktief anarchisme eigenlijk ineenvloeide met den
gedachtengang die in den aanvang van den strijd groote scharen van
arbeiders vervulde: dat er geen verandering in de maatschappelijke
verhoudingen kon komen alvorens de maatschappelijke ellende een
zoodanig hoogtepunt had bereikt, dat de toestanden onhoudbaar waren
geworden.
Alle anarchisten, van welke soort ook, baseeren eigenlijk geheel
hun revolutietheorie op die ellende. Zij overdrijven daarmede de
sociaal-demokratische opvatting van de maatschappelijke ellende
onder het kapitalisme schromelijk, zooals de gansche sociale kern
van het anarchisme op overdrijvingen berust: overdrijving omtrent
de waarde van de persoon in de samenleving, overdrijving omtrent
de verbitterende werking van het steeds ellendiger worden der massa,
overdrijving omtrent de tendenzen van het kapitalisme zelf, wat wij nog
wel gelegenheid zullen hebben uit de werkelijkheid aan te toonen. Men
behoeft den invloed van het kapitalisme niet zoo bovenmatig overdreven
voor te stellen als de anarchisten dat zoo dikwerf in hunne kritiek
hebben gedaan, om den arbeiders duidelijk te kunnen maken dat zij
uitgebuit worden door het stelsel aan welks instandhouding zij hunne
beste krachten geven. Ook hierover op een andere plaats meer.
Waar het anarchisme nu poogde het strijdende proletariaat van de
politieke aktie afkeerig te maken en het aldus zijn algemeenen
strijdbodem te ontrukken, meende het een belangrijke nieuwe aktie
daarvoor in de plaats te geven toen het de zuiver-economische aktie,
vakvereenigingen zonder politiek en buiten elke staatsinmenging om,
aanbeval als het eenige bevrijdingsmiddel van het proletariaat. Die
nieuwe taktiek was echter een terugval in de denkbeelden van een
afgestorven gildewezen, was afzondering der arbeiders van elkander
in stede van tot-elkander-brenging.