INTERNATIONALE ONTWIKKELING.

Het anarchisme was in den vorm waarin het door Max Stirner verkondigd

werd, niets dan een ideologie. Ideologieën nu hebben nooit eenigen

vasten voet in de massa kunnen vatten, en vandaar dat het anarchisme

bloot een "leer" was voor zekere individuen, doch voor het volk

niet de minste waarde of aantrekkelijkheid bezat. Gelijk reeds

tevoren is geconstateerd, bleef Stirner's "Einzige" nagenoeg zonder

weerklank. In de praktijk toegepast, zou de theorie van Stirner geheel

zijn neergekomen op het meest teugellooze privaat-kapitalisme, op de

meest onbeperkte uitbuiting van den een door den ander. Het was het

individualisme, zooals het nooit bestond en ook niet bestaan kon. Na

Stirner hebben Mozes Hess en Karl Grün beproefd in Duitschland tot

een socialistisch-anarchistische levensbeschouwing te komen, doch ook

dit pogen bleef zich bij beiden bepalen tot het schrijven van een boek.

Dat de wetenschappelijke anarchisten van den lateren tijd, onder

wie natuurlijk Kropotkine op den voorgrond treedt, met den "eenling"

Stirner en diens "eigendom", over 't algemeen met diens philosophie

van het egoïsme verlegen zitten, blijkt wel het best hieruit, dat zij

dien grondlegger hunner theorie volkomen negeeren. Kropotkine weet

ons zelfs in het jongste zijner geschriften over het wetenschappelijk

anarchisme te vertellen dat het anarchisme "uit de tendenzen van

het praktische leven is ontsproten" [10] en dat het als zoodanig tot

grondleggers heeft: William Godwin en P. J. Proudhon. Dat Stirner hier

snood verloochend wordt, heeft zijn goede reden: hij compromitteert het

halfslachtig, inkonsekwent en dubbelhartig anarchisme van Kropotkine

al te zéér!

Proudhon echter maakte wel school. Zoowel in Frankrijk zelf, waar

hij leefde en werkte, als in de overige romaansche landen en ook een

korten tijd in België vond zijn leer, d.w.z. het economische gedeelte

er van--Proudhon was ook philosoof en politiek publicist--langen tijd

onder de arbeiders een meer of minder sterken aanhang.

Men moet, om Proudhon's sociale hervormingsplannen recht te begrijpen,

goed in het oog vatten, dat in zijn tijd--het tijdperk dat aan 't jaar

1848 onmiddellijk is voorafgegaan,--de fransche industrie nog geheel

in de windselen van de kapitalistische manufaktuur lag en onder dien

vorm van produktie de geweldige concurrentie had te doorstaan van de

inmiddels reeds reusachtig gegroeide groot-industrie en warenproduktie

voor de wereldmarkt, die Engeland bezat. Daarbij kwam nog dat het in

Frankrijk steeds machtige bankierskapitalisme, de "haute finance",

een normale ontwikkeling van klein- tot groot-industrie in Frankrijk

zeer belemmerde.

Onder de arbeiders uit dien tijd, en nog tot diep in de jaren na 1870,

sloegen dan ook niet zoozeer Proudhon's anarchistische theorieën, die

ook door hem zelf trouwens later voor praktisch ondoorvoerbaar waren

verklaard, maar Proudhon's sociale hervormingsplannen in. Het was

het "mutualisme," het beginsel van de hervorming door middel van den

"wederzijdschen ruil" op den grondslag van de "geconstitueerde waarde",

en het middel om daartoe te geraken, de "crediet- en ruilbanken", dat

succes had. Wij zagen reeds dat deze sociale hervorming van Proudhon

een klein-burgerlijke rekonstruktie van de kapitalistische maatschappij

beoogde. Ieder zou zijn eigendom terugkrijgen, de grondslag van zijn

individualiteit en zijn onbeperkte persoonlijke vrijheid.

John Henry Mackay, de anarchist van onzen tijd, begreep inderdaad

Stirner veel beter, toen hij hem met Proudhon verbond tot een stelsel

van individueel anarchisme, dat wil zeggen het eenig-mogelijke stelsel

waaronder het anarchisme als leer zichzelf gelijk blijft. Beide kunnen

althans tezamen gebracht worden: de egoïst, die geheel zijn eigendom

hebben en zich daarmede "uitleven" wil, en de "mutualist", die hem

dat persoonlijk eigendom zoo onbeperkt mogelijk garandeeren wil.

In beider anarchisme weerspiegelde zich zoo volkomen mogelijk die

weerzin tegen de maatschappelijke ontwikkeling, welke den "individu

en zijn eigendom" hoe langer hoe meer onmogelijk maken zou, om er een

gemeenschap voor in de plaats te stellen, waarin de in het kapitalisme

ondergegane "individu" krachtiger en bloeiender zou opkomen dan de

sociale, de menschheidsindividu.

Het kenmerk van dat anarchisme was zijn groote eerlijkheid, een

deugd die het zooveel genietbaarder maakt dan het gekwakzalver van

de lateren, met Kropotkine vooraan.

Deze anarchisten en de weinigen die hen volgden, begrepen, dat elke

anarchistische idee, die aan het begrip communisme gekoppeld wordt,

een tegenspraak in zichzelf is, zoodat het verdedigen van beide uit

de eene inkonsekwentie in de andere leidt. Anarchisme en communisme

zijn de scherpste tegenvoeters.

Het Anarchisme in de Arbeidersbeweging · 第 18 / 50 题