Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
http://www.pgdp.net
+----------------------------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
| verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
| moderniseren. |
| |
| Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
| einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn |
| verplaatst naar het eind van de alinea met de verwijzing. |
| |
| De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
| _cursief_. Uitgespatieerde tekst is weergegeven als |
| ~uitgespatieerd~. |
| |
| Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
| gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder |
| accent, met/zonder koppelteken, met/zonder hoofdletter, |
| met/zonder extra spatie). Bij het Kampioenschap van Nederland |
| (blz. 33) zijn in de bron geen uitslagen vermeld. |
| |
| Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
| aangebrachte correcties. |
| |
| De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
| e-boek op https://www.gutenberg.org/ |
| |
+----------------------------------------------------------------+
NEDERLANDSCH HANDBOEK
VOOR
ROEISPORT.
[Illustratie: "Sans nom" op de Race van 8 Juni, 1884, bij Leiden.]
NEDERLANDSCH
HANDBOEK
VOOR
~ROEISPORT~
DOOR
DR. P. H. DAMSTÉ
EN
F. E. PELS RIJCKEN,
Eereleden van de Leidsche Stud. R. V. "Njord".
AMSTERDAM,
~H. G. BOM.~
(Warmoesstraat 35.)
INHOUD.
Blz.
VOORREDE.
I. GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT 1
Uitslag van wedstrijden 27
II. DE BOOT EN HARE ONDERDEELEN 36
1. De boot 36
2. Onderdeelen der boot 41
III. HET ROEIEN 57
1. Algemeene opmerkingen 57
2. De eerste beginselen van de roeikunst 61
3. Nadere behandeling van sommige punten 74
4. Het scullen 93
IV. HET STUREN EN DE STUURMAN 102
V. DE TRAINING 109
VI. DE WEDSTRIJD 127
VOORREDE.
Hoezeer wij volkomen bewust waren van het gewicht der taak die wij op
onze schouders laadden, toen wij het voornemen opvatten eene handleiding
voor Roeisport te geven, en dus eenigen schroom gevoelden, vóórdat
wij den arbeid aanvingen, zoo heeft toch de liefde voor den Roeisport
dusdanig bij ons overgewogen, dat wij ons over dien schroom hebben
kunnen heenzetten.
De Engelschen toch hebben hun ~Bradford Woodgate~, de Franschen bezigen
hiervan eene vertaling, in Duitschland verscheen onlangs een nieuwe druk
van ~Silberer~'s "_Handbuch des Rudersport_," doch de nederlandsche
roeiers moesten zich met een dier buitenlandsche werkjes behelpen.
Wij weten zelven te goed, dat het boekje, dat wij hierbij aan de
nederlandsche roeiers aanbieden, verre van volledig is en vele gebreken
heeft, dan dat wij ons zouden inbeelden daardoor de zoo lang gevoelde
leemte op voldoende wijze aan te vullen. Maar wij gelooven, dat ook in
deze zaak veel op het doel moet worden gelet.
Immers met eene vertaling van een der vreemde handboeken zouden onze
roeiers al zeer weinig gebaat zijn. Er moet rekening worden gehouden met
toestanden en gewoonten, die bij ons anders zijn dan in den vreemde.
Daarom hebben wij den eersten stap gedaan om, uit eigen ervaring
puttend, eene nederlandsche handleiding samen te stellen.
Het is natuurlijk, dat wij ons daarbij meermalen tot buitenlandsche
schrijvers hebben gewend, en daaraan vele bizonderheden ontleend.
Evenmin zal men ons het recht ontzeggen om dáár, waar wij eene andere
meening dan de hunne waren toegedaan, onze eigenen weg te bewandelen.
Wij hebben steeds onze opinie, waar deze van die anderen verschilt,
uitvoerig verdedigd, zoodat de lezer, na beide zijden gehoord te hebben,
zijne keuze kan vestigen.
Op verschillende plaatsen, maar voornamelijk waar gehandeld wordt over
de boot en hare onderdeelen, hebben wij de engelsche, fransche en
duitsche benamingen, voorzoover wij ze konden te weten komen, gevoegd
achter de nederlandsche, daar het ons voorkwam, dat deze opgave van
eenig nut kan zijn bij de correspondentie met engelsche, fransche en
duitsche bootbouwers.
Overigens hebben wij naar aanleiding van de volgende bladzijden weinig
meer te zeggen. Al roept de lezer, na de vrucht onzer overpeinzingen
te hebben doorloopen, nog niet uit: "_la vie sans canotage est une
absurdité_," zoo hopen wij toch door onzen arbeid iets te mogen
bijdragen tot het opwekken van de liefde voor den edelen roeisport
in ons dierbaar vaderland!
[Decoratieve illustratie]
EERSTE HOOFDSTUK.
GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT.
Het komt ons voor, dat aan het begin van eene handleiding over de
theorie van het roeien eene korte uiteenzetting van de geschiedenis
dezer schoone lichaamsbeweging niet mag gemist worden.
Hierbij zouden wij echter in het duister rondtasten, zoo wij naar
bronnen gingen zoeken om daaruit het ontstaan en de geleidelijke
ontwikkeling na te gaan; slechts eene dorre, kale vlakte zou zich aan
den navorscher voordoen.
Maar er zijn oasen in die woestijn.
Die oasen zijn de roeiwedstrijden. Deze zijn reeds in oude tijden
zorgvuldig opgeteekend, hetzij als wetenswaardigheden in bestovene
kronieken of als zangen van bewonderende dichters. En zoo kan de
geschiedschrijver, van wedstrijd tot wedstrijd gaande, de vorderingen
opmerken, die in de duistere tusschenruimten zijn gemaakt, en daaruit
zijne gevolgtrekkingen met zekerheid maken.
De wedstrijden dus zijn onze bronnen. Hoe en wanneer nu zijn deze
ingesteld?
Zoodra vele menschen eene kunst gaan beoefenen, zal het niet lang duren
of zij zullen gaan beproeven, wie hunner het daarin wel het verst heeft
gebracht. Eerst zal zulk een proef misschien eens bij toeval worden
genomen, doch weldra vindt de zaak bij meerderen bijval, die door de
begeerte naar eer en roem worden aangetrokken, en alras worden vaste
dagen of feesten voor die proefnemingen vastgesteld.
Zoo ontstonden wedstrijden en zoo ontstonden prijsvragen.
Zoolang dus de menschen reeds geroeid hebben, zoolang bestaan ook reeds
de roeiwedstrijden.
Zonder eenigen grond wordt het roeien door ~Victor Silberer~ in zijn
"_Handbuch des Rudersport_" "een kind van den nieuweren tijd" genoemd
en gezegd, dat er geene bewijzen zijn voor de onderstelling, dat reeds
bij de oude volken wedstrijden in het roeien gehouden zijn. Immers
~Virgilius~ schildert in het 5de boek zijner _Aeneis_ een roeiwedstrijd
op meesterlijke wijze, en, wat meer zegt, reeds de grijze ~Homerus~
verkondigt in de _Odyssea_ herhaaldelijk den lof, dien de _Phaeaces_
met de riemen hebben behaald!
Maar het zou ons te ver voeren, de roeikunst van die oude tijden af na
te gaan. Hen, die daarin belangstellen, verwijzen wij naar het werkje
van den franschen ingenieur ~Aug. Jal~: _la flotte de César, Paris,
Didot,_ 1861.
Dezelfde schrijver heeft zich ook door zijne "_Archéologie navale_"
en "_Glossaire nautique_" verdienstelijk gemaakt ten opzichte van het
zeewezen in de middeleeuwen.
De oudste in Engeland bekende roeiwedstrijd is de sculler-race om
"_Doggett's Coat and Badge_," die in 1715 door den tooneelspeler ~Mr.
Thomas Doggett~ werd ingesteld en nog telken jare op den 1sten Augustus
wordt gehouden op de Thames van London-bridge tot Chelsea. Slechts
aan jonge "_watermen_" (schippers), die hun leertijd juist hebben
uitgediend, is het veroorloofd naar den prijs te dingen. Deze bestaat
uit eene roode jas en zilveren medaille, waaraan door de londensche
visschersvereeniging nog eene som gelds is toegevoegd. Daar slechts
zes roeiers aan den wedstrijd mogen deelnemen, wordt, zoo zich
meerdere mededingers hebben aangemeld, door voorafgaande wedstrijden
(_trial-heats_, _Versuchsrennen_) uitgemaakt, welke zes deze eer waardig
zijn.
Vele wedstrijden, in daarop volgende jaren gehouden, zijn van minder
belang.
Reeds in 1815 vinden wij onderlinge wedstrijden tusschen verschillende
colleges van Oxford vermeld in achtriemsgieken; in Cambridge werd
hierin voor het eerst geroeid in 1826.
Van de ongeveer driehonderd wedstrijden, die jaarlijks in Engeland
gehouden worden, is die in achtriemsgieken tusschen de studenten van
Oxford en Cambridge zeker wel de meest bekende. In 1829 had deze kamp
voor het eerst plaats, en nu wordt reeds sedert eene reeks van jaren
jaarlijks vóór de Paaschvacantie door geheel Engeland met spanning de
dag verwacht, waarop het donkerblauw van Oxford en het lichtblauw van
Cambridge op de 6838 M. lange baan van Putney naar Mortlake op de Thames
naar den prijs zullen dingen. Reeds 43 malen is die strijd gestreden,
waarin Oxford een viertal overwinningen op de tegenpartij vóór heeft.
Aan Cambridge komt echter de eer toe het beste record te hebben behaald
nl. in 1873 (tevens het eerste jaar, waarin de _sliding-seat_ werd
gebruikt), toen de ~Cantabs~ in 19{~PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~} de overwinning behaalden.
Vermelding verdient ook het jaar 1877, waarin de strijd onbeslist bleef,
daar beide booten tegelijkertijd de winning-post bereikten: op eene zoo
lange baan voorwaar eene groote zeldzaamheid!
Een eigenaardig feest vond den 7den April 1881 te London plaats. Men
vierde toen het vijftigste verjaarfeest der _University-race_, waaraan
200 personen deelnamen van de 485, die hetzij als roeiers of als
stuurlieden van 1829 af tot op den feestdag toe aan dien wedstrijd
hadden deelgenomen. Als aandenken aan dien dag hebben de H.H. ~Treherne~
en ~Goldie~ een boek uitgegeven in slechts 250 exemplaren, dat door ~Mr.
W. Spottiswoode~, die in 1845 tot de Oxford-ploeg behoorde, gedrukt is.
Het is van fraaie afbeeldingen voorzien en bevat eene beschrijving, niet
slechts van den feestdag, maar ook van alle _University-races_, die van
1829 tot 1880 hebben plaats gehad. Tevens geeft het een onderhoudend
verhaal van de verdere loopbaan der roeiers. Uit de statistiek blijkt,
dat de sterfte onder de raceroeiers geringer is dan gewoonlijk. Derhalve
de hand aan de riemen, levenslustigen!
Na de _Varsity_ (zooals het volk den Universiteitswedstrijd noemt),
die telken jare het roeiseizoen opent, volgt in belangrijkheid de
_Henley-Royal-Regatta_, in 1839 gesticht. Dit is het grootste nationale
roeifeest in Engeland, dat meerdere dagen duurt en wedstrijden in
allerlei gieken te aanschouwen geeft. Als het gloriepunt geldt echter
steeds de "_race for the diamond challenge sculls_," daar de winner
van de gouden, door een grooten diamant verbondene sculls tevens als de
_champion-sculler_ van Europa wordt beschouwd. Verscheidene malen hebben
duitsche en fransche scullers er aan deelgenomen, maar nog nimmer is het
hun mogen gelukken de sculls aan de Engelschen te ontrukken.
Nadat te Henley gebleken is, wie op de korte baan van 2100 M. de beste
sculler is, kan deze eenige dagen daarna op de Thames zijne krachten op
de lange baan beproeven, en wel op den wedstrijd "_for the Wingfield
sculls and the amateur Championship of the Thames_," die jaarlijks op
de Putney-Mortlake baan wordt gehouden om een paar zilveren sculls,
welke in 1830 door ~Mr. H. C. Wingfield~ zijn geschonken.
Na aldus de drie belangrijkste wedstrijden in Engeland genoemd te
hebben, willen wij ook over andere landen het een en ander zeggen.
En dan verdient in de eerste plaats Duitschland genoemd te worden,
daar in geen ander land het roeien in de laatste jaren zóó in bloei
is toegenomen als dáár. Het aantal roeivereenigingen wordt nog steeds
grooter, de wedstrijden jaarlijks menigvuldiger, de deelneming
voortdurend drukker.
Dat verschijnsel is te verklaren, wanneer wij zien, hoe personen van
het vorstelijk huis van hunne belangstelling doen blijken door hunne
tegenwoordigheid op wedstrijden, door het uitloven van prijzen en--door
zelven aan den roeisport een werkzaam aandeel te nemen.
Ook komt de eer van dien vooruitgang voor een groot gedeelte toe aan
het in 1883 opgerichte weekblad, de "_Wassersport_", door ~Carl Otto~
te Berlin uitgegeven. Sedert alle roeivereenigingen van het duitsche
rijk in datzelfde jaar tot den "_Deutschen Ruderverband_" toetraden en
genoemd blad tot haar officiëel orgaan verklaarden, heeft het steeds
zijne lezers op de hoogte gehouden van alle gewichtige feiten, die op
dat gebied voorvielen, en hoogst belangrijke beschouwingen over het
roeien in zijne kolommen te genieten gegeven. Wij raden dan ook alle
vereenigingen, die op de hoogte willen blijven van den roeisport in het
buitenland, ten zeerste aan om dit blad in het clubgebouw ter lezing te
leggen.
Op overwinningen tegen buitenlanders kunnen de duitsche roeiers zich
niet zeer beroemen. Hoewel zij in ~Achilles Wild~, die reeds drie jaren
"_die Meisterschaft von Deutschland_" heeft veroverd en haar slechts
ééns door een ongeluk aan een ander heeft moeten afstaan, een goed
sculler bezitten, zoo is deze in Engeland nog steeds verslagen.
Men moet het in de Frankforter R. G. "_Germania_" toch op prijs stellen,
dat zij de energie hebben zich met de Engelschen te gaan meten. In 1880
dong een achtriems van deze club te Henley mede naar den prijs, in 1881
en 1883 ~Wild~ in de sculling, terwijl in 1884 ~Dr. W. R. Patton~ van
de Cölner R. C. en ~J. Bungert~ van de Mannheimer R. C. hunne krachten
aldaar beproefden. Alles tevergeefs: de _diamond sculls_ zijn in
Engeland gebleven en het eenige succes, waarop de Duitschers zich
beroemen kunnen, is, dat ~Wild~ den champion van Frankrijk, die ook
deelnam, heeft verslagen.
En dat zegt veel: want ~Lein~ heeft zich als sculler een goeden naam
verworven en gedurende acht jaren den titel "_Champion de France_"
gevoerd.
In 1883 nam de _Club Nautique de Gand_ aan verscheidene nummers van den
grooten wedstrijd te Frankfort deel en behaalde bij allen den eersten
prijs.
Jammer is het, dat de haat tegen de Duitschers zich bij de Franschen tot
in den sport heeft vastgeworteld: een paar voorbeelden hiervan willen
wij mededeelen.
Een Berlijner had aan een bootbouwer te Parijs eenige teekeningen
besteld, welke deze in verschillende sportbladen had geadverteerd. In
plaats van de gevraagde platen ontving de Duitscher een brief met de
mededeeling, dat de schrijver als oud-kavallerist dacht deel te nemen
aan het innemen van Berlijn en dan meteen de teekeningen zou
medebrengen.
Eenige jaren geleden lieten twee duitsche scullers zich inschrijven voor
het championnaat van Frankrijk, dat internationaal is. Zij werden echter
door het komitee afgewezen op grond, dat het voor de handelingen van het
plebs van Parijs niet kon instaan bij eene mogelijke overwinning van een
Duitscher.
Wij herhalen het: jammer, dat zelfs de sport onder de politiek lijden
moet!
De Franschen hebben, behalve den wedstrijd om het championnaat, nog
een roeifeest, dat even als de _university-race_ in Engeland, duizende
toeschouwers lokt: dit is de "_match annuel en outrigger à huit
rameurs_" tusschen de _Rowing Club_ en de _Société Nautique de la
Marne_.
De club, die tegenwoordig in Frankrijk wel het meest van zich doet
hooren, is de _Cercle de l'Aviron_ te Parijs. Jaarlijks ondernemen de
roeiers van die vereeniging tallooze tochten naar België, Italië en
Zwitserland, en hunne jaarverslagen wijzen telken jare geheele lijsten
van overwinningen aan.
Zoo zien wij, dat ook in Frankrijk de roeisport vooruitgaat en in eere
is. Voorwaar een verblijdend verschijnsel, als wij weten, dat aldaar
vroeger het woord "_canotier_" een scheldnaam was, gelijkstaande met
"_leeglooper_", "_deugniet_" en dergelijke lieflijkheden. Dit verhaalt
ons tenminste de schrijver van het werkje, dat den tocht van drie
fransche roeiers door Nederland beschrijft, en dat ieder met genoegen
zal lezen. Het draagt tot titel "_En canot de Douai au Helder_" en is
in 1880 te Parijs uitgegeven.
In België ziet het er, zoo men de bladen op dat gebied aldaar moet
gelooven, in de roeiwereld tegenwoordig niet zoo rooskleurig uit.
Fransche en nederlandsche ploegen hebben zich in de laatste jaren
herhaaldelijk de meerderen in het roeien betoond op wedstrijden, waaraan
Belgen deelnamen. Maar wat erger is en noodwendig belemmerend op den
vooruitgang van den sport in dat land moet werken: er heerscht tusschen
de vereenigingen geen vriendschappelijke geest; vooral de brusselsche
roeiclubs zijn voortdurend met elkaar op een gespannen voet.
Gent was in de laatste jaren steeds aan het hoofd bij wedstrijden en
hare roeiers waren alom gevreesd, doch ook de _Club Nautique Gantois_
deed in 1885 weinig meer van zich hooren.
Moge daar in dien toestand spoedig verbetering komen! Er zijn althans
mannen genoeg, die zich alle mogelijke moeite geven tot verheffing van
den edelen roeisport.
Eéne zaak is er, die, onzes inziens, zoowel in Frankrijk als in België
een nadeeligen invloed zal uitoefenen. Wij bedoelen de gewoonte, dat
raceroeiers de prijzen, die zij behalen, zelven behouden, daar zij
ook zelven hunne racebooten moeten aanschaffen en voor eigen kosten de
wedstrijden mogen bezoeken. Deze instelling moet slecht werken, daar eer
en onbaatzuchtigheid dikwijls zullen moeten plaats maken voor winstbejag
en hebzucht.
Alles, wat wij tot dusver hebben medegedeeld, betrof slechts amateurs
d. w. z. roeiers, die het roeien slechts uit liefhebberij beoefenen en
er geene broodwinning van maken. Dat is nu wel zeer kort gezegd, maar
toch is er heel wat papier verbruikt, vóórdat men het ééns was over
de definitie; tenminste in landen waar eene grens tusschen amateurs
en professionals of roeiers van beroep noodig was: want in Nederland
bestaat eene zoodanige definitie niet, omdat zij tot nog toe niet
noodig is geweest. Wij laten de definities, die in Engeland, Frankrijk
en Duitschland zijn aangenomen, hier volgen.
_Definition of an Amateur._
"An amateur oarsman or sculler must be an officer of Her
Majesty's army or navy or civil service, a member of the liberal
professions, or of the Universities or Public schools, or of any
established Boat- or Rowing-Club not containing mechanics or
professionals; and must not have competed in any competition for
either a stake, or money, or entrance-fee, or with or against
a professional for any prize; nor have ever taught, pursued,
or assisted in the pursuit of athletic exercises of any kind
as a means of livelihood; nor have ever been employed in or
about boats or in manual labour; nor be a mechanic, artisan,
or labourer."
_Henley Definition. April 8, 1879._
"No person shall be considered an amateur oarsman or sculler:
First, who has ever competed in any open competition for a stake,
money, or entrance fee; secondly, who has ever competed with
or against a professional for any prize; thirdly, who has ever
taught, pursued, or assisted in athletic exercises of any kind as
a means of gaining a livelihood; fourthly, who has been employed
in or about boats for money or wages; fifthly, is or has been by
trade or employment, for wages, a mechanic, artisan or labourer."
_Classification des rameurs._
"Ne seront admis dans les courses d'amateurs, que les rameurs
amateurs faisant partie des Sociétés invitées.
Ne sont pas amateurs:
1. Les watermen, c'est-à-dire les rameurs, faisant profession de
courir.
2. Les rameurs courant ou ayant couru à gages.
3. Les marins, mariniers, passeurs, pêcheurs par état, gardiens
de garages, ouvrier constructeurs de bateaux, enfin toutes les
personnes, tirant leur moyen d'existence d'une façon habituelle
et continuelle dans les chantiers de construction et sur les
bateaux."
_Deutscher Amateur-Begriff._
"Amateur ist Jeder, der das Rudern nur aus Liebhaberei mit
eigenen Mitteln betreibt oder betrieben hat und dafür keinerlei
Vermögensvortheile in Aussicht hat oder hatte, weder als Arbeiter
seinen Lebensunterhalt lediglich durch seiner Hände-Arbeit
verdient, noch in irgend einer Weise beim Bootbau beschäftigt
ist. Wer um Geldpreise startet oder nach dem 1 Januar 1884
gestartet hat, wird nicht als Amateur betrachtet."
Wij weten alzoo wat _professionals_ zijn en willen eens nagaan, welke
merkwaardige feiten in Engeland, Amerika en Australië onder hen zijn
voorgevallen. In andere landen namelijk, waar het roeien nog niet door
de lagere standen beoefend wordt, komt het professionalroeien niet voor.
Want de beroemdste professionals zijn grootendeels menschen uit de
volksklasse en worden, wanneer zij het tot zekere hoogte in de kunst
gebracht hebben, meestal door rijke bewonderaars in staat gesteld om
er zich geheel aan te wijden, zoodat men, lezende dat twee personen om
duizend pond sterling geroeid hebben, niet denken moet, dat zij hierbij
zelven deze som op het spel hebben gezet; die gelden zijn dan door de
_backers_ van elke partij bijeengebracht. Zooals hier een sportsman
zijne paarden op een wedren laat loopen, zoo hebben clubs, bestaande uit
rijke Amerikanen, hunne roeiers.
Hierop zijn natuurlijk uitzonderingen: ook amateurs, die het ver hebben
gebracht, worden somtijds professionals, doordien zij zich met andere
beroepsroeiers hebben gemeten.
In Engeland zijn jaarlijks ook voor deze klasse van roeiers bepaalde
wedstrijden, zooals de sedert 1854 bestaande _Thames National Regatta_
en de in 1868 gestichte _Thames Regatta_. Dan zijn er vooral in Amerika
rijke liefhebbers, die dergelijke wedstrijden laten houden: zelfs de
"_Hop Bitters Company_" heeft reeds meermalen 5000 Dollars voor dat
doel geschonken! Wel een echt amerikaansche manier om reclame te maken,
waartegen de "maandbladen tegen de kwakzalverij" bezwaarlijk zullen
kunnen concurreeren. Op dezelfde wijze voerde genoemde _Company_ hare
geneesmiddelen in 1879 in Engeland in.
De meeste wedstrijden tusschen professionals hebben plaats tengevolge
van eene uitdaging van een der beide partijen om eene bepaalde som.
Tot 1876 had altijd een Engelschman den titel "_Championsculler of the
World_" gevoerd, doch in dat jaar werd ~J. H. Sadler~ door den beroemden
Australiër ~E. Trickett~ verslagen, die door deze zege "_the Championship
of the World_" en 400 £ mede naar zijn vaderland nam.
Deze sculler werd in 1851 te Greenwich aan de Paramatta geboren. In 1875
werd hij "_Champion of Australia_" en in 1876 bracht een ondernemend en
rijk hotelhouder uit Sidney hem naar Engeland en deed hem daar tegen
den engelschen champion ~Sadler~ in 't strijdperk treden.
Na het aldaar behaalde succes bevocht hij vele nieuwe lauweren, tot hij
in 1879 op de _Sidney-Regatta_, waaraan hij ziek deelnam, door een ander
bekend Australiër ~Laycock~ geslagen werd.
Na zijne herstelling bewees hij dezen echter duidelijk zijne
meerderheid.
Toch zou hij den trotschen titel niet lang meer behouden.
Doch niet meer uit Engeland dreigde voor hem het gevaar: een Amerikaan
zou het zijn, die de eer van "den besten roeier der wereld te bezitten"
van Australië op Canada moest overbrengen.
Deze man was ~Edward Hanlan~.
Hij werd den 12den Juli 1855 te Toronto geboren en behaalde in 1873
zijne eerste overwinning op een match om het "_Amateur Championship in
the Toronto Bay_." Hij werd daarop professional. In 1877 daagde ~Wallace
Ross~, de gevierde sculler der United States, alle roeiers van Canada uit
om een match van 5 mijlen met hem te roeien om 1000 dollars. ~Hanlan~ nam
dit aan en won gemakkelijk.
Deze zege, die hem tot "_Champion of Canada_," maakte, deed opeens
aller oogen op hem vestigen, zoodat zich te Toronto een _Hanlan-Club_
vormde, die zijne verdere leiding op zich nam. Nu had ~Hanlan~ voor
niets meer te zorgen. De Club sloot alle overeenkomsten voor hem,
zorgde op de mildste wijze voor zijne behoeften, betaalde zijne reis-
en verblijfkosten, gaf hem de beste trainers, kortom, beschouwde hem
als haar dierbaarst kleinood.
In 1878 sloeg hij den New-Yorker sculler ~Plaisted~ om 2000 Doll., dan
~Evan Morris~ om 1000 Doll. en het _Championship_ van geheel Amerika,
daarop nogmaals ~Wallace Ross~ en eindelijk ~Courtney~.
In 1879 ging hij naar Engeland om tegen den engelschen champion ~W.
Elliott~ te roeien.
Daar het er de _Hanlan-Club_ om te doen was zooveel mogelijk geld uit
de zaak te slaan, sloten zij vooraf eene overeenkomst, volgens welke
~Hanlan~ eerst met ~Hawdon~, een engelsch sculler van den tweeden rang,
zou roeien, terwijl de overwinnaar in dezen match zich met ~Elliott~
zou meten. De list gelukte volkomen: de Engelschen, die ~Hanlan~
niet kenden, wedden los en vast op hun champion, en de heeren van de
_Hanlan-Club_, die allen waren overgekomen, namen alle weddenschappen
aan.
Toen ~Hawdon~ met gemak was verslagen, vermoedden de Engelschen nog
niets, daar ~Hanlan~ hierbij zich niet had behoeven in te spannen,
zoodat zij voortgingen met op ~Elliott~ te wedden. Maar daar versloeg
hij op den 16den Juni zonder de minste moeite ook ~Elliott~, waardoor
hij den "_Sportsman Challenge Cup_" en 400 £ veroverde, benevens het
"_Championship of England_", en met stroomen vloeide het engelsche goud
in de zakken der Amerikanen.
Bij zijne terugkomst te Toronto werd hij feestelijk ingehaald door eene
deputatie met den burgemeester aan het hoofd, en de burgers schonken hem
een huis van 20,000 Doll.
In 1880 veroverde hij door zijne overwinning op ~Trickett~ het
"_Championship of the World_." Deze match had plaats op de Thames en
staat in de annalen van het roeien als een der gewichtigste feiten
opgeteekend. Uit drie werelddeelen stroomden belangstellenden te samen
om den strijd te aanschouwen, en het moet voor de Engelschen een
beschamend gezicht zijn geweest op hunne oude Thames een Amerikaan en
Australiër om den titel te zien strijden, dien vroeger een der hunnen
bezat.
Doch na 1876 hadden de Engelschen, wat het professionalroeien betreft,
zich nooit meer kunnen opheffen.
In 1881 sloeg hij ~Laycock~, die intusschen ~Trickett~ overwonnen had en
het daarom ook tegen ~Hanlan~ meende te kunnen opnemen, met het meeste
gemak en wederom op de Thames.
In 1882 stak hij nogmaals naar Engeland over en versloeg er den
engelschen Champion ~Boyd~ en ~Trickett~ nogmaals.
In 1883 won hij het in Amerika tegen ~Kennedy~, ~W. Ross~ en vele anderen.
In Mei 1884 versloeg hij nogmaals ~Laycock~.
Doch ditzelfde jaar zou noodlottig voor hem worden en zijne gelukszon
zien ondergaan.
Het bericht in de "_Wassersport_" over zijne nederlaag begon met de
woorden:
"Es fiel ein Stern herunter
Aus seiner funkelnden Höh'"
En zoo was het. ~Hanlan~ had eindelijk zijn meester gevonden.
Het was ~William Beach~, die hem op de Paramatta bij Sidney versloeg
om 500 £ en het _Championship of the World_ op den 16den Aug. 1884.
Wel is waar bevocht hij den 7den Febr. 1885 terzelfde plaatse weer de
overwinning tegen den Australiër ~Clifford~ om 1000 £ en gaf daardoor
zijne landgenooten hoop, dat hij ook tegen ~Beach~ bij een tweeden match
zou kunnen stand houden, doch deze verwachting werd niet vervuld. Den
28sten Maart 1885 werd hij wederom door ~Beach~ geslagen, die thans den
_Championtitel_ voert.
~Beach~ is den 6den Sept. 1852 geboren en woont te Dapto, Illawara.
Van beroep is hij smid en gelukkige vader van zes kinderen. Zijn
lichaamskracht moet buitengewoon zijn. Vóór zijn match met ~Hanlan~
had hij de beroemdste scullers van Australië verslagen.
Den 24sten Oct. 1885 leed ~Hanlan~ zijne derde nederlaag op de Hudson.
Thans was het ~John Teemer~, een nog jong en veelbelovend amerikaansch
sculler, die hem overwon.
Daar ~Beach~ niet veel van reizen en trekken schijnt te houden, zullen
~Teemer~ en ~Ross~ wel de helden van het naderend seizoen zijn. Met de
Engelschen behoeven zij althans geen rekening te houden, daar ~Ross~ nog
den 10den Maart 1884 den besten engelschen roeier ~Bubear~ uit Putney
versloeg, dien hij zelfs 10 sekonden had vóórgegeven.
* * * * *
Werpen wij thans een blik op ons land.
Op pag. 17 van zijn _Handbuch des Rudersport_ houdt ~V. Silberer~ eene
lange lofrede op de "_Allgemeine Sport-Zeitung_," die sedert 1880 te
Weenen het licht ziet, en--waarvan hij zelf uitgever is. Om nu nog niet
eens te spreken van het andere fraais, dat hij er van verhaalt, wil
ik op één volzin wijzen. Van het (dus: zijn) blad sprekend zegt hij:
"_welche heute das erklärte Central-Organ des gesammten Rudersportwesens
in Deutschland, Oesterreich, Holland, Russland und der Schweiz bildet_".
Wij zijn met den roeisport in twee van deze vijf rijken bekend, en in
Duitschland is het _Central-Organ des gesammten Rudersportwesens_ niet
de _A. Sportzeitung_, maar de _Wassersport_; terwijl Nederland zijn
_Nederlandsche Sport_ heeft. Op de drie overblijvende landen zal dus ook
wel iets af te dingen zijn.
Het eerste nummer der "_Nederlandsche Sport_" zag den 11den Maart 1882
het licht. Hoewel het aan alle takken van sport is gewijd en stukken
over paardrijden en honden de meeste ruimte gewoonlijk in beslag nemen,
zoo staan hare kolommen toch ook voor de roeiers steeds open; mochten
dezen toch wat meer van deze gastvrijheid gebruik maken!
In de eerste nummers gaf de "_Sport_" eenige mededeelingen over het
ontstaan der oudste roeivereenigingen in Nederland. Wij ontleenen
daaraan de volgende bizonderheden.
In 1846 werd te Rotterdam onder voorzitterschap van ~Prins Hendrik der
Nederlanden~ "_de Koninklijke Nederlandsche Yacht-Club_" opgericht,
waarvan ook vele Amsterdammers lid werden. Spoedig ontstond er tusschen
de Rotterdammers, die ~Prins Hendrik~ aan hun hoofd hadden, en de
Amsterdammers geschil, waarop deze laatsten hun ontslag namen. Deze
vereeniging bestaat thans niet meer.
In 1847 werd daarop te Amsterdam "_de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en
Roeivereeniging_" opgericht, waarvan in het volgend jaar ~Koning Willem
II~ het beschermheerschap aanvaardde. Reeds op 30 Sept. 1848 hield deze
vereeniging haar eersten wedstrijd op het IJ.
In 1848 werd de R. en Z. V. "_de Hoop_" te Amsterdam gesticht, wier
leden in datzelfde jaar den prijs, bestaande uit een door ~Prins
Hendrik~ geschonken beker, wonnen tegen twee rotterdamsche ploegen.
Deze wedstrijd werd den 12den Aug. 1848 te Rotterdam gehouden en is de
eerste giekenwedstrijd in ons land geweest.
In 1851 werd daarop te Rotterdam de Z. en R. V. "_de Maas_" opgericht.
Het IJ, de Maas en de Amstel waren nu weldra getuigen van vele
wedstrijden tusschen deze beide vereenigingen, wier ploegen binnen
korten tijd ook in België (vooral te Antwerpen en Namen) en in Frankrijk
tallooze overwinningen behaalden.
Toch duurde het lang, voordat nieuwe clubs naast de bestaande verrezen.
Eerst het jaar 1874 gaf aan verscheidene nieuwe vereenigingen tegelijk
het leven; en na dat jaar werd het getal grooter en grooter en neemt
nog jaarlijks toe. Zonderling is het echter dat zij steeds zijn beperkt
gebleven tot het midden van ons land; in het noorden en zuiden wordt het
roeien weinig of niet beoefend.
Vooral op de laatste jaren kunnen de nederlandsche roeiers met trots
terugzien: 1883, 1884 en 1885 zagen daar, waar Nederlanders en vreemden
tegen elkaar kampten, steeds de eersten de zege behalen; jammer alleen,
dat wij, door ons verzet tegen den outrigger, van de engelsche races
kunnen wegblijven.
Ook het inwendige, de verhouding onderling is bij ons beter dan in den
vreemde.
De _Nederlandsche_ Sport bevat geene hatelijke stukken, die door
afgunst zijn in de pen gegeven, geene kleingeestige haarklooverijen,
waardoor verslagene roeiers hunne nederlaag tot eene overwinning
trachten te maken, geene berichten van vijandelijkheden in dezelfde
club.
Onze amateurs zijn ook als roeiers gentlemen.
De _Koninkl. Ned. Zeil- en Roeivereeniging_ wordt dikwijls en terecht
de moeder der nederlandsche roeivereenigingen genoemd. Want niet
alleen is zij de oudste en worden hare jaarlijksche wedstrijden als
de belangrijkste van het seizoen beschouwd, ook in een ander opzicht
betoont zij zich eene zorgzame moeder voor hare kinderen.
Toen in 1885 eene zaak van algemeen belang voor de nederlandsche
roeivereenigingen het gemis aan een gemeenschappelijken band deed
gevoelen, riep zij afgevaardigden van alle clubs tot eene vergadering te
Amsterdam samen; en de zaak werd na onderlinge overweging tot een goed
einde gebracht. Het gold toen de stuurmanskwestie, waarop wij nader
zullen terugkomen.
Deze vergadering had het nut van dergelijke bijeenkomsten zóó duidelijk
doen uitkomen, dat zij nu jaarlijks plaats vindt. Ook op die van
1886 werd een belangrijk voorstel aangenomen: de instelling van een
nederlandsch kampioenschap in single-sculling outrigged.
Nadat dit in principe was besloten, verklaarden zich een twintigtal
heeren bereid om dien wedstrijd, zoowel de leiding als de kosten, geheel
op zich te nemen, en er een schoonen prijs voor uit te loven, die drie
achtereenvolgende jaren moet gewonnen worden alvorens het eigendom te
worden van den overwinnaar.
Zij verbonden er echter de voorwaarde aan, dat de wedstrijd steeds bij
Amsterdam zou plaats vinden en internationaal moest zijn.
Tegen het eerste bestond natuurlijk geen bezwaar. De vergadering
verzocht echter om den wedstrijd althans de eerste keeren slechts voor
nederlandsche scullers open te stellen.
Volgens onze meening ware het beter een wedstrijd om het kampioenschap
van Nederland ook alleen voor Nederlanders te houden. Het doel van eene
dergelijke race is immers: te zien wie van de nederlandsche scullers de
beste is.
Het is daarom onze hoop, dat de milde gevers hiertoe nog mogen
besluiten.
* * * * *
Ook ons land heeft sedert eenige jaren zijne universiteitswedstrijden.
In Leiden was in 1874 de Studenten-Roeivereeniging "_Njord_" opgericht,
en in 1876 zag te Delft de Studenten-Roeivereeniging "_Laga_" het licht.
In 1878 vond, op eene uitdaging van Leiden, aldaar de eerste wedstrijd
tusschen beide clubs in vierriemsgieken (vaste banken) plaats, die met
de overwinning van Delft eindigde.
In 1880 gaf _Njord_ een internationalen wedstrijd en verbond hieraan
wederom eene race voor Studenten-Roeivereenigingen, waarin Delft
nogmaals met 10 sekonden de zege behaalde.
Bij dezen wedstrijd roeide Delft op sliding-seats, terwijl Leiden ook
eene boot met sliding-seats had, doch de slidings had vastgezet, wijl de
ploeg aan vaste banken de voorkeur gaf.
In 1881 had de wedstrijd te Delft plaats; beide partijen roeiden op
sliding-seats, Delft in eene boot van ~Dossunet~, Leiden in eene van
~Clasper~. Voor de derde maal was Delft de eerste met een voorsprong van
12 seconden.
In 1882 dong ook de inmiddels opgerichte Studenten-Roeivereeniging
"_Triton_" uit Utrecht mede. De wedstrijd had plaats te Leiden en de
uitslag was, dat Leiden de overwinning behaalde. Delft kwam 35 seconden
later als tweede aan en Utrecht bleef 18 sekonden achter Delft.
In 1883 werd door de drie vereenigingen de "_Nederlandsche
Studentenroeibond_" opgericht. Het bestuur hiervan bestaat uit zes leden
(van elke vereeniging twee), dat jaarlijks op een onzijdig terrein een
wedstrijd doet houden. Er wordt geroeid in vierriemsgieken, bemand door
de beste roeiers van elke vereeniging. Zoo vond in datzelfde jaar nog
de eerste race van den bond te Oudshoorn plaats op een baan van 3400 M.
met een omvaartsboei op de helft der baan.
Bij de boei was Leiden eenige lengten vóór Utrecht, Utrecht evenveel
vóór Delft, toen er tusschen beide laatsten aanvaring plaats vond,
zoodat Leiden alléén aan de winboei kwam, en den prijs verkreeg. Deze
bestaat uit het eerediploma en vijf gouden medailles, waaraan door ~Mr.
J. Cohen Stuart~, eerelid van _Njord_, jaarlijks een kunstvoorwerp
ter waarde van 100 gulden onder den naam "_Oprichtersprijs_" wordt
toegevoegd.
In 1884 had de wedstrijd wederom te Oudshoorn plaats. Het bestuur
had nu besloten om er ook races voor seniores in tweeriems- en voor
juniores in vierriems en tweeriems aan toe te voegen om der wille van
het publiek. Het nummer "_Oude vier_" bleef echter het hoofdnummer,
_de universityrace_. De prijs werd wederom door Leiden behaald, dat
4 sekonden vóór Utrecht en 36 sekonden vóór Delft den winning-post
bereikte.
De baan was even lang als het vorige jaar, maar thans zonder draaiboei.
In 1885 werd de strijd op het Noorder-Spaarne bij Haarlem gestreden. Het
hoofdnummer werd weder op eene rechte baan, die van Spaarndam naar de
stad liep, geroeid en zag Leiden als overwinnaar uit den strijd komen.
Leiden legde de baan 18 sekonden sneller af dan Utrecht en 30 sekonden
sneller dan Delft.
Gedurende de vier laatste jaren bezigden alle drie clubs gieken van
~Dossunet~.
Ook in 1886 is besloten den wedstrijd ter zelfder plaatse te houden, die
daarvoor dan ook alle voordeelen aanbiedt.
Hoewel de drie clubs natuurlijk ook op andere wedstrijden meermalen
hunne krachten hebben gemeten, zullen wij dezen, evenmin als de
bijnummers op de universiteitswedstrijden, hier opsommen, daar het
ons slechts te doen is om in 't kort na te gaan de resultaten van de
nederlandsche "_Varsity_."
Moge zij weldra evenveel belangstelling in Nederland ondervinden als de
Oxford-Cambridge race in Engeland geniet; en het lichtblauw van Leiden,
het rood van Delft, het donkerblauw van Utrecht op het jaarlijksche
roeifeest de borst sieren van duizenden en duizenden van belangstellende
toeschouwers! Dat zij zoo!
[Decoratieve illustratie]
UITSLAG VAN WEDSTRIJDEN,
die in het eerste hoofdstuk zijn besproken.
Oxford and Cambridge Eight-Oared Race.
De baan was in 1829 te Henley, in 1836 tot en met 1842 van Westminster
naar Putney, daarna van Putney naar Mortlake.
Jaar. Overwinnaar. Tijd. Gewonnen met
1829 Oxford 14{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} gemakkelijk.
1836 Cambridge 36{~PRIME~} 1{~PRIME~}
1839 Cambridge 31{~PRIME~} 1{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~}
1840 Cambridge 26{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} {~VULGAR FRACTION TWO THIRDS~} L.
1841 Cambridge 32{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 1{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~}
1842 Oxford 30{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~}
1845 Cambridge 23{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~}
1846[1] Cambridge 21{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~} 2 L.
1848 Cambridge 22{~PRIME~} 3 L.
1849 Oxford -- aanvaring.
1852 Oxford 21{~PRIME~} 36{~DOUBLE PRIME~} 27{~DOUBLE PRIME~}
1854 Oxford 25{~PRIME~} 29{~DOUBLE PRIME~} 11{~DOUBLE PRIME~}
1856 Cambridge 25{~PRIME~} 50{~DOUBLE PRIME~} ½ L.
1857 Oxford 22{~PRIME~} 50{~DOUBLE PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~}
1858 Cambridge 21{~PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 22{~DOUBLE PRIME~}
1859 Oxford 24{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} C. gezonken.
1860 Cambridge 26{~PRIME~} 1 L.
1861 Oxford 23{~PRIME~} 27{~DOUBLE PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~}
1862 Oxford 24{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~}
1863 Oxford 23{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~} 42{~DOUBLE PRIME~}
1864 Oxford 21{~PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~}
1865 Oxford 21{~PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~}
1866 Oxford 25{~PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~}
1867 Oxford 22{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} ½ L.
1868 Oxford 21{~PRIME~} 6 L.
1869 Oxford 20{~PRIME~} 20{~DOUBLE PRIME~} 5 L.
1870 Cambridge 22{~PRIME~} 33{~DOUBLE PRIME~} 1 L.
1871 Cambridge 23{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~} 1 L.
1872 Cambridge 21{~PRIME~} 16{~DOUBLE PRIME~} 2 L.
1873[2] Cambridge 19{~PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~} 3 L.
1874 Cambridge 22{~PRIME~} 39{~DOUBLE PRIME~} 3 L.
1875 Oxford 22{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~} 10 L.
1876 Cambridge 20{~PRIME~} 20{~DOUBLE PRIME~} 8 L.
1877 dead heat 24{~PRIME~} 8{~DOUBLE PRIME~}
1878 Oxford 22{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~} 10 L.
1879 Cambridge 21{~PRIME~} 18{~DOUBLE PRIME~} 4 L.
1880 Oxford 21{~PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 4 L.
1881 Oxford 21{~PRIME~} 51{~DOUBLE PRIME~} 3 L.
1882 Oxford 20{~PRIME~} 12{~DOUBLE PRIME~} ¼ L.
1883 Oxford gemakkelijk 3 L.
1884 Cambridge 21{~PRIME~} 39{~DOUBLE PRIME~} 3 L.
1885 Oxford 21{~PRIME~} 36{~DOUBLE PRIME~} 3 L.
1886 Cambridge 22{~PRIME~} 39{~DOUBLE PRIME~} ½ L.
[1] Voor den eersten keer in outriggers.
[2] Voor den eersten keer met sliding-seats.
Henley-on-Thames Royal Regatta
_Diamond Challenge Sculls, for Scullers._
Jaar. Winner. Tijd.
1844 Bumpsted, Seullers's Club, London 10{~PRIME~} 32{~DOUBLE PRIME~}
1845 Wallace, Leander 10{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~}
1846 Moon, Magdalen Coll., Oxford.
1847 Maule, First Trinity, Cambridge 10{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~}
1848 Bagshawe, Third Trin. Cambridge.
1849 T. R. Bone, London.
1850 T. R. Bone, Meteor C., London.
1851 E. G. Peacock, Thames C., London.
1852 E. Macnaghten, First Trin., Cambridge.
1853 Rippingall, Peterhouse, Cambridge 10{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~}
1854 H. H. Playford, Wandle C., London.
1855 A. A. Casamajor, Argonauts C., London.
1856 A. A. Casamajor, Argonauts C., London 9{~PRIME~} 27{~DOUBLE PRIME~}
1857 A. A. Casamajor, London R. C.
1858 A. A. Casamajor, London R. C.
1859 E. D. Brickwood, Richmond 10{~PRIME~}
1860 H. H. Playford, London R. C. 12{~PRIME~} 8{~DOUBLE PRIME~}
1861 A. A. Casamajor, London R. C. 10{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~}
1862 E. D. Brickwood, Richmond 10{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~}
1863 C. B. Lawes, Third Trin., Cambridge 9{~PRIME~} 43{~DOUBLE PRIME~}
1864 W. B. Woodgate, Brasenose Coll., Oxford 10{~PRIME~} 3{~DOUBLE PRIME~}
1865 E. B. Michell, Magdalen Coll., Oxford 9{~PRIME~} 11{~DOUBLE PRIME~}
1866 E. B. Michell, Magdalen Coll., Oxford 9{~PRIME~} 55{~DOUBLE PRIME~}
1867 W. C. Crofts, Brasenose Coll., Oxford 10{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~}
1868 W. Stout, London R. C. 9{~PRIME~} 6{~DOUBLE PRIME~}
1869 W. C. Crofts, Brasenose Coll., Oxford 9{~PRIME~} 56{~DOUBLE PRIME~}
1870 J. B. Close, First Trinity, Cambridge 9{~PRIME~} 43{~DOUBLE PRIME~}
1871 W. Fawcus, Tynemouth R. C. 10{~PRIME~} 9{~DOUBLE PRIME~}
1872 C. C. Knollys, Magdalen Coll., Oxford 10{~PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~}
1873 A. C. Dicker, St. John's Coll., Cambridge 9{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~}
1874 A. C. Dicker, St. John's Coll., Cambridge 10{~PRIME~} 50{~DOUBLE PRIME~}
1875 A. C. Dicker, Lady Margaret Club 9{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~}
1876 F. L. Playford, London R. C. 9{~PRIME~} 28{~DOUBLE PRIME~}
1877 T. C. Edwards-Moss, Brasenose Coll., Oxford 10{~PRIME~} 20{~DOUBLE PRIME~}
1878 T. C. Edwards-Moss, Brasenose Coll., Oxford 9{~PRIME~} 37{~DOUBLE PRIME~}
1879 J. Lowndes, Hertford Coll., Oxford 12{~PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~}
1880 J. Lowndes, Hertford Coll., Oxford 9{~PRIME~} 10{~DOUBLE PRIME~}
1881 J. Lowndes, Hertford Coll., Oxford 9{~PRIME~} 28{~DOUBLE PRIME~}
1882 J. Lowndes, Jesus Coll., Cambridge 11{~PRIME~} 43{~DOUBLE PRIME~}
1883 J. Lowndes, Kingston R. C. 10{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~}
1884 W. S. Unwin, Magdalen Coll., Oxford 9{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~}
1885 W. S. Unwin.
Wingfield Sculls
_and the Championship of the Thames._
Baan van 1830-1849 Westminster-Putney,
1849-1861 Putney-Kew,
1861 Putney-Mortlake.
1830 J. H. Bayford.
1831 C. Lewis.
1832 A. A. Julius.
1833 C. Lewis.
1834 en 35 A. A. Julius.
1836 H. Wood.
1837 P. Colquhoun.
1838 H. Wood.
1839 H. Chapman.
1840 en 41 T. L. Jenkins.
1842 en 43 H. Chapman.
1844 T. B. Bumpsted.
1845 H. Chapman.
1846 C. Russell.
1847 en 48 J. R. L. Walmisley.
1849 F. Playford.
1850 en 51 T. R. Bone.
1852 E. G. Peacock.
1853 J. Paine.
1854 H. H. Playford.
1855-60 A. A. Casamajor.
1861 E. D. Brikwood 29{~PRIME~}
1862 W. B. Woodgate 27{~PRIME~}
1863 J. E. Parker 25{~PRIME~}
1864 W. B. Woodgate 25{~PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~}
1865 E. B. Lawes 27{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~}
1866 E. B. Michell 27{~PRIME~} 26{~DOUBLE PRIME~}
1867 W. B. Woodgate.
1868 W. Stout 26{~PRIME~} 52{~DOUBLE PRIME~}
1869 en 70 A. de L. Long.
1871 W. Fawcus 26{~PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~}
1872 C. C. Knollys 28{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~}
1873 en 74 A. C. Dicker 24{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} en 25{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~}
1875-79 F. L. Playford 24{~PRIME~} 41{~DOUBLE PRIME~}
1880 A. Payne 24{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~}
1881 J. Lowndes 25{~PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~}
1882 A. Payne 27{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~}
1883 J. Lowndes.
1884 en 85 W. S. Unwin 24{~PRIME~} 12{~DOUBLE PRIME~}
Championnat de France.
1853 tot 1856 Frédéric Lowe.
1857 tot 1861 Louis Armet.
1862 Edmond Gamby.
1863 Louis Huot.
1864-1867 Eug. Frébault.
1868, 69, 71 tot 75 Rég. Gesling.
1876 tot 1883 Alex. Lein.
1884 A. d'Hautefeuille.
1885 Louis Bidauld.
Match annuel
_entre le Rowing-Club et la Société Nautique de la Marne_.
gewonnen met
1880 Rowing Club 41{~DOUBLE PRIME~}
1881 Rowing Club 45{~DOUBLE PRIME~}
1882 S. N. de la Marne 37{~DOUBLE PRIME~}
1883 S. N. de la Marne 20{~DOUBLE PRIME~}
1884 Rowing Club 44{~DOUBLE PRIME~}
1885 Rowing Club 5 L.
Meisterschaft von Deutschland.
1882 Achilles Wild, Frankfurter R. G. "Germania"
1883 J. Bungert, Mannheimer R. C.
1884 Achilles Wild, Frankfurter R. G. "Germania"
1885 Achilles Wild, Frankfurter R. G. "Germania"
Championnat de Belgique.
1874 Alfr. Vidrequin, Bruxelles.
1875 Aug. Bartholomé, "
1876 Hector Donies, "
1877 Hector Donies, "
1878 Hector Donies, "
1879 Hector Donies, "
1880 Josef Polak, "
1881 H. Werlemann, "
1882 Joseph Polak, "
1883 M. Chaudoir, Liège.
1884 Trasenster, "
1885 M. Chaudoir, "
NEDERLAND.
Universiteitswedstrijd.
Jaar. Overwinnaar. Plaats. Gewonnen met:
1878 Delft, op den Rijn bij Leiden gew. m. ?
1880 Delft, op den Rijn bij Leiden " " 10{~DOUBLE PRIME~}
1881 Delft, op de Schie bij Delft " " 12{~DOUBLE PRIME~}
1882 Leiden, op den Rijn bij Leiden " " 35{~DOUBLE PRIME~} vóór Delft,
53{~DOUBLE PRIME~} vóór Utrecht.
1883 Leiden, Oudshoorn, aanvaring van Delft en Utrecht.
1884 Leiden, Oudshoorn gew. m. 4{~DOUBLE PRIME~} vóór Utrecht,
36{~DOUBLE PRIME~} vóór Delft.
1885 Leiden, Haarlem " " 18{~DOUBLE PRIME~} vóór Utrecht,
30{~DOUBLE PRIME~} vóór Delft.
Kampioenschap van Nederland.
_Matches of Professionals for the Championship._
P. M. = Putney-Mortlake.
De tusschen haakjes geplaatste naam is die van den overwonnene.
1831 (9 Sept.) C. Campbell (C. Williams).
1846 (19 Aug.) R. Coombes (C. Campbell) P. M. 26{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~}
1852 (24 Mei) T. Cole (R. Coombes) P. M. 26{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~}
1854 (20 Nov.) J. Messenger (T. Cole) P. M. 24{~PRIME~} 25{~DOUBLE PRIME~}
1857 (12 Mei) H. Kelley (J. Messenger) P. M. 24{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~}
1859 (25 Sept.) R. Chambers (H. Kelley) P. M. 25{~PRIME~} 25{~DOUBLE PRIME~}
1865 (8 Aug.) H. Kelley (R. Chambers) P. M. 23{~PRIME~} 26{~DOUBLE PRIME~}
1866 (22 Nov.) R. Chambers (J. Sadler) P. M. 25{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~}
1867 (6 Mei) H. Kelley (R. Chambers) op de Tyne 31{~PRIME~} 47{~DOUBLE PRIME~}
1868 (17 Nov.) J. Renforth (H. Kelley) P. M. 23{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~}
1874 (17 April) J. H. Sadler (E. Bagnall) P. M. 24{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~}
1875 (15 Nov.) J. H. Sadler (R. W. Boyd) P. M. 28{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~}
1876 (27 Juni) E. Trickett (J. H. Sadler) P. M. 24{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~}
1877 (19 Maart) R. W. Boyd (W. Nicholsen)
op de Tyne 25{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~}
1877 (28 Mei) R. W. Boyd (J. Higgins) P. M. 28{~PRIME~} 24{~DOUBLE PRIME~}
1877 (8 Oct.) J. Higgins (R. W. Boyd) P. M. 24{~PRIME~} 10{~DOUBLE PRIME~}
1878 (14 Jan.) J. Higgins (R. W. Boyd) op de Tyne foul.
1878 (3 Juni) J. Higgins (W. Elliott) P. M. 24{~PRIME~} 38{~DOUBLE PRIME~}
1878 (17 Sept.) W. Elliot (R. W. Boyd) P. M. foul.
1879 (17 Febr.) W. Elliot (J. Higgins) op de Tyne 22{~PRIME~} 1{~DOUBLE PRIME~}
1879 (16 Juni) E. Hanlan (W. Elliot) op de Tyne 21{~PRIME~} 21{~DOUBLE PRIME~}
1880 (15 Nov.) E. Hanlan (E. Trickett) P. M. 26{~PRIME~} 12{~DOUBLE PRIME~}
1881 (14 Febr.) E. Hanlan (E. C. Laycock) P. M. 25{~PRIME~} 41{~DOUBLE PRIME~}
1882 (3 April) E. Hanlan (R. W. Boyd) op de Tyne 21{~PRIME~} 25{~DOUBLE PRIME~}
1882 (1 Mei) E. Hanlan (E. Trickett) P. M. 28{~PRIME~}
1883 (31 Mei) E. Hanlan (J. L. Kennedy)
Point of Pines Canada m. 15 L.
1883 (18 Juli) E. Hanlan (W. Ross)
Lawrence River U. S. m. 20 L.
1884 (22 Mei) E. Hanlan (E. C. Laycock)
Melbourne Nep. m. ½ L. in 22{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~}
1884 (16 Aug.) W. Beach (E. Hanlan) Paramatta m. 6 L. in 20{~PRIME~} 29{~DOUBLE PRIME~}
1885 (7 Febr.) E. Hanlan (Clifford) Paramatta m. 7 L.
1885 (28 Maart) W. Beach (E. Hanlan) Paramatta m. 10 L. in 22{~PRIME~} 51{~DOUBLE PRIME~}
1885 (24 Oct.) J. Teemer (E. Hanlan) Hudson Riv. 22{~PRIME~} 11{~DOUBLE PRIME~}
[Decoratieve illustratie]