1. Elke Fries moet de beleedigers of vijanden afweren, met al zulke
wapenen, als hij verzinnen, bekomen en hanteren mag.
2. Is een knaap twaalf jaar, dan moet hij de zevende dag missen van
zijn leertijd om vaardig te worden met de wapenen.
3. Is hij bekwaam geworden, dan geve men hem wapenen en hij wordt
tot krijgsman geslagen.
4. Is hij drie jaren krijgsman, dan wordt hij burgtheer en mag hij
helpen zijn hoofdman te kiezen.
5. Is hij zeven jaren kiezer, dan mag hij helpen een heerman of koning
te kiezen en dan zelf ook gekozen worden.