DIT ZIJN DE WETTEN DIE TOT DE BURGTEN BETREKKING HEBBEN.

1. Zoo wanneer ergens eene burgt gebouwd is, dan moet de lamp aldaar

aan de eerste lamp te Texland aangestoken worden, doch dat mag nimmer

anders dan door de Moeder geschieden.

2. Elke moeder zal hare eigene maagden kiezen. Eveneens die welke op

andere burgen moeder zijn.

3. De Moeder te Texland mag hare opvolgster kiezen, doch bijaldien

zij sterft voor dat zij het gedaan heeft, dan moet die gekozen worden

op eene algemeene vergadering bij raad van alle staten te zamen.

4. De Moeder op Texland mag eenentwintig maagden hebben en zeven

spinmeisjes, opdat er altijd zeven bij de lamp mogen waken des daags

en des nachts. Bij de maagden die op de andere burgten als moeder

dienen, even zoo vele.

5. Bijaldien eene maagd aan iemand huwen wil, zoo moet zij dat aan

de moeder berichten, en op staande voet tot de menschen terugkeeren,

eer zij met haar tochtige adem het licht verontreinigt.

6. Aan de Moeder en aan iedere burgtmaagd zal men toevoegen

eenentwintig burgtheeren, zeven bejaarde wijzen, zeven bejaarde

krijgslieden en zeven oude zeestrijders.

7. Daarvan zullen alle jaren naar huis keeren drie van elk zevental,

maar zij mogen niet opgevolgd worden door hunne nabestaanden, nader

dan het vierde lid.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 12 / 118 题