Deze boeken moet gij met lijf en ziel bewaren, zij bevatten
de geschiedenis van ons geheele volk, en ook van onze
voorvaderen. Verleden jaar heb ik die uit den vloed gered tegelijk
met u en met uwe moeder. Doch zij waren nat geworden, daardoor
gingen zij naderhand bederven. Om ze niet te verliezen, heb ik ze
op overlandsch papier overgeschreven. Bijaldien gij ze erft, moet
gij ze ook overschrijven. Uwe kinderen desgelijks, opdat zij nimmer
verloren gaan. Geschreven te Liuwert, nadat Atland verzonken is, het
drie duizend vier honderd negen en veertigste jaar, dat is naar de
Christen-rekening het twaalf honderd zes en vijftigste jaar, Hiddo
bijgenaamd Over de Linde. Waak.
Lieve erfgenamen, om onze lieve voorouderen wille, en om onze lieve
vrijheids wille, duizendmaal bid ik u. Och lieve, laat de oogen van
een monnik toch nooit over deze schriften weiden. Zij spreken zoete
woorden, maar zij tornen ongemerkt, aan alles wat ons Fries betreft. Om
rijke prebenden te winnen, heulen zij met de vreemde koningen; deze
weten dat wij hunne grootste vijanden zijn, omdat wij hunne lieden
toespreken durven over vrijheid, recht en vorstenplicht. Daarom laten
zij alles vernielen, wat van onze voorvaderen komt, en wat nog overig
is van onze oude zeden. Och lieve, ik ben bij hen aan het hof geweest;
wil Wralda het gehengen, en wij ons niet sterk maken, dan zullen zij
ons altegader verdelgen. Geschreven te Liudwert, acht honderd en drie
jaar, na de Christen meening. Liko bijgenaamd Over de Linde.