EEN KUNSTENAAR MÆCEEN.

Mijnheer de Spectator!

Vergun mij u iets mee te deelen.

Omdat gij er nog niet van gesproken hebt vermoed ik dat het u òf

onbekend òf althans slechts bij geruchte zal bekend zijn.

Natuurlijk kent gij Dantes Divina Commedia. De Hollandsche vertalingen,

inzonderheid die van A. S. Kok in metrische verzen, zullen u evenmin

vreemd zijn: en zeker hebt gij de platen van Gustave Doré bewonderd,

waarmee de Fransche pracht-uitgave van Dantes Inferno geïllustreerd

werd.

Indien gij nú niet begrijpt wat ik bedoel, dan kan ik gerust vertellen;

de zaak moet u vreemd, en de naam van den man u nog onbekend

zijn.... Maar stil.

Nog zelden had ik zulk een prachtig boek in handen, en zeker heb ik

nooit gedacht er zoo een present te zullen krijgen. Als er niets

grooters is dan folio-formaat, dan is het folio, maar anders--is

het grooter.

Zie, nu ik de zwart kartonnen doos open, waarin het groote boek, op

de wijze als onze photographie-albums, besloten ligt, nu is een goed

deel van onze theetafel bedekt. We zouden de thee wel kunnen wegzetten.

Voorzichtig! Die band--rood met verguld--is smaakvol en stevig. Op

den rug--die nog te zien is--leest ge in gulden letters: De Komedie

van Dante, en dan op het bovenblad in het beeld der eeuwigheid:

De Hel van Dante.

Onwillekeurig worden de vingertoppen, hoe schoon ze ook zijn, nog eens

vluchtig aan den zakdoek gebracht, want de uitroep: prachtig! komt

telkens terug.

Zwaar, deftig en blank is het papier. Erg veel wit zien we in 't begin.

Ha! dat is schoon: Tegenover het titelblad, waarvan de roode en zwarte

letters door het glanzig vloeipapier gluren, zien we het borstbeeld

van den man wiens reuzenschepping de eeuwen trotseerde: het beeld

van Dante Alighieri in overschoone photographie.

Die photographie--van den heer F. W. Deutmann te Amsterdam--werd

genomen naar een marmeren buste, vervaardigd te Rome door Eumene

Baratta op last van den eigenaar die.... Maar, nog even geduld,

want luister, op de volgende bladzij zingt onze Ten Kate den bard

der oudheid toe:

Dante Alighieri.

"In één grootsch werk de schepper van zijn taal,

En 't heerlijkste, ooit in menschentaal geschreven,

Waarin niet slechts de middeneeuwen leven,

Maar 's levens polsen kloppen, al te maal.

Der volkren Dichter, door zijn volk verdreven

En vogelvrij verklaard, in zegepraal

Op vleuglen van 't genie naar 't ideaal

Der liefde, zijn Beatrix, opgeheven!

Van uit den diepsten nacht in 't hoogste licht

Trapswijz' geklommen, wordt zijn Hemelsch Dicht

Symbool der weergeboorte uit zonde en smarte,

Die 't menschlijk leven godlijk loutren moet.

Zóó schildert, met zijn tranen en zijn bloed,

Deez' Dante in beelden 't drama van elks harte."

En als we dan het zware blad weer omslaan dan lezen we:

Mijnen waarden vriend Dr. Hacke, vertolker van Dante's Inferno.

En weer klinkt het lied van onzen zanger:

"Gij zijt hen nagewandeld, onbevreesd

Als derde volgend door de ongastvrije oorden!

En wat Virgiel en Dante zagen, hoorden,

Gij hebt het mee ervaren in den geest.

Ja meer! Gij zijt des Dichters tolk geweest,

En 't is uw roem, als voortaan in ons Noorden

Het zuidlijk orgel zingt met de eeuwige akkoorden,

En Neerland huivrend zijn Inferno leest!

Excelsior! Van uit de schriklandouwen

Naar boven!..... Zalig zijn zij die daar rouwen!

De smart tot God is heilig loutringsvuur.

Doe als uw meester! Stil ter goeder uur

De zielzucht onzer edeler natuur:

Wij smachten naar Beatrix--doe ze aanschouwen!

"Dr. Hacke?"

Jawel, Dr. J. C. Hacke van Mijnden! Kent ge hem niet?

"Hacke van Mijnden?" zegt ge, en kijkt rechts en links, "Dr. Hacke

van Mijnden--Doctor....?"

Tob maar niet langer. Gij kent hem niet. En dat is juist het mooie

van de zaak.

Ik herhaal het: dat is nu 't mooie van de zaak.

Dr. Hacke is een man van middelbaren leeftijd, en het eerste dichtwerk,

dat hij het publiek--neen nog slechts zijn' vrienden aanbiedt, het

is de vrucht van een studie sinds de dagen zijner jeugd. Mij dunkt

dat heet liefde en eerbied hebben voor de kunst, dat heet eerbied en

achting gevoelen voor haar waardige vierschaar, en--voor zich zelven!

Men heeft mij gezegd--en 't kwam uit een goede bron--dat Dr. Hacke

de geheele Divina Commedia--of althans de Inferno--reeds driemalen

voor eigen studie en genot in 't Nederlandsch overbracht, om steeds

dieper de schoonheden van het onsterfelijk gedicht te peilen, aleer hij

besluiten kon een vertolking er van aan de pers te vertrouwen. Luister

even welke eischen de ernstige man zichzelven stelt. Hij zegt in zijn

voorwoord--zonder opschrift:

"Indien het nu bij de overbrenging van een dichterlijk kunstwerk

in eene andere taal altijd een vereischte is, den vorm, waarin de

dichter zijne gedachte gekleed heeft, in het oog te houden, dan is

het vooral bij Dantes Komedie het geval, waar niets willekeurig is,

waar alles mathematisch en harmonisch in elkander past, waar elke

uitdrukking, elke vorm, ik zou haast zeggen elk woord, met een bepaald

doel gekozen werd."

En verder:

"Niettegenstaande de redenen door Macaulay aangevoerd voor zijne

uitspraak, dat eene vertaling nooit behoort geschreven te worden in

verzen, die bijzondere moeilijkheid voor het rijm opleveren, heb ik

getracht, én den geest, én den nauw daarmede verwanten vorm van het

dichtstuk te bewaren, door niet alleen voor zooverre 't mogelijk was,

regel voor regel en woordelijk te vertalen, maar ook vooral, door de

terzine met hare driemaal herhaalde vrouwelijke (slepende) eindrijmen

na te volgen; het rijm toch maakt de terzini uit, die zonder dat,

van kleur en doel verstoken zou zijn."

Of Dr. Hacke daarin geslaagd is, en of hij het gezegde der Italianen:

"Traduttore-traditore (vertaler-verrader)" op zich behoeft toe

te passen; of hij schitterend de vele bezwaren heeft overwonnen,

die hij vond op zijn moeielijk pad, dewijl onze taal "noch den

rijkdom, noch de verscheidenheid van slepende uitgangen heeft die

aan de Italiaansche eigen zijn". Op dit alles zal ik u geen antwoord

geven. Gij weet het, ik matig mij niet gaarne in 't publiek een oordeel

over anderer kunstwerken aan, en vooral zou het hier al zeer dwaas

zijn een oordeel over een jarenlange studie te vellen, gesteld zelfs

dat wij het Italiaansch spraken als onze moedertaal òf--als Dr. Hacke.

Maar wilt gij eenige bladen met mij omslaan en luisteren, dan kunt

gij zelf oordeelen.

Doch eerst moet ge zien, want door het vloeipapier, waarop in 't

midden keurig en zuiver gedrukt staat:

"In 't midden van de loopbaan van ons leven

Heb ik mij in een duister woud bevonden.

De lelie van 's-Gravenhage · 第 44 / 82 题