CORRESPONDENTIE.

Aan den WelEd. Z.Gel. Heer Dr. S. Sr. Coronel.

Geachte Heer!

Ontvang mijn vriendelijken dank dat gij naar aanleiding van

mijne regelen in den Spectator, nog eens de belangen der arme

fabriekskinderen hebt ter sprake gebracht.

Mij dunkt wij zijn het volkomen eens. Men moet geduld hebben--ofschoon

het moeite kost. Doch, waar uw naam wordt genoemd, daar voel ik mij

gedrongen om aan hen, die ongeduldig telkens weder vragen: komt er nog

geen verandering in den toestand der ongelukkige fabriekskinderen, den

raad te geven, al wachtende, nog eens uw dieptreffend en verre boven

mijn lof verheven In 't Gooi te lezen, te vinden in den Gids jaargang

1863, maar vooral ook uw sprekend betoog, getiteld: De toestand der

kinderen in onze fabrieken en het gewicht eener regeling van hunnen

arbeid, uitgegeven bij de Erven Loosjes te Haarlem 1863.

Geloof mij inmiddels met de meeste hoogachting te zijn:

WelEd. Zeer. Gel. Heer,

De lelie van 's-Gravenhage · 第 42 / 82 题