Als gestoken door een insect sprong Baxter op, in de armen terecht
komende van „de vloo”, die wanhopige gebaren stond te maken.
Verschrikt over deze beweging van Baxter, wierp „de vloo” den dikken
inspecteur terug, waarop hij terecht kwam tegen Raffles, alias
Pfanstehl.
En nu kreeg men het kostelijk schouwspel, dat Baxter, evenals een bal,
eenige malen heen en weer geworpen werd van „de vloo” naar Pfanstehl en
van deze weer naar „de vloo”.
Baxter vloekte, „de vloo” tierde en Pfanstehl stond als een echte
Amerikaan te lachen.
Eindelijk keerde de kalmte terug en Baxter riep:
—’t Is dus weer Raffles!
—Maar dit raadsel dan?
—Dat is om ons te misleiden. Neen, die lamme kerel heeft hier gewoond
en moest bij zijn vertrek weer eens iets gemeens doen. Maar wij gaan
hem achterna.
—Hoe wilt u dat doen?
—Wij gaan ook per auto.
—Toch halen wij hem niet meer in.
—Dat zullen wij eens zien.
De stomme huisknecht werd door Baxter meegenomen, en niet lang daarna
ging men gezamenlijk naar Londen.