32 tanden. 36 tanden. 32 tanden.

4 valsche en 6 ware 6 valsche en 6 ware 6 valsche en 4 ware

maaltanden in elke maaltanden in elke maaltanden in elke

kaak. kaak. kaak.

Platte nagels. Platte nagels. Klauwvormige nagels met

uitzondering van die

van den duim der

achterhanden.

Duim der voorhanden Duim der voorhanden Duim der voorhanden

ontbreekt slechts zeer ontbreekt bij velen ontbreekt nimmer en is

zelden en is van de en is, waar hij niet van de vingers

vingers verwijderd. aanwezig is, van de verwijderd.

vingers verwijderd.

Neusschot smal, Neusschot breed, Neusschot breed,

neusgaten voor- en neusgaten zijdelings neusgaten zijdelings

benedenwaarts gekeerd. gekeerd. gekeerd.

Het voorhoofdsbeen zet

zich bij vele tusschen

de oogkassen boven de

neusbeenderen voort en

is aldaar bol verheven.

Sommige staartloos, Alle gestaart, bij Alle gestaart, nimmer

nimmer een vele een een grijpstaart.

grijpstaart. grijpstaart.

Bij de meesten Nimmer eeltplekken Nimmer eeltplekken aan

eeltplekken aan de aan de billen, noch de billen, noch

billen, bij velen wangzakken. wangzakken.

wangzakken.

Zoo wij in deze tabel van „voor-” en „achterhanden” spreken, hoewel wij

in aanteekening 14, blz. 41, hebben opgemerkt, dat de zoogenaamde

achterhanden der apen eigenlijk ware voeten zijn, was zulks slechts om

ons aan het eenmaal aangenomen spraakgebruik te houden.

Wat de in de volgende alinea door Darwin aangestipte vraag aangaat, of

de anthropomorphen als een afzonderlijke groep der Catarrhinae moeten

worden beschouwd, willen wij nog het volgende opmerken:

Haeckel verdeelt de Apen der Oude Wereld in twee ondergroepen: 1o.

Catarrhinae met een staart (Menocerca) en 2o. Catarrhinae zonder staart

(Lipocerca). De groep der Lipocerca omvat de Anthropomorphen en den

Mensch, die der Menocerca de overige Apen der Oude Wereld. Deze laatste

worden, al naar zij wangzakken bezitten of niet, in de beide families

der Ascoparea en Anasca onderscheiden („Natürliche

Schöpfungsgeschichte”, 1ste uitgaaf, blz. 570). R. Hartman, hoogleeraar

aan de Universiteit te Berlijn, geeft in zijn werk: „Die Menschenähnl.

Affen”, Leipzig, Brockhaus, 1883, blz. 268, de volgende indeeling van

de Orden der Primaten en Lemuriden (hij scheidt deze laatste als

afzonderlijke Orde af van die, welke den mensch en de ware apen omvat),

met welke ik mij in hoofdzaak goed kan vereenigen, schoon ik Hapale als

een derde zelfstandige Onder-familie van de eigenlijke apen (Simiina)

beschouw.

De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) · 第 68 / 111 题