4 valsche en 6 ware 6 valsche en 6 ware 6 valsche en 4 ware
maaltanden in elke maaltanden in elke maaltanden in elke
kaak. kaak. kaak.
Platte nagels. Platte nagels. Klauwvormige nagels met
uitzondering van die
van den duim der
achterhanden.
Duim der voorhanden Duim der voorhanden Duim der voorhanden
ontbreekt slechts zeer ontbreekt bij velen ontbreekt nimmer en is
zelden en is van de en is, waar hij niet van de vingers
vingers verwijderd. aanwezig is, van de verwijderd.
vingers verwijderd.
Neusschot smal, Neusschot breed, Neusschot breed,
neusgaten voor- en neusgaten zijdelings neusgaten zijdelings
benedenwaarts gekeerd. gekeerd. gekeerd.
Het voorhoofdsbeen zet
zich bij vele tusschen
de oogkassen boven de
neusbeenderen voort en
is aldaar bol verheven.
Sommige staartloos, Alle gestaart, bij Alle gestaart, nimmer
nimmer een vele een een grijpstaart.
grijpstaart. grijpstaart.
Bij de meesten Nimmer eeltplekken Nimmer eeltplekken aan
eeltplekken aan de aan de billen, noch de billen, noch
billen, bij velen wangzakken. wangzakken.
wangzakken.
Zoo wij in deze tabel van „voor-” en „achterhanden” spreken, hoewel wij
in aanteekening 14, blz. 41, hebben opgemerkt, dat de zoogenaamde
achterhanden der apen eigenlijk ware voeten zijn, was zulks slechts om
ons aan het eenmaal aangenomen spraakgebruik te houden.
Wat de in de volgende alinea door Darwin aangestipte vraag aangaat, of
de anthropomorphen als een afzonderlijke groep der Catarrhinae moeten
worden beschouwd, willen wij nog het volgende opmerken:
Haeckel verdeelt de Apen der Oude Wereld in twee ondergroepen: 1o.
Catarrhinae met een staart (Menocerca) en 2o. Catarrhinae zonder staart
(Lipocerca). De groep der Lipocerca omvat de Anthropomorphen en den
Mensch, die der Menocerca de overige Apen der Oude Wereld. Deze laatste
worden, al naar zij wangzakken bezitten of niet, in de beide families
der Ascoparea en Anasca onderscheiden („Natürliche
Schöpfungsgeschichte”, 1ste uitgaaf, blz. 570). R. Hartman, hoogleeraar
aan de Universiteit te Berlijn, geeft in zijn werk: „Die Menschenähnl.
Affen”, Leipzig, Brockhaus, 1883, blz. 268, de volgende indeeling van
de Orden der Primaten en Lemuriden (hij scheidt deze laatste als
afzonderlijke Orde af van die, welke den mensch en de ware apen omvat),
met welke ik mij in hoofdzaak goed kan vereenigen, schoon ik Hapale als
een derde zelfstandige Onder-familie van de eigenlijke apen (Simiina)
beschouw.