2. CHARIVARIUS IN DE ALPEN

(DE PERS IN DE WOLKEN).

d’ Eerste week van Januari

Komt er eens geen Charivari:

Charivarius is op reis;

Hij ’s aan ’t rusten van zijn zorgen,

Hij zit veilig opgeborgen

In het land van sneeuw en ijs.

Zwitserland houdt hem gevangen,

Waar besneeuwde takken hangen

Over ’t bleeke berg-en-dal,

Waar zich witte wegen kronklen,

Waar in ’t blanke vloerkleed fonklen

Diamanten zonder tal.

Waar de lichte lucht de longen

Priklend vult — waar blij gezongen,

Jolig, jong genoten wordt;

’t Rijk van truien, bonte kleeden,

Arren, schaatsen, skis en sleden,

’t Rijk van Koning WINTERSPORT!

Ziet z’ in bobslee met hun vieren

Langs fluweelen paden slieren,

Rrroetsj!! Ze kennen geen gevaar,

Als met autovaart zij glijde’,

Neigend bij een bocht...... Op zijde!!

Hoort gij niet hun schreeuwen: „Gare!!”

„Gare!” roept ook dat blozend meiske,

Met een stemmetje als een sijske,

„Gare!” al glijdend langs de baan,

Op haar luge, in haar eentje,

Kittig sturend met haar beentje,

„Gare!” en stralend komt zij aan.

Ziet de slanke skiërs zweven,

Vol van tintlend jeugdig leven,

Op de golvend sneeuwen zee.

Ziet z’ op zeev-mijlsschaatsen snellen,

Dan weer deinend, zeilend hellen,

In een sierlijk vol plané.

En de albediller, vitter,

Charivarius, die zit er,

En hij leest geen enkle krant.

Als hij lummelt, lui en lustig,

Heeft _U. D._ en _Standaard_ ’t rustig,

d’ _N.R.C._ en ’t _Vaderland_.

„Bleef hij daar nog maar een beetje!”

’k Hoor ’t ze denken. — Een ideetje:

— ’k Kreeg ’t bij ’t maken van dit vers —

Breng bijéén, en stuur m’ een sommetje,

’k Blijf dan nog wat — wèl bekomme ’t je!

Prosit! Vaderlandsche Pers!

Chesières, Januari 1914.

Ruize-rijmen · 第 236 / 248 题