57. HOOG BEZOEK.

_Iambisch-choriambische Ode aan de Pers, bedoeld als scandeer-oefening

voor de Gymnasiale jeugd._

Hoog bezoek. Vergezeld van zijn oom, Prins Heinrich van Pruisen, zijn

adjudant en den burgemeester van Wieringen, bracht de ex-kroonprins van

Duitschland Zaterdagmiddag een bezoek aan huize Duinwijk alhier, om

zich door zijn tandarts te laten behandelen. Na een verblijf van eenige

uren op Duinwijk aanvaardde het gezelschap, in 2 auto’s gezeten, den

terugtocht naar Wieringen. — _O. H. C._

Het Plebs, en zijn slavin, de Pers,

Vergapen zich aan

Den Schijn.

Dat is ’t, waaraan mijn Ruize-vers

Van heden gewijd

Zal zijn.

Ex-kroonprins, arme kerel, zeg,

’k Heb medelij, man,

Met jou;

Daar zit je vele mijlen weg,

Gescheiden van kroost,

En vrouw.

Je bent gevangen in een oord,

Daar erregens aan

De pool,

Waarvan geen mensch ooit had gehoord,

Dan soms in de les,

Op school.

De streek is dor als een woestijn,

Verlaten en kil,

En kaal;

Je huis is somber, grauw en klein,

Naar, burgerlijk en

Banaal.

Met de notab’len van ’t gehucht,

Een kringetje, klein,

En triest,

Speel j’ elken avond, met een zucht,

Een robbertje bridge,

Of whist.

Je gaat naar Pa, maar nooit alleen;

Eerst vraag j’ of het mag

Aan Ruys;

Dan brengt m’neer Kan j’r aan ’t handje heen,

En net zoo terug,

Naar huis.

Je droomde j’eens een ander lot......

Jou wachtte een

Keizerskroon!

Je vader hield zich voor een god,

En jou voor een

Godenzoon......

Omringd van vleiers groeide j’op,

Je zwelgd’ in hun hoofsch

Gelal;

Jij, jeugdig godje in den dop,

Beheerscher — ééns! — van

’t Heelal!

Zoo peinzend sta je aan den dijk,

Spuwt kringetjes in

De sloot;

Je voelt jezelf een levend lijk,

Een mummie, lang voor

Je dood.

Hoor! Troost je met dit zoet bedrog,

Verongelukt schip

Op ’t strand!

Eén lichtstraal, stumper, blijft je nog:

De leutertaal van

De krant.

Dat ’t dan met gulden lettren sta

In ’t princelijk

Levensboek:

„Wanneer ik naar Mijn tandarts ga,

Dan heet dat nog

HOOG BEZOEK.”

Ruize-rijmen · 第 112 / 248 题