_Opgedragen aan allen, die nog het goede in den oorlog weten te
waardeeren._
„Met de vervaardiging der kunstledematen voor de verminkten schiet
men hard op; bijna allen zullen binnen kort geholpen zijn. — Een zeer
geschikte betrekking voor de jongelieden, die blind geschoten zijn — een
schrikbarend groot aantal — is die van masseur. De opleiding geschiedt
kosteloos.” — _Bericht in de bladen._
„Als de Mei komt,
Ben ik blijde;
In den morgen,
Zoel en zacht,
Dwaal ik rond langs
Weg en weide;
Wees gegroet, gij
Tijd der tijden,
Als het lente-
leven lacht!”
„Als de Mei komt,
Ben ik blijde,
En ik strale
van geluk,
Want mijn kind zal
Niet meer rijden,
Neen, dan loopt hij
Aan mijn zijde,
Want mijn jongen
Krijgt zijn kruk.”
„Als de Mei komt,
Ben ik blijde,
Is mij ’t harte
Licht en warm,
Want mijn kind, zoo-
als men zeide,
Heeft dan weer
Zijn armen, beide,
Want hij krijgt zijn
Houten arm.”
„Als de Mei komt,
Ben ik blijde,
Want de wolf blijft
Van de deur:
Met het oog op
Dure tijden,
Zal ’k mijn blind kind
Op doen leiden
Tot een eerste-
klas masseur.”
„Als de Mei komt,
Ben ik blijde,
Want mijn kind, ginds,
Heeft geen nood;
’t Is het einde
Van zijn strijden,
Van zijn pijn en
Van zijn lijden,
Want mijn jongen
Ligt er dood.”