45. HET MEILIED DER MOEDERS.

_Opgedragen aan allen, die nog het goede in den oorlog weten te

waardeeren._

„Met de vervaardiging der kunstledematen voor de verminkten schiet

men hard op; bijna allen zullen binnen kort geholpen zijn. — Een zeer

geschikte betrekking voor de jongelieden, die blind geschoten zijn — een

schrikbarend groot aantal — is die van masseur. De opleiding geschiedt

kosteloos.” — _Bericht in de bladen._

„Als de Mei komt,

Ben ik blijde;

In den morgen,

Zoel en zacht,

Dwaal ik rond langs

Weg en weide;

Wees gegroet, gij

Tijd der tijden,

Als het lente-

leven lacht!”

„Als de Mei komt,

Ben ik blijde,

En ik strale

van geluk,

Want mijn kind zal

Niet meer rijden,

Neen, dan loopt hij

Aan mijn zijde,

Want mijn jongen

Krijgt zijn kruk.”

„Als de Mei komt,

Ben ik blijde,

Is mij ’t harte

Licht en warm,

Want mijn kind, zoo-

als men zeide,

Heeft dan weer

Zijn armen, beide,

Want hij krijgt zijn

Houten arm.”

„Als de Mei komt,

Ben ik blijde,

Want de wolf blijft

Van de deur:

Met het oog op

Dure tijden,

Zal ’k mijn blind kind

Op doen leiden

Tot een eerste-

klas masseur.”

„Als de Mei komt,

Ben ik blijde,

Want mijn kind, ginds,

Heeft geen nood;

’t Is het einde

Van zijn strijden,

Van zijn pijn en

Van zijn lijden,

Want mijn jongen

Ligt er dood.”

Ruize-rijmen · 第 97 / 248 题