34. DE SNOEVERS.

Eenvoudig rijmpje van een nuchter neutraal.

„_Wir Deutsche_ sind unter allen Völkern von der Vorsehung ausersehen an

die _Spitze_ aller der Kultur in der _ganzen Schöpfung_. Unterwerfung

unter unserer in jeder Hinsicht überlegene Leitung ist das einzige und

sicherste Mittel zu einer gedeihlichen Existenz für jede Nation.” —

_Hengel._

„Engeland moge zulke leugenachtige toespraken gaarne hooren; de

Duitscher, die doortrokken is van de zedelijkheid („der von oben bis

unten voller Moral sticht,”) verdraagt ze niet.” — _Kreth, in den

Rijksdag._

„......want aan _ons_ is als geen ander volk door de Voorzienigheid de

zorg voor het innerlijk, voor de eigenwaarde van het menschelijk bestaan

toevertrouwd.” — _Prof. Eucken, Hoogleeraar te Jena._

„_Wij Duitschers_ staan hoog boven aan,

_Wij_ schrijden aan de spits,

_Wij_ wijzen weg, _Wij_ breken baan.

_Groot-Duitschland_ is de gids.

_Wij Duitschers_ gaan in alles voor,

Wat edel is en schoon,

_Wij_ richten ’t Al in ’t rechte spoor,

_Groot-Duitschland_ spant de kroon.

God heeft de volkren van deez’ aard

Gerangschikt op een rij;

Ze staan naar kwaliteit geschaard,

En nummer één zijn _Wij_.

In deez’ Ons opgedrongen strijd

Verbrak’ _Wij_ nooit Ons woord;

_Wij_ hebben Hoch-kultur verspreid

In Leuven, enz.

Het Belgisch volkje hebben _Wij_

Menschkundig aangepakt;

_Wij_ voeren dan de heerschappij

Met heel veel fijnen takt.

_Wij_ hebben ’t menschdom laten zien,

Hoe groot en goed _Wij_ zijn,

Met duikboot en met Zeppelin,

En gassen van venijn.

_Wij_ hebben hier een Kroonprins — o!

Zoo wars van bloed en strijd,

Die van Zijn leven nimmer kro-

kodillen-tranen schreit.

Klein Holland en Amerika

Behandelen _Wij_ gelijk:

De Sussex...... de Tubantia......

Palembang...... Blommersdijk......

Zorgt, dat ge onder _Onze_ lei-

ding, _Ons_ beheer geraakt,

Want ’t uitverkoren volk zijn _Wij_,

_Wij_ zijn zoowat volmaakt.

_Wij_ zijn veel beter dan de rest,

_Wij_ zijn van zonden vrij,

Het braafst, het reinst, het hoogst, het best

Zijn _Wij_, zijn WIJ, zijn WIJ!”

.............................................

’t Is allemaal waar, ’t is allemaal goed,

Geen fout heb j’ ooit begaan,

Wat ’t Godgevallig Duitschland doet,

En deed — is welgedaan.

Alleen — je zegt het zelf zóó vaak,

Dat j’ iedereen verveelt,

En zoo van ieder man van smaak

De sympathie verspeelt.

Een arme „Fremde” ben ik maar,

Maar _dit_ zeg ik je toch:

Je maakt de wereld wee en naar

Met jullie mal gepoch.

Ruize-rijmen · 第 86 / 248 题