15. DIETSCHLAND, DIETSCHLAND, UEBER ALLES!

„Opgericht is de _Dietsche Bond_, met het doel de onderlinge toenadering

der Dietschers, de ontwikkeling der Dietsche sprake, enz. Bestuur: Prof.

Steinmetz, e. a.” — _Bericht in de bladen._

„Wat heb ’k nou an me fiets hange?” — _Populair gezegde._

Dietsch, Dietsch, Dietsch!

Wat hangt er an me fiets?

Ik vraag j’, of dàt niet wat belooft,

Zoo’n ding met...... _Steinmetz_ aan het hoofd

En nog zoo’n stuk of zes?

Nou, reken maar van yes!

Dietsch, Dietsch, Dietsch!

Zeg, zegt dat woord je niets?

Mij wel. Dit ’s de beteekenis:

Dat „Holland” bijna „Duitschland” is;

Ja. Al dat „Dietsch” gedoe

Drijft ons naar Duitschland toe!

Dietsch, Dietsch, Dietsch!

Zoo heet het niet voor niets!

Dietsch — Duitsch — dat ’s „taal- en stamverwant.”

Zoo naadren wij...... lang-za-mer-hand......

Zoo loopt het zaakje best,

En volgt vanzelf — de rest!

Dietsch, Dietsch, Dietsch!

We weten nu toch iets:

Dat ons die Dietsche Dietschers-boel

Iets dietsch wil maak’ omtrent zijn doel;

Maar, Dietsche, Dietscher, „Dietsch”

Is — _Duitsch_, en anders niets!

Dietsch, Dietsch, Dietsch!

Ik ben aan ’t eind mijns lieds.

O, Dietscher-zonder-vrees-of blaam,

Kom, noem je met je waren naam,

Dan weten we ’t precies:

Dus, lummel, noem je...... Pries!

Ruize-rijmen · 第 67 / 248 题