(„Het wordt steeds meer duidelijk, dat slechts enkele personen, eenige
diplomaten en ministers, de onmiddellijke aanleiding geweest zijn tot de
uitbarsting.” — _Chr. N. i. h. Hbl._
„Het is een oorlog door een zes-tal diplomaten veroorzaakt. De volken
leefden vreedzaam met elkander, zonder eenigen haat of nijd. Een half
dozijn mannen heeft Europa aan den rand des afgronds gebracht, en Europa
is daarin gevallen.” — _Ramsay Macdonald in de Cont. Times._)
Wie hebben strijd
En moord bereid,
Giganten-strijd van zóóveel staten?
Zes Diplomaten.
Wie wierpen ’t lot,
Het volk ten spot,
Van gansch Europa, trotsch, verwaten?
Zes Diplomaten.
Wie speelden met
Moraal en wet,
Geheime ententes en tractaten?
Zes Diplomaten.
Wie stookten ’t vuur
T’onzaalger uur
Nog meer door zwijgen dan door praten?
Zes Diplomaten.
Wie stookten ’n zee
Van wereldwee,
Een storm van jammer zonder maten?
Zes Diplomaten.
Wie brachten woed’
En dorst naar bloed,
Wie brachten haat tot wie niet haatten?
Zes Diplomaten.
Wie vulden lucht
En aard, geducht
Met ’t knetrend knallen der granaten?
Zes Diplomaten.
Wie drijven dag-
aan-dag ten slag,
Ten doode, duizenden soldaten?
Zes Diplomaten.
Wie maakten dat
In dorp en stad
De lijklucht hangt in steeg en straten?
Zes Diplomaten.
Wie brengen smart
En angst in ’t hart
Van vrouwen, eenzaam en verlaten?
Zes Diplomaten.
Wie roepen luid
Den volke uit:
Ik wilde vrêe, maar ’t mocht niet baten?
Zes Diplomaten.
Wie zal ’t berouw
— ’t Koom’ laat of gauw —
Geen stonde lang met ruste laten?...
Zes Diplomaten.