den dienstmannen zeide, nog eens wilde overpakken.
Nauwelijks was zij alleen, of zij opende den koffer en Lord Lister,
alias Raffles, sprong er behouden uit.
Hij rekte zijn lichaam eens uit en wendde zich toen tot Miss Walton:
„Ge zijt een dapper meisje, Miss Helene. Als ik niet voortvluchtig was,
zou ik beproeven of het mij niet mogelijk was, meer dan uw vriendschap
te verwerven. Ik hoop, dat ik heel gauw terug kan komen en dat ge mij
toestaat, u te mogen opzoeken!”
Blozend boog Miss Walton het schoone hoofd, toen Raffles haar handen
greep.
Even daarna was hij verdwenen.
Op het perron, waar de trein naar Queenborough gereed stond, trof hij
Charly Brand.
„Het is hoog tijd! Over vijf minuten gaat de trein!” riep hij uit.
„All right, Charly,” antwoordde Raffles, „ik moet nog even naar het
telegraafbureau.”
Daar zond hij een telegram naar zijn kamerdienaar.
Toen zei hij tot Charly Brand:
„Ik heb besloten om in Londen te blijven. Ik wil voor eenigen tijd een
villa in Westend huren.”
Daarop verdween hij met zijn vriend in het gewoel der menigte.
Baxter had intusschen den vloer laten opbreken in de studeerkamer om
alles te onderzoeken.
Gaandeweg was hij in de badkamer gekomen en daar ontdekte hij al heel
spoedig den geheimen toegang tot de staande klok in de studeerkamer.
Terzelfdertijd hoorde hij in de klok een zacht geritsel en een
triomfeerend lachje vloog over zijn gelaat.
„Nou zit toch eindelijk de muis in de val! Wij hebben hem! Zijn
schuilhoek is ontdekt. Hij zit in de klok!” fluisterde hij.
De politiemannen stelde zich op rondom de klok, toen eensklaps de deur
van het uurwerk openging en... detective Marholm door zijn collega’s
stevig in den kraag werd gegrepen.
De Kakkerlak was op eigen houtje den boel eens gaan verkennen en had
ook den geheimen ingang ontdekt, waardoor hij in de klok was gekropen.
De politiemannen zagen al heel gauw hun dwaling in en lieten hun
collega los.
Marholm wreef zich de pijnlijke plekken, die hem de vuisten der
rechercheurs hadden bezorgd, maar toen moest hij ook al weer heel gauw
lachen om het verblufte gezicht van Baxter.
Voordat deze nog iets kon zeggen, trad de kamerdienaar van den
voortvluchtige binnen en overhandigde den inspecteur een telegram:
Baxter nam het en las:
„Inspecteur van recherche Baxter, ik feliciteer u met uw succes,
John C. Raffles”.
En terwijl Baxter bijna een beroerte kreeg van woede, ging de Kakkerlak
de kamer uit en lachte, zooals hij nog nooit in zijn leven had gedaan.