Edward, nog niet gaan kunt; want het geval moet voorzien worden,
dat men ons aanhoudt..."
»En als mevrouw Burbank naar u vraagt?" hernam Edward Carrol.
»Antwoord dan dat ik mij bij haren echtgenoot vervoegd heb, om hem bij
zijne nasporingen aan de overzijde der Sint John behulpzaam te zijn."
»Maar, als zij naar miss Alice vraagt?"
»Ja... dan... Zeg dan dat zij mij vergezelt... Zeg haar zelfs, als
het moet, dat wij naar Jacksonville gegaan zijn... Zeg in één woord
alles wat u voor den mond komt, om de goede mevrouw Burbank gerust
te stellen. Maar laat haar vooral niet gissen, welke gevaren, haar
zoon en echtgenoot bedreigen.
»Neen, dat zal niet, wees gerust."
»Welnu dan, Perry, laat een vaartuig in gereedheid brengen!..."
»Goed, master Stannard."
De administrateur ging dadelijk heen, om het ontvangen bevel te doen
uitvoeren, terwijl master Walter Stannard zich onledig hield zijne
toebereidselen tot het vertrek te treffen.
Intusschen werd het toch wenschelijk geacht, dat miss Alice Stannard,
alvorens Castle-House te verlaten, aan mevrouw Burbank zoude
mededeelen, dat zij en haar vader verplicht waren naar Jacksonville
te gaan. Er kon niet anders gehandeld worden. Als het noodig mocht
zijn, moest zij geen oogenblik aarzelen om haar te verzekeren, dat
de partij van Texar het onderspit gedolven had, dat zijne regeering
omver geworpen was... dat de Federalisten meester van de Sint John
waren... dat Gilbert morgen reeds op Camdless-Bay zoude aankomen...
Maar zou het jonge meisje geestkracht genoeg bezitten, om hare
gevoelens volkomen meester te blijven?
Zou hare stem haar niet verraden, wanneer zij daadzaken verzekerde,
welker verwezenlijking thans, zoo niet onmogelijk, dan toch zeer
onwaarschijnlijk was?
Toen zij in de kamer van mevrouw Burbank kwam, sliep de patiente, of
beter gezegd, was in eene soort van pijnlijke verdooving verzonken, in
eene diepe machteloosheid, waaruit miss Alice haar niet durfde wekken.
»Zou het ook niet beter zijn," zoo dacht het lieve kind, »dat ik niet
sprak en maar heenging zonder de arme moeder door onwaarheden gerust
te stellen?"
Een der vrouwelijke dienstboden op Castle House waakte bij het
bed. Miss Alice Stannard beveelde haar uitdrukkelijk aan, de zieke
geen oogenblik alleen te laten, en zich tot master Edward Carrol te
wenden, wanneer de arme moeder vragen tot haar richtte, die zij niet
kon beantwoorden.
Daarna bukte zij zich over het voorhoofd van mevrouw Burbank, beroerde
dat even met hare lippen en verliet vervolgens het vertrek, om zich
bij haren vader te vervoegen.
Zoodra deze haar bespeurde, vroeg hij:
»Wel?..."
»Kom, laten wij gaan," zeide zij.
»Maar..."
»Kom, er valt geen minuut te verliezen."
Beiden verlieten de hall, nadat zij de hand van master Edward Carrol
gedrukt hadden.
In het midden van de bamboelaan, die naar de kleine havenkom voerde,
ontmoetten zij den administrateur Perry.
»Is het vaartuig klaar?" vroeg Walter Stannard.
»Ja, master. Alles is in orde."
»Goed zoo, Perry. Maar, nu nog een woord."
»Wat wilt ge zeggen, master Stannard?"
»Wees waakzaam, oude vriend. U is thans de zorg van Castle House
opgedragen."
»Vrees niets, master Stannard."
»Ik weet, dat ik op u kan vertrouwen, maar gij beschikt over zoo
weinig hulpmiddelen..."
»Dat valt nog al mede, master Stannard. Onze negers komen langzamerhand
op de plantage terug en dat valt licht te begrijpen. Wat zouden zij met
eene vrijheid uitvoeren, waarvoor hen de natuur niet geschapen heeft?"
»Des te beter," antwoordde master Walter. »Wees intusschen waakzaam."
»Nogmaals, wees niet ongerust. Brengt gij maar master James Burbank
op de plantage terug, dan zal hij mij en allen op hun post vinden!"
»Het zij zoo, master Perry!"
Master Walter Stannard en zijne dochter namen nu plaats in het
vaartuig, dat door vier negermatrozen van Camdless Bay gevoerd werd.
Het zeil werd geheschen en onder den druk van een niet al te sterken
oostenwind, stak men van den wal af. De aanlegpier verdween weldra
achter den hoek, die in het noordwestelijk gedeelte der plantage door
den min of meer bochtigen loop der rivier gevormd werd.
Master Stannard koesterde het voornemen niet, om in de haven van
Jacksonville aan wal te stappen. Daar zou hij toch onmiddellijk
herkend worden. Hij achtte het doelmatiger in een kleine kreek, iets
boven die havenstad gelegen, te ontschepen. Vandaar zou het hem niet
moeilijk vallen, de woning van master Harvey, welke zich aan dien kant
op het uiteinde der voorstad bevond, te bereiken, Daar zou men tot
eene beslissing moeten komen, hoe volgens de omstandigheden verder
te handelen, en welke pogingen in het werk gesteld moesten worden.
De oppervlakte der Sint John was eenzaam in dit uur. Niets werd
bovenstrooms ontwaard, vanwaar de militie-troepen van Sint Augustijn
bij hunne vlucht naar het zuiden konden opdagen.
Dus er was nog geen gevecht tusschen de Floridasche vaartuigen en de
kanonneerbooten van den commandant Stevens geleverd. Men kon zelfs
deze laatstbedoelde oorlogsvaartuigen in eene lijn voor anker zien
liggen, want bij eene kronkeling van de Sint John opende zich een
ruim vergezicht tot ver beneden Jacksonville.
De wind blies ruim en stevig, zoodat de overtocht snel afgelegd
werd. Het was nog vroeg, toen master Walter Stannard en miss Alice,
zijne dochter, den oever bereikten. Beiden konden, zonder bespeurd
te worden in de kreek, die niet bewaakt werd, ontschepen, en weinige
minuten later bevonden zij zich in de woning van den correspondent
van James Burbank te Jacksonville.
Deze was zeer verrast hen te zien en legde veel onrust over hun
verschijnen in de stad aan den dag. Hunne tegenwoordigheid was
vrij gevaarvol te midden van die bevolking, welke zeer opgewonden
en geheel en al op de hand van Texar was. Men wist toch dat master
Walter Stannard de anti-slavernij-gezinde meeningen, die te Camdless
Bay aangekleefd werden, deelde. De plundering zijner eigene woning
te Jacksonville was eene waarschuwing, waarmede ernstig rekening
gehouden moest worden.
Zijne vrijheid, ja zijn leven zou zeer zeker groot gevaar loopen. Het
minste wat hem zou kunnen overkomen, wanneer hij herkend werd, zou
zijn, dat hij als medeplichtige van master James Burbank gevangen
genomen en opgesloten zou worden.
»Ja, maar het geldt ons minder," merkte miss Alice Stannard den heer
Harvey in antwoord op zijne veelvuldige opmerkingen en bezwaren op.
»En wien geldt het dan?" vroeg de kalme handelaar.
»Het geldt de redding van Gilbert Burbank!" antwoordde het
geestdriftvolle meisje.
»De redding van Gilbert Burbank?"
»Ja, master Harvey. En daarbij moet gij ons helpen."
»U helpen? Bij de redding van Gilbert Burbank?... Voorzeker kan dat
beproefd worden."
»Niet kan, maar moet beproefd worden, master Harvey!"
»Jawel, maar... master Stannard mag zich niet buitenshuis vertoonen..."
»Niet?" vroeg Alice's vader.
»Neen, gij moet hier als het ware opgesloten blijven, terwijl wij
beiden zullen handelen."
»Een mooie rol, die gij mij toebedeelt," pruttelde master Walter
Stannard.
»Zal men mij in de gevangenis toelaten?" vroeg het jonge meisje.
»Dat geloof ik niet, miss Alice."
»Waarom niet?"
»Omdat bevelen zijn gegeven, niemand bij de veroordeelden toe te
laten."
»Zou ik bij Texar toegelaten worden?"
»Bij Texar?"
»Ja, bij Texar, master Harvey!"
»Wij kunnen het beproeven."
»Gij wilt dus niet, dat ik u vergezel?" drong master Walter Stannard
aan.
»Neen! Dat zou te gevaarlijk zijn en het weinigje kans om te slagen
in rook doen verdwijnen."
»Waarom dan toch?"
»Omdat Texar en het geheele bestuur uwe verschijning als eene
uittarting zouden beschouwen."
»Kom dan, master Harvey," sprak miss Alice.
»Ik volg u, mijn kind."
Alvorens hen te laten vertrekken, wenschte master Walter Stannard toch
te weten, of er geen nieuwe oorlogsbedrijven plaats gegrepen hadden,
waarvan de tijding Castle House wellicht niet bereikt had.
»Geen," antwoordde master Harvey.
»Geen enkele?"
»Neen, ten minste geen enkele, welke betrekking op Jacksonville
kan hebben."
»Maar..."
»Het is waar, het federalistische smaldeel is in de baai van Sint
Augustijn binnengedrongen, waarop die stad zich bij verdrag heeft
overgegeven."
»Maar ten opzichte van de Sint John?"
»Dienaangaande is geen enkele beweging opgemerkt."
»Helaas!"
»De kanonneerbooten liggen nog altijd beneden de zandbank ten anker."
»Zij hebben nog geen water genoeg om die bank over te stevenen,
niet waar?"
»Juist, mijnheer Stannard."
»En bestaat er uitzicht op verandering in den toestand?"
»Heden zullen wij een der sterkste equinoxiaal-springvloeden hebben. De
vloed zal zijn hoogste punt tegen drie uren bereiken en dan zullen
de kanonneerbooten waarschijnlijk de bank kunnen passeeren."
»Passeeren zonder loods?"
»Zonder loods, master Stannard?"
»Weet gij dan niet, master Harvey," vroeg miss Alice, »dat Mars er
niet meer is, om de vaartuigen door de geul te geleiden?"
Het lieve meisje sprak die woorden op zulk een weemoedigen toon,
dat het duidelijk was, dat zij thans ook weinig van de tusschenkomst
der oorlogsvaartuigen verwachtte. Zij ging dan ook voort:
»Neen... neen... Het is onmogelijk... Daarvan valt niets te
verwachten... Master Harvey, ik moet Texar te spreken krijgen..."
»Maar, als hij uwe bede afslaat?"
»Dan moeten wij alles trachten in het werk te stellen, om Gilbert te
doen ontvluchten!"
»Ja zeker, dat zullen wij doen, miss Alice!"
»Is er geen wijziging gekomen, master Harvey, in de stemming der
bevolking te Jacksonville?" vroeg master Walter Stannard.
»Neen," antwoordde de correspondent van James Burbank.
»Zoodat?..."
»Zoodat de schurken, die door Texar beheerscht worden, er nog steeds
den boventoon voeren."
»Maar bestaat er dan geen eerlijkheidsgevoel meer?"
»Ja, de eerlijke lieden trillen van verontwaardiging, bij de daden
van willekeur en knevelarij, door de bestuurslieden begaan. Eene
enkele beweging voorwaarts vanwege de federalistische troepenmacht zou
voldoende zijn, om den staat van zaken te veranderen. Want de bevolking
van Jacksonville is, alles wel beschouwd, lafhartig van aard. Als haar
de angst om het hart zal slaan, dan is het bestuur van Texar en zijne
handlangers in een oogwenk omvergeworpen... Ik koester nog steeds de
hoop, dat de commandant Stevens de bank zal kunnen overschrijden."
»Wij kunnen die gebeurlijkheid niet afwachten," antwoordde miss Alice
Stannard vastberaden. »Ik zal Texar te voren ontmoet hebben!"
»God helpe u daarbij, miss Alice!"
Er werd verder overeengekomen, dat master Walter Stannard binnenshuis
zoude blijven, opdat niemand iets van zijne tegenwoordigheid te
Jacksonville zoude vernemen.
Master Harvey stelde zich geheel ter beschikking van het jonge
meisje, om haar bij alle pogingen, die zij ondernemen wilde, bij
te staan. Helaas, hij ontveinsde zich niet, dat het welslagen dier
pogingen het hersenschimmige nabij kwam. Wanneer toch Texar weigeren
zou Gilbert het leven te schenken, wanneer het Alice onmogelijk
gemaakt werd, om tot de veroordeelden door te dringen, dan bleef er
niets anders over dan te beproeven, al moest het ook een vermogen
kosten, de ontvluchting van den jeugdigen zeeofficier en van zijn
vader James Burbank voor te bereiden, en de personen, die daarbij
behulpzaam konden zijn, om te koopen.
Het was ongeveer elf uren, toen miss Alice Stannard en master
Harvey de woning verlieten, om zich naar Court-Justice te begeven,
alwaar het bestuur, gepresideerd door Texar, in de tegenwoordige
tijdsomstandigheden onafgebroken zitting hield.
Er heerschte steeds groote bedrijvigheid in de stad. Hier en daar
trokken militie-troepen voorbij, die door de contingenten, welke uit
de zuider-districten aanrukten, versterkt werden. Men verwachtte in
den loop van den dag die, welke door de overgaaf van de havenstad
Sint Augustijn beschikbaar kwamen, hetzij zij hun weg langs de Sint
John, hetzij zij door de bosschen aan den rechter oever trokken, om
de rivier ter hoogte van Jacksonville over te steken. Dus er was veel
beweging in de straten; de bevolking trok als het ware heen en weer.
Duizend nieuwtjes deden de rondte, en zooals gewoonlijk waren de
meesten met elkander in strijd, hetgeen meestal een oploop ten gevolge
had, die niet van regelmaat en orde getuigde.
Zooveel was wel te ontwaren, dat wanneer de federalistische
kanonneerbooten in het gezicht der havenplaats zouden verschijnen,
geen eenheid van handelen bij de verdediging bestaan zou. De weerstand
zou niet ernstig zijn. Fernandina had zich negen dagen te voren aan
de debarkementstroepen van den generaal Wright overgegeven. Sint
Augustijn had het smaldeel van den Commodore Dupont toegelaten, ja
ingehaald, zonder zelfs eene poging van tegenstand aan te wenden. En
zoo was het te voorzien, dat het te Jacksonville eveneens zoude
geschieden. De Floridasche militie-troepen zouden de plaats ontruimen
voor de krijgsmacht der Noordelijken en naar de binnenlanden van het
graafschap terugtrekken.
Slechts een enkele omstandigheid zou nog de inbezitname van
Jacksonville kunnen verhinderen en het hare er toe bijdragen, om de
dagen van dat bestuur te verlengen, waardoor het mogelijk werd dat
de woestelingen hunne bloeddorstige plannen zouden kunnen ten uitvoer
leggen, namelijk dat de kanonneerbooten van den commandant Stevens om
de een of andere reden--b. v. gebrek aan voldoende diepte of gebrek
aan een loods--de zandbank in de rivier niet konden overschrijden. En
dat vraagstuk zou binnen weinige uren opgelost zijn.
Intusschen richtten miss Alice Stannard en master Harvey te midden
van eene menigte, die al talrijker en dichter werd, hunne schreden
naar de openbare plaats.
Hoe zouden zij binnen Court Justice geraken? Daarover konden zij zich
zelfs geen denkbeeld maken.
En al gelukte het hun ook al de zalen van dat gebouw binnen te dringen,
hoe moesten zij het aanleggen om Texar te ontmoeten? Ja, dat wisten
zij ook niet.
Wie weet, of de Spanjaard, wanneer hij zoude vernemen dat miss Alice
Stannard hem wenschte te ontmoeten, haar niet in hechtenis zou laten
nemen en tot na de terechtstelling van den jeugdigen luitenant in
de gevangenis laten opsluiten, om zich van eene lastige audiëntie af
te maken?...
Maar het jonge meisje wilde van al die mogelijke gebeurlijkheden
niets weten. Zij had slechts haar doel voor oogen. Zij wilde Texar
ontmoeten, zij wilde hem de gratie voor Gilbert ontwringen... en geene
overweging van persoonlijk gevaar kon haar dat doel doen vergeten,
al was het ook maar voor een oogenblik.
Toen zij en master Harvey het plein bereikten, vonden zij daar eene
nog meer op elkaar gepakte en nog meer luidruchtige menigte dan in de
straten die zij doorgestapt hadden. Woeste kreten weerklonken, vloeken,
schelden en tieren werd overal gehoord. En boven alles klonken de
woorden, die als het ware van de eene naar de andere groep gekaatst
en herkaatst werden:
»Ter dood!... Ter dood!"
Wien zou dat kunnen gelden?
Master Harvey vernam weldra, dat de rechtbank sedert een uur zitting
hield. Een vreeselijk voorgevoel overviel hem. En helaas! dat
voorgevoel bedroog hem niet.
En inderdaad, de rechtbank eindigde juist hare taak met de
veroordeeling van master James Burbank als medeplichtige van zijn zoon
en als zoodanig als schuldig aan de misdaad van met de federalistische
krijgsmacht en dus met de vijanden van zijn land geheuld te hebben.
Hier had de beschuldiging omtrent dezelfde misdaad weerklonken en
was ongetwijfeld hetzelfde vonnis gewezen!
Het was de bekroning der taak van den haat, door Texar tegen de
familie Burbank gekoesterd!
Master Harvey wilde toen niet verder gaan. Hij poogde miss Alice
Stannard met zich te tronen. Zij mocht geen getuige zijn van de
gewelddadigheden, waaraan het volk, het plebs zich scheen te zullen
overgeven, wanneer de veroordeelden Court-Justice zouden verlaten
na de uitspraak van het vonnis. Daarenboven, dit kon onmogelijk het
gewenschte oogenblik zijn om den Spanjaard te ontmoeten en zijne
bemiddeling af te smeeken.
»Kom, miss Alice," sprak master Harvey, »kom!... Wij zullen
terugkeeren, wanneer de rechtbank..."
»Neen," antwoordde het jonge meisje, »neen, wij gaan niet heen!"
»Maar, wat wilt gij dan doen?"
»Wat ik doen wil?... O God!... Ik zal mij tusschen de beschuldigden
en hunne rechters plaatsen!"
Het besluit van miss Alice Stannard was zoo onwrikbaar genomen,
dat master Harvey er aan wanhoopte, om er haar van af te brengen,
of om haar aan het wankelen te brengen.
Het jonge meisje trad vooruit en de brave man was genoodzaakt haar
te volgen, haar te begeleiden. Dat had hij haren vader beloofd. De
menigte, hoe dicht opeengepakt zij ook was, opende zich voor haar
en verleende haar doortocht. Misschien dat ettelijke personen haar
herkenden. De kreten van »ter dood! ter dood!" weerklonken schrikkelijk
in hare ooren. Niets kon haar weerhouden. En onder die omstandigheden
bereikte zij de deur van Court-Justice.
Hier was het volk nog onrustiger, nog onstuimiger dan elders. De
beweging, die de menigte ondervond, was aan de hooggaande deining van
den oceaan gelijk. Maar niet aan de deining die afslecht en aankondigt,
dat de storm uitgewoed heeft, maar aan den aanschietenden golfslag
van den orkaan in aantocht.
Van dien kant waren de grootste uitspattingen te vreezen.
Plotseling werd de menigte, die de zaal van Court-Justice als het
ware overstroomde, door eene onweerstaanbare wieling naar buiten
gedrongen. Het geschreeuw en de dreigementen verdubbelden. Het vonnis
was gestreken en de veroordeeling uitgesproken.
James Burbank was evenals Gilbert Burbank veroordeeld voor dezelfde
voorgewende misdaad tot dezelfde straf. Vader en zoon zouden onder
dezelfde kogels van hetzelfde executie-peloton vallen.
»Ter dood!... Ter dood!..." riep die troep woestelingen.
Master James Burbank verscheen in dit oogenblik op de benedenste treden
van de trap die naar den ingang van Court-Justice voerde. Hij was kalm
en zich zelf geheel meester. Voor die hem omringende schreeuwers had
hij slechts een blik van verachting over.
Een detachement militie-troepen omringde hem en had tot opdracht om
hem naar de gevangenis terug te brengen.
Hij was evenwel niet alleen.
Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort.
De jeugdige officier der Noordelijken was uit zijne cel gehaald
geworden, waarin hij het uur van de voltrekking van zijn vonnis
afwachtte, en voor de rechtbank gebracht om met James Burbank, zijn
vader, geconfronteerd te worden.
Deze had slechts de beweringen zijns zoons kunnen bevestigen, namelijk
dat deze voor geen andere reden naar Castle-House gekomen was, dan
om zijne stervende moeder nog eens te zien.
Door die bevestiging zou de beschuldiging van spionneeren vanzelf
hebben moeten vervallen, wanneer de beschuldigde niet vooraf
veroordeeld was. Dezelfde veroordeeling, door eene persoonlijke
wraakoefening uitgelokt en door onrechtvaardige en omgekochte rechters
uitgesproken, had dan ook twee onschuldigen getroffen.
Intusschen poogde de menigte zich op de veroordeelden te werpen. Het
detachement militie-troepen slaagde er niet dan met de grootste
moeite in, om zich met de gevangenen een doortocht over het plein
van Court-Justice te banen.
Plotseling gebeurde er eene buitengewone beweging.
Miss Alice Stannard had het cordon militie-troepen doorbroken en zich
op master James Burbank en Gilbert gestort.
Onwillekeurig deinsde het gepeupel achteruit, verrast door de
onverwachte tusschenkomst van dat jonge meisje.
»Gilbert!" kreet de dochter van master Stannard.
»Alice!" antwoordde Gilbert Burbank.
»Gilbert!... Gilbert!" herhaalde het jonge meisje en viel in de armen
van den jeugdigen officier.
»Alice... wat doet gij hier?" vroeg master James Burbank.
»Ik wil genade voor u vragen!"...
»Genade voor ons?"...
»Ik wil uwe rechters smeeken!... O, genade!... Genade voor die twee
mannen!..."
De kreten van het ongelukkige jonge meisje waren hartverscheurend. Zij
klemde zich aan de kleedingstukken der veroordeelden, die een oogenblik
halt hadden moeten maken, vast.
Kon zij eenig medelijden verwachten van die losgelaten en opgewonden
menigte, die haar omringde? Neen, zeker niet. Maar hare tusschenkomst
had toch het gevolg, eenige afleiding te bezorgen aan dat gepeupel,
hetwelk op het punt stond tot de ergerlijkste gewelddadigheden jegens
de gevangenen over te gaan, in weerwil van de militie-troepen, die
hen moesten beschermen.
Texar, die middelerwijl op de hoogte gehouden was van hetgeen voorviel,
verscheen juist in dit oogenblik op den drempel van de groote deur
van Court-Justice. Een gebaar van hem was voldoende, om het gepeupel
in toom te houden... Hij herhaalde het bevel, om James Burbank en
zijn zoon Gilbert naar de gevangenis terug te voeren. Dat bevel, met
luider stem uitgesproken, werd door iedereen gehoord en geëerbiedigd.
Het detachement stelde zich andermaal in beweging.
Miss Alice wierp zich aan de voeten van Texar.
»Genade!... Genade!"... kreet zij
handenwringend. »Genade! heer... Genade!"
De Spanjaard antwoordde slechts met een afwijzend gebaar en wilde
verder treden.
Het jonge meisje sprong toen op. »Ellendeling!" kreet zij.
Zij wilde zich toen bij de veroordeelden vervoegen, met den wensch
hen in hunne gevangenis te mogen volgen, om de laatste uren, die zij
nog te leven hadden, met hen door te brengen.
Helaas, zij waren reeds verdwenen en van het plein weggevoerd,
terwijl de menigte hen met haar kreten vergezelde.
Dat was meer dan miss Alice Stannard verdragen kon. Hare krachten
begaven haar. Zij wankelde en zou gevallen zijn, wanneer master Harvey
haar niet in zijne armen opgevangen had. Zij was buiten kennis en
had geheel en al het bewustzijn verloren.
Het jonge meisje kwam eerst bij, toen zij in de woning van master
Harvey gebracht was en zij zich bij haren vader bevond.
Toen zij de oogen opsloeg prevelde zij:
»Naar de gevangenis... naar de gevangenis!... Beiden moeten
ontsnappen!"...
»Ja," antwoordde master Walter Stannard.
»Inderdaad!" beaamde master Harvey.
»Er blijft niets anders over te beproeven," hernam de eerste.
»Wij moeten evenwel den nacht afwachten, om te kunnen handelen,"
zei de andere.
Inderdaad zoolang het licht was, viel er niets te doen. Wanneer
de duisternis hen evenwel veroorlooven zoude met meer veiligheid
te werk te gaan, zonder gevaar te loopen betrapt of overvallen te
worden, dan zouden master Walter Stannard en master Harvey pogen,
om de ontsnapping van de beide gevangenen mogelijk te maken, door de
bemiddeling en medewerking van hunnen bewaker in te roepen. Zij zouden
dan eene zoo aanzienlijke som bij zich steken, dat die man, zooals zij
hoopten, aan hunne aanbiedingen geen weerstand zoude kunnen bieden,
vooral in de tijdsomstandigheden dat een enkel kanonschot van de
flottilje van den commandant Stevens afgevuurd, een einde kon maken
aan de macht van den ellendigen Spanjaard.
Maar toen bij het invallen van den nacht de heeren Stannard en Harvey
hun plan ten uitvoer wilden brengen, zagen zij zich genoodzaakt
daarvan af te zien. De woning werd scherp bewaakt door een peloton
militie-troepen, dat in last had, hen het uitgaan te beletten. Het
was of alles tegen die ongelukkige familie samenspande.
IV.
STORMVLAAG UIT HET NOORDOOSTEN.
De veroordeelden hadden nu nog slechts één uitzicht op redding--slechts
één enkel--namelijk dat de federalistische krijgsmacht zich binnen
twaalf uren meester van de hoofdstad van den Floridaschen Staat
maakte. Binnen twaalf uren! En helaas, dat was een korte termijn.
Inderdaad, den volgenden ochtend zouden master James Burbank en zijn
zoon Gilbert, bij het opgaan der zon, het doodvonnis ondergaan. Zij
zouden dan doodgeschoten worden.