14. Ta-hio, de groote leer.

Over den maker van dit boek is niets bekend. De overlevering schrijft

het toe aan Confucius' kleinzoon. Na den val der Tsin dynastie werd

dit werk met andere werken teruggevonden. De toen gevonden tekst bleef

lang de geijkte. Bij een in de 11e eeuw na C. ondernomen onderzoek van

den tekst bracht men hierin een aantal veranderingen. De voornaamste

daarvan was, dat als de tweede plicht der vorsten werd gesteld,

hun volk "op te voeden", in plaats van "lief te hebben", zooals het

vroeger heette.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 43 / 78 题