Men is het er niet over eens, wie eigenlijk de schrijver van deze
boeken is. Sommigen schrijven de zeven afdeelingen, waaruit het
bestaat, aan Mencius zelven toe, [159] anderen aan zijn leerlingen,
nog anderen aan beiden gezamenlijk. Bij de vernietiging van de boeken
schijnen de geschriften van Mencius te zijn gespaard, wellicht omdat
hierin geleerd werd, dat de keizerlijke waardigheid aan den waardigsten
toekwam en Mencius daardoor eenigszins partij had gekozen tegen de
Chau dynastie, die later den troon aan de vorsten van Tsin verloor.
In weerwil van de opmerkzaamheid, die de commentatoren aan Mencius
wijdden, werden zijn geschriften toch eerst in 1088 n. C. onder de
klassieken opgenomen en aan hun vervaardiger een plaats in de tempels
van Confucius aangewezen.
De eerste keizer der Ming dynastie, Hungwu, liet hem echter in 1372
daaruit weer verwijderen, daar hij ééne plaats in diens werken als een
onvergeeflijke misdaad tegen de vorstelijke waardigheid aanzag. In die
plaats wordt namelijk geleerd, dat wanneer een vorst zijn ministers als
aarde en gras beschouwt, zij hem als een vijand en roover beschouwen
[160].
Terzelfdertijd, dat de naam van Mencius uit de tempels verwijderd
werd, maakte men eene verordening, waarin bepaald werd, dat ieder,
die tegen deze handelwijze bedenking maakte (nl. tegen het verwijderen
v. Mencius' naam) wegens hoogverraad ter verantwoording zou worden
geroepen.
De vereerders van den wijze lieten zich echter, met de
onverschrokkenheid en vrijmoedigheid, die in zulke gevallen dikwijls
aan Chineezen eigen is, daardoor niet afbrengen van protesten tegen
den door den keizer bevolen maatregel. Reeds in het volgend jaar werd
deze ingetrokken, omdat, zooals een nieuwe keizerlijke verordening
het uitdrukte, Mencius zich door het in 't licht stellen en te niet
doen van kettersche leeringen een waardig geestverwant van Confucius
had getoond. Mencius neemt thans onder die beroemde geestverwanten
van Confucius de vierde, d. i. de laatste plaats in, een plaats,
die hem in 1530 is aangewezen.
Evenals de gesprekken van Confucius bevatten ook de werken van Mencius
gesprekken en naast elkaar opgenoemde uitingen en antwoorden van den
meester. Alleen is hier alles beter geordend.