VIII. Uitbreiding en ontaarding van het Boeddhisme.

Açoka zond zendelingen uit naar verschillende oorden, ten einde overal

voor het Boeddhisme propaganda te maken. O. a. ging zijn zoon Mahinda

naar Ceylon, een eiland dat ook nu nog aan het Boeddhisme getrouw

is. Vandaar uit is het weer naar Birma, Siam en Java verbreid. In

Birma deed het 450 jaar na C. zijn intocht. Op Java had het in de

13e eeuw een grooten bloei bereikt, toen toch werd daar de beroemde

Boro-Boedoer, een groote Boeddhistische tempel, gebouwd, waarvan de

ruïnen nog thans ieders verbazing wekken. Later werd het daar door

den Islam geheel verdrongen.

In al deze streken hield men zich vooral aan de straks reeds genoemde

drie Pitaka's. En zoo is dan ook in Birma en Siam het Boeddhisme vrij

zuiver bewaard gebleven. Het moge al ondergaan hebben den invloed

der Mahayana [122], die het nieuwe geloof pessimistischer en minder

religieus opvatte dan de stichter, aan Boeddha's leer geheel vreemde

leeringen zijn hier niet ingeslopen.

In Indië heeft het zich nog eenige eeuwen na Christus gehandhaafd,

doch ongeveer de 12e eeuw was het bijna overal door het Brahmanisme

verdrongen. Vanwaar dit verschijnsel? Er een uitvoerig antwoord op

te geven, zou vele bladzijden vereischen en ook vallen buiten het

kader van dezen arbeid. Alleen komt het mij voor dat ontaarding van

de oorspronkelijke beginselen hierop invloed had. Wat die ontaarding

betreft, zij moet allereerst gezocht worden in de zooeven genoemde

Mahayana, de school van den grooten overtocht, die feitelijk den

Allerhoogste onttroonde en leerde dat Boeddha zelf was vernietigd en

uit niets en tot niets de weg was voor allen.

Die Mahayana heeft in Indië ten gevolge gehad dat een reactie opkwam,

die ten slotte van de oorspronkelijk zedelijke religie een magische

maakte en veel uit het oude Brahmanisme weer opnam. Beide deze

invloeden hebben het hunne gedaan om het Boeddhisme te ondermijnen

en de overwinning van het Brahmanisme te verzekeren in het grootste

gedeelte van Indië.

Daarbuiten echter heeft het zich krachtig gehandhaafd, niet alleen

in Birma en Siam, alsook op het eiland Ceylon, maar is het zelfs

doorgedrongen in Tibet, in China en in Japan. In Ceylon, Birma en

Siam bleef het, zoo wij reeds opmerkten, vrij zuiver bewaard, terwijl

het zich in China en Japan met andere godsdiensten vermengde. Wat de

tegenwoordige Chineezen betreft, uit drie bronnen is afgeleid hun

geestelijk leven: Kong tsze, Lao tsze en Boeddha. Bij de Japanners

is het Boeddhisme met den ouden volksgodsdienst, het Shintoïsme,

samengesmolten.

Zeer merkwaardig is echter de ontaarding van het Boeddhisme in

Tibet. Daar kwam het in een onbeschaafd land, onder een ruw volk:

't gevolg was dat de geestelijke godsdienst hier slechts ingang kon

vinden in verbasterden vorm.

Hetzelfde geschiedde, zoo men weet, met het Christendom, dat is

ontwikkeld tot Roomsch-Catholicisme door dezelfde invloeden: omdat

het alleen als een godsdienst van gezag de heidenen kon winnen. 't

Is voorts merkwaardig zoo groot als de overeenkomst is tusschen het

Tibetaansch Boeddhisme en het Roomsch-Catholieke Christendom.

Naar men weet gelooft de Roomsch-Catholieke kerk dat de geest van

Christus alléén in hare kerk woont, op bizondere wijze die kerk

bestuurt en dat deze geest hare priesters en vooral haren paus

bezielt. Zoo nu denken de Tibetaansche Boeddhisten er ook over. Zij

gelooven aan Avalokitesvara, den geest van Boeddha, die in de kerk

woont. De naam Avalokitesvara beteekent: de Heer, die van omhoog

nederziet.

Behalve Avalokitesvara hebben zij nog een aantal andere Boeddha's die

in den hemel leven, anderen, die op de aarde leven of geleefd hebben

enz. Ten slotte kwamen zij zelfs tot Adi-Boeddha: den eersten Boeddha,

uit wien dan de andere Boeddha's en met hem de werelden emaneerden. Uit

Adi-Boeddha waren namelijk--na vijf meditatiën van dezen--de vijf

Dhyani-Boeddha's gevloeid, de beheerschers van bovenaardsche gewesten,

uit dezen wederom de bij hen behoorende Bodhisatwa's (toekomstige

Boeddha's), en--ieder van hen deed uit zich voortkomen een gansche

wereld. De tegenwoordige is dan een maaksel van Avalokitesvara. Daarmee

ging gepaard een ontaarden van den godsdienst in magische formules en

uiterlijke vormen. Woorden kwamen boven daden. Iedere Tibetaan heeft

een rozenkrans van 108 kralen om daarmee zijn goede woorden te tellen:

vooral vele woorden moeten het zijn.

Ja, om zegeningen te verkrijgen van al de hemelsche wezens, waarmede

zijne verbeelding de wereld bevolkt, heeft de Tibetaan zelfs

gebedsmolens of wielen: met heilige spreuken beplakt. Tibet is er

vol van: zij staan bij iederen weg, in elke straat.

Dan heeft men ook lange staken, waaraan vlaggen zijn bevestigd, waarop

het heilige woord: Om Mani Padme Hum (het juweel is in de lotus d. i.:

de zelfscheppende kracht is in de wereld [123]). Telkens als die

spreuk bij een windvlaag ten hemel wijst, wordt een gebed opgezonden.

Wij zagen dat volgens de Boeddhisten Avalokitesvara in de gemeente

woont. Boven alles echter woont deze in den Dalai-Lama, den

Boeddhistischen paus in Tibet, en de chutuktu's, zooveel als zijn

kardinalen. Deze paus is Adi-Boeddha's plaatsvervanger op aarde,

onfeilbaar is hij niet alleen, maar ook is hij wereldlijk vorst over

Tibet, evenals voorheen de paus overeen deel der Christenheid.

Dat de overeenkomst met Rome groot is, is door tal van Roomsche

zendelingen erkend, sommigen van hen gingen zoover, dat zij zeiden:

de duivel heeft hier het werk van God nagemaakt.

De eerwaarde pater Desideri, die in het jaar 1714 Tibet bezocht,

zegt: "De lama's hebben eene tonsuur evenals onze priesters en zijn

tot levenslangen ongehuwden staat verplicht. Zij bestudeeren hunne

geschriften in een taal en in letters, die van de gewone teekens

verschillen. Zij zeggen gebeden in koor. Zij dienen den tempel,

bieden offeranden aan en houden de lampen altijd brandende. Aan

God offeren zij koren en gerst, deeg en water in kleine vazen, die

zeer schoon worden gehouden. Het voedsel dat alzoo geofferd wordt,

beschouwen zij als gewijd, en zij eten het."

Ook zekere pater Grueber, die in 1661 Tibet doorreisde, was er door

getroffen. "Hij merkte op, dat de kleedij der lama's overeenkwam

met die, welke ons in oude schilderstukken van de Apostelen

is overgeleverd. Ten tweede, dat de tucht der kloosters en der

verschillende priesterklassen zeer gelijkt op die der Roomsche

kerk. In de derde plaats, dat het denkbeeld van een vleeschwording

evenals het geloof aan paradijs en vagevuur aan beiden gemeen is. In

de vierde plaats merkte hij op dat zij offers gaven en aalmoezen,

diensten hielden en gebeden opzeiden voor de dooden, evenals de

Roomsch-Catholieken. In de vijfde plaats, hadden zij nabij Lhassa

kloosters, door dertig duizend monniken en nonnen bewoond, welke

allen, behalve nog andere geloften, die van armoede, gehoorzaamheid

en kuischheid aflegden: evenals de Roomsche. In de zesde plaats

hadden zij biechtvaders, die van de hoogere lama's of bisschoppen

hun bevoegdheid ontvingen en die daardoor de macht hadden de biecht

te hooren, boetedoeningen op te leggen en absolutie te geven. Ook

hadden zij de gewoonte gewijd water te gebruiken, bij hun diensten

om beurten te zingen, voor de dooden te bidden."

Gemelde pater meende daarom, dat dit alles niet mogelijk was,

tenzij de oude boeken der lama's den invloed van het Christendom

hadden ondergaan. Wij kunnen dit gevoelen niet deelen: veeleer komt

het ons voor dat aan het omgekeerde is te denken. Doch: dit punt

hier te behandelen, hoe belangrijk het zij, (want er is inderdaad

overeenstemming tusschen de persoon, de legende, de latere ontwikkeling

der leer bij Christus en Boeddha) ligt niet op onzen weg. Alleen willen

wij nog een beschrijving geven van een godsdienstoefening, zooals

men die houdt in den hoofdtempel van het Tibetaansche Boeddhisme,

de kathedraal te Lhassa.

"Door een ruime hal, waarin men gewijd water en rozenkransen kan

koopen, en waar vier beelden der aartsengelen staan, komt men den

tempel binnen. De muren zijn bedekt met ruw bewerkte schilderijen

uit de legende van Boeddha. Het dak wordt gedragen door zes zware

pilaren, met snijwerk versierd. De kerk zelf is een lang schip: door

twee rijen pilaren van twee zijvleugels en door zilveren opengewerkte

schermen van twee groote koren gescheiden. In ieder dier zijvleugels

zijn veertien kapellen. Aan het einde der kerk is de heilige plaats,

bevattend vijftien tafels, met juweelen voorzien, met mystieke

zinnebeelden van Sang-Sara en andere scheppingen van Boeddhistische

metaphysica. In de verste nis bevindt zich in een overwelfde ruimte

het beeld van den vergoodden Gautama Boeddha.

"Ter linkerzijde daarvoor is de troon van den Dalai-Lama, ter

rechterzijde van den Pantschen Lama. Daarbij, in rangorde, langzaam

in glans verminderend, de zetels der Chutuktu's (kardinalen), abten

en der achttien orden van de lagere geestelijkheid.

"Tegenover het beeld is het hoog altaar of de offertafel: verscheiden

treden boven de vloer; met trappen toegankelijk. Op de bovenste

trappen staan gouden, zilveren en steenen beelden, op de lagere trappen

klokken, lampen, wierookhouders en andere gewijde gereedschappen.

"Op het geluid van een hoorn of trompet verzamelt zich de

geestelijkheid in den ingang (de straks genoemde hal) in

ambtsgewaad. Bij het derde trompetgeschal zet de stoet zich in

beweging, met den levenden Boeddha aan het hoofd. Als deze levende

Boeddha op zijn troon is gezeten buigt ieder der priesters driemaal

voor hem en gaat dan met gekruiste beenen op den divan zitten,

overeenkomstig zijn rang. Een bel klinkt en allen zeggen op: de drie

toevluchten, [124] de tien voorschriften [125] en andere formules. Na

eenige stilte gaat wederom de bel en langere stukken uit de heilige

boeken worden door de priesters in koor gezongen. Als het een feestdag

is, wordt het hoogtepunt van den dienst bereikt in het Tuisol, of

gebed voor heiliging, als de offers zijn gezegend.

"Een bel klinkt, en al de monniken heffen luide een gebedshymne

aan, waarin gevraagd wordt dat de geesten van al de Boeddha's mogen

tegenwoordig zijn.

"Een van hen heft boven zijn hoofd een spiegel, naar het schijnt om

hierop het beeld van den geest op te vangen, als deze verschijnt; een

tweede heft een drinkkan op, een derde een mystiek zinnebeeld van de

wereld, een vierde een schaal; en nog andere geheiligde gereedschappen

en mystieke symbolen.

"Onderwijl worden de stemmen der zangers en het geluid van bellen,

trommels en trompetten al sterker, en de kerk wordt met wierookwalmen

vervuld.

"De monnik met de drinkkan werpt herhaaldelijk water, met suiker

en saffraan vermengd, over den spiegel. Het water vloeit over den

spiegel naar het zinnebeeld der wereld en wordt beneden in een schaal

opgevangen. Telkens na gebruik wordt de spiegel met een zijden doek

afgeveegd.

"Het mengsel wordt nu in een andere kruik gedaan: enkele droppels

bevochtigen de handen der dienstdoende monniken die er de kroon van hun

geschoren kruin, hun voorhoofd en hun borst mee aanraken. Eerbiedig

slikt hij dan de overblijvende droppels in, en zoo doende, meent hij

op mystieke wijze deel te verkrijgen aan het goddelijk wezen, welks

beeld opgevangen is op den spiegel, waarover het water is geloopen."

Tot zoover over het Lamaïsme. Wat een afstand scheidt ons hier van

den verheven stichter zelf, die, wars van ceremoniën en plechtigheid,

door zelfverzaking en overpeinzing den weg vond tot den grooten

Vrede. Helaas, dat ditzelfde verschijnsel ons overal treft, welken

godsdienst wij ook beschouwen: straks zullen wij het ook elders

zien. Doch: kàn dat anders? Kan een frissche bergstroom zuiver blijven

tusschen vuile moerassen? Kan het reine denken, het zuiver gevoelen

blijven wonen in een onreine, gebrekkige menschheid?

Hoe hooger dan ook de volken stonden, des te meer wordt de zuivere

geest bewaard: meer is er van Boeddha's geest gebleven in Birma dan

in Tibet. Toch: de schat is er nog wel, ook in dat laatste land, al

wordt zij daar opgeborgen in aarden vaten die er niet bij passen. Niet

te vergeefs leefden de groote denkers en strijders der menschheid.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 19 / 78 题