hij, terwijl de tranen hem langs de wangen vloeiden. Doch
opeens bedwong hij zich. Hij wierp nog eenmaal een blik op zijn
geboortedorpje, dat hem zoo lief was, zocht met zijne oogen nog eenmaal
het roode dak van de kleine woning, waar hij zooveel jaren gelukkig
was geweest en waarin hij achterliet, wat hem het dierbaarst was op
de geheele wereld, en toen vervolgde hij zijn weg naar de stad.
In diepe, smartelijke gedachten verzonken liep hij voort, het voorhoofd
gefronst en met een droevigen trek om den mond. Een gure wind woei
hem vlak in het gelaat, maar hij voelde het niet. Hij liep met gebogen
hoofd, en nu en dan prevelde hij overluid.
"'t Kan niet anders," komt hem afgebroken over de lippen, "'t
Moet! Vader en Moeder mogen geen broodsgebrek lijden, zoolang ik er
ben, en 't zou schande wezen, als ik anders handelde, dan ik doe.--Wat
zullen mijne vrienden vreemd opkijken, als ik als koloniaal terugkom,
want dat verwacht zeker niemand van me. Toch zal het een troost voor
me wezen daar ginds in het verre Westen, te weten, dat Vader en Moeder
het goed hebben, en dat zij op hun ouden dag vrij zullen wezen van
zorgen en broodsgebrek. En daarom--'t moet, hoe hard het ook is!"
Dik was zoozeer in zijne gedachten verdiept, dat hij niet eens
bemerkte, dat hem een rijtuig achterop reed. Hij ontdekte dat pas, toen
het vlak achter hem was, en een glimlach verhelderde zijn gelaat, toen
hij den breeden molenwagen herkende, beladen met zakken, en bestuurd
door den eigenaar zelven. Hierover verheugde hij zich nog het meest,
want de molenaar was een oud vriend van hem, voor wien hij zijn hart
eens kon uitstorten.
De wagen hield stil.
"Meêrijden, Dik?" klonk het hem toe. De molenaar was geen vriend
van veel woorden. Hij sprak gewoonlijk zeer weinig, maar hij had een
goed hart.
Zwijgend stapte Dik op het krat, en zwijgend vervolgden zij hun weg.
Dat had zoo eenige minuten geduurd, toen de molenaar, die van
terzijde zijn jongen vriend al eens een paar malen had aangekeken,
plotseling vroeg:
"Wat scheelt er aan? Ben je ziek?"
"Neen, Van Dijk, niet ziek, maar toch--lang niet vroolijk. 't Is
armoê thuis, armoê, Van Dijk, en nog eens armoê! Er mòèt een einde
aan komen!"
De molenaar zei niets. Hij floot iets tusschen de tanden en zag
weer van terzijde Dik aan, die met moeite een traan terugdrong. Ook
Dik zweeg.
Zoo gingen weer enkele minuten voorbij. Toen zei de molenaar:
"Armoê thuis? En welk einde moet er aan gemaakt worden, jongen?"
"Ik ga naar de stad, om te teekenen als koloniaal. Ik ga naar de
West. Vierhonderd gulden handgeld zijn voldoende om het zaakje van
vrouw Boon over te nemen, die naar de stad wil verhuizen, zooals
u wel weten zal. Als u dan het huis zou willen verhuren aan Vader,
waren zij uit den nood. Maar dat wilt gij wel, niet waar?"
De molenaar keek stijf op de ruggen van zijn twee paarden. Hij knikte
bevestigend, terwijl hij weer iets tusschen de tanden floot.
"En hoe vindt je moeder dat, Dik?" vroeg hij na eene pauze.
"Zij vindt het hard,--erg hard."
Weer volgde eene pauze.
"Ja, 't is hard!" klonk het eindelijk naast Dik.
Zij waren nu eene boerderij genaderd, waar Van Dijk het erf opreed.
"Wacht even, Dik, dan gaan we straks samen verder," zei de molenaar,
terwijl hij van het krat afsprong, en de zakken naar binnen ging
dragen.
Dik was geen jongen, die van toekijken hield, als er gewerkt moest
worden. Dadelijk nam hij ook een zak op den schouder en volgde den
molenaar. Spoedig was de wagen afgeladen, en waren 's molenaars zaken
met den boer afgedaan.
Zij namen weder plaats op het krat en reden het erf af. Tot Diks
verbazing sloeg de molenaar echter den weg in naar huis, wat hij
niet verwacht had. Hij legde zijne hand op den schouder van Van Dijk,
en zeide:
"U gaat naar huis terug, en..."
"Ja, dat weet ik wel. Wat zou dat?--Huup paarden!"
"Dan scheiden hier onze wegen, want..."
"Niet waar.--Huup paarden!"
"Ja wel, ik moet naar de stad, om..."
"Huup paarden! Huup!--Dat moet je niet, Dik! Je gaat meê naar huis."
"Onmogelijk, onmogelijk, Van Dijk! Ik móét, want ik kan niet
anders. Laat mij hier afstappen."
"Jij stapt niet af, en je gaat niet naar de stad, heb je mij begrepen,
Dik? Ik zou me schamen, jongen, schamen, als ik jou voor een ellendige
vierhonderd gulden naar de West liet gaan, om daar een graf te
vinden. Je gaat naar huis, zeg ik je. Dat geld kun-je van mij wel
krijgen,--begrepen? Je ouders kunnen je niet missen."
De molenaar keek Dik aan en knikte hem nog eens met eene krachtige
beweging toe. Hij had al veel meer gesproken dan hij gewoon was,
en meende er verder ook geen woord meer over te verspillen. De zaak
was afgedaan, naar hij meende.
O, wat werd het Dik plotseling licht en vroolijk te moede. Weg was als
met een tooverslag al zijn zorg en al zijn verdriet, en in gedachten
zag hij reeds, hoe zijne lieve Moeder zou schreien van vreugde,
als zij het hoorde.
"Wil u mij dat geld leenen?" vroeg hij opgetogen, en elk woord klonk
als een juichkreet.
Van Dijk knikte.
"O, ik wist, dat u een edel hart bezat, maar nu--nu maakt u drie
menschen tegelijk gelukkig. Wat ben ik u dankbaar!"
Weer knikte Van Dijk.
"'t Is goed, hoor," sprak hij. "Praat er nu verder maar niet over. De
zaak is beklonken.--Huup paarden!"
Wat keken Jan Trom en zijne vrouw korten tijd later vreemd op, toen
Dik onverwachts weer binnentrad, en o, wat verhelderden die gezichten,
toen Dik vertelde, wat er gebeurd was. Hoe blonk de vreugde uit hunne
oogen, hoe klonk in dit eenvoudige huisje hun vroolijke lach. De dagen
van leed en droefheid waren voorbij, de armoede vloog het venster
uit, en er was geen sprake meer van eene scheiding, die hunne harten
dreigde te doen bersten.
Enkele weken later betrokken zij de woning van vrouw Boon, waar
het hun weldra zeer goed ging. Trom nam den winkel waar, bij welke
bezigheid zijne vrouw hem onvermoeid ter zijde stond, en Dik ging er
dagelijks met paard en rijtuig op uit, om de klanten buiten het dorp
te bedienen en er nieuwe bij te werven.
En het scheen wel, of men gaarne van hem bediend wilde wezen, want
elke week werd zijn omzet grooter, en klommen zijne verdiensten. Al
spoedig konden zij het geleende geld bij den molenaar aflossen,
en na een paar jaren reeds moesten zij den winkel vergrooten. In
korten tijd hadden zij de beste zaak van het geheele dorp, en elken
Oudejaarsavond konden Trom en zijne vrouw een mooi sommetje ter zijde
leggen van hetgeen zij hadden oververdiend.
Dan keken zij elkander dankbaar en gelukkig in de oogen, en zeiden:
"Voor onzen Dik!"
De zes volgende boeken zijn ware prachtwerken voor de jeugd,
uitmuntende zoowel door inhoud als illustratie.
Prijs van ieder boek f 1.50, in prachtb. f 1.90.
Mijn Jongensjaren
door Koen van Dam, geïllustreerd met 50 platen door Joh. Braakensiek.
Weggeloopen
2e druk, door Adona, geïllustreerd met 60 platen door Cecil Alden.
Karel Vermeer
door Ch. Krienen, geïllustreerd met 50 platen door W. K. de Bruin.
Uit het leven van Dik Trom
6e druk, door C. Joh. Kieviet, geïllustreerd met 50 platen door
Joh. Braakensiek.
Frits Wardland
3e druk, door C. Joh. Kieviet, geïllustreerd met 50 platen door
Joh. Braakensiek.
De Twee Neven
2e druk, door C. Joh. Kieviet, geïllustreerd met 50 platen door
W. K. de Bruin.
DE DRIE MATROZEN VAN MICHIEL DE RUIJTER
door Joh. H. Been,
geïllustreerd met 32 platen door J. H. Isings Jr.
Prijs f 2.50, in prachtband f 2.90.
De Nederlandsche Spectator van 26 Januari 1907 schrijft:
Een ware "De Ruijter" hulde.
In het stedeke Brielle waren nog de schimmen van onze zeehelden
rond: Witte de Witt, de Trompen, Evertsen enz. en wie daar met een
dichterlijken geest woont, wordt van hun geestkracht vervuld. De
Brielsche Archivaris, de man in wiens hoofd dat heele prachtige
verleden zich geconcentreerd heeft, de heer Joh. H. Been, heeft de
mooiste "De Ruijter"-hulde denkbaar in dat kloeke boek van De drie
matrozen van Michiel de Ruijter gegeven.
Gevoel voor het grootsche in deze persoonlijkheid, voor het roemrijke
verleden samen met de gave van het boeien door echte, spannende
romantiek en van zich indenken in het menschelijk gemoed in vele
gevallen van karakterstrijd en onrust maken dit boek tot een hoog
boek, een, waar een jongen, z'n idealen in vindt, en dat zaden in zijn
gemoed zal strooien, die veel later welig zullen kunnen opschieten
tot heil van hem zelf, van het vaderland.
Waarlijk, al is het een dik boek, misschien met z'n 379 blz. het
dikste jongensboek dat we hebben, ik twijfel niet of het zal tot het
eind gelezen, het zal her- en weer-herlezen worden, omdat er zooveel
moois in is, dat meesleept, ontroert.
En het mooiste zal voor de jonge lezers dunkt mij, nog dit zijn:
dat het alles waar gebeurd is, dat er werkelijk voor Algiers vijf
Christenslaven op de door Been beschreven manier op de vloot gekomen
zijn; dat werkelijk op de Goudkust drie matrozen samen gevochten
hebben met de in het boek beschreven gevolgen, even goed als het
in de steek laten van het zinkende Engelsche schip in de West de
waarheid bevat. Gerard Brandt vertelt het in zijn leven van Michiel
de Ruijter. De dichter heeft alleen de letters op papier leven
ingeblazen. Tegen zooveel goeds vallen kleine fouten of liever
oppervlakkigheidjes weg.
G.
J. d. V.
IN DEN OPGANG
door Anna de Savornin Lohman. Geïllustr. door Willy Sluiter. Prijs
f 2.50, in prachtband f 2.90.
Freule Lohman laat zich met dit vlot geschreven boek ook eens als
schrijfster voor jonge meisjes kennen. En 't is haar gelukt. Zij heeft
den toon te pakken, die in den smaak valt der vrouwelijke "aankomende"
jeugd. De handeling heeft plaats in een Hollandsch provinciestadje en
zeer raak is het leven op zoo 'n plaatsje getypeerd. De "draad" van
het verhaal: een in schooltijd aangeknoopt vrijagetje van het mooie,
oudste dochtertje der Langeveldts met een gymnasiast-baronnetje,
voor wien zij, als onbemiddeld en niet-adellijk meisje, later blijkt,
geen geschikte partij te zijn. Rita, die haar stille verloving als
geheim bij zich ronddraagt, ontdekt de vernedering, als haar Govert,
die in Leiden studeert, met de vacantie door zijn ouders naar een
buitenverblijf wordt gestuurd. En zij lijdt onder de desillusie,
alléén. Dan volgt de bekentenis aan moeder, die haar over alles
heen helpt.
Daaromheen groepeeren zich de anderen, de openhartige zuster Mien,
de goede broer Hein, de verwaande Sanny, de lieve moeder Langeveldt
en niet te vergeten tante Poppie, de goedhartige, goedgeefsche,
gezellige Indische. "In den Opgang", (bedoeld wordt in den opgang
van den jongemeisjestijd naar het volwassen zijn) is, èn door de
behandeling der stof èn door de strekking een aan te bevelen lectuur
voor onze meisjes.
Telegraaf, 5 Dec. 1906
Zooeven verschenen!
OP VIJVERHOEK
door F. J. Hoffman.
Geïllustreerd met 26 platen door W. K. de Bruin.
Prijs f 1.50, in prachtband f 1.90.
Dat ook in den winter het buitenleven zijn aantrekkelijke zijden
heeft, kunnen we uit dit boek bespeuren. Karel en Wim gaan in de
Kerstvacantie bij oom Van der Horst, den Boschbaas op het buitengoed
"Vijverhoek", te logeeren. Ze vermaken er zich best, maar niet alleen
aan guitenstreken is hun tijd gewijd; onder leiding van hun oom,
komen ze heel wat belangwekkends aan den weet van vogels vooral,
maar ook van andere dieren, visschen bij voorbeeld, en van planten.
Aangrijpend is de passage van dien boer, die zijn hond zoo slecht
behandelde, terwijl het trouwe dier, hem voor den brand in zijn
hooiberg waarschuwde. Maar de man was te eigenwijs om op het geblaf
acht te geven.
Ook de Nederlandsche Vereeniging tot bescherming van vogels zal de
verschijning van dit boek met vreugde begroeten.
FLORIS DE VIJFDE
door E. Molt.
Geïllustreerd door H. C. Louwerse.
Prijs f 1.50, in prachtb. f 1.90.
Welke Hollandsche jongen kent niet uit de geschiedenis "Graaf Floris
de Vijfde, der keerlen God", en zijn treurig einde?
Hij toch was het, die ten tijde der lijfeigenschap het voor den kleinen
man opnam en de macht der edelen fnuikte, om later als slachtoffer
zijner menschlievendheid door verraad te vallen.
Waar dan ook de schrijver zijn leven teekent, zonder opsmuk of
overdrijving, is het een boek dat in afwijking der vele onmogelijke
"jongenslectuur", met gerustheid der jeugd in handen kan worden gegeven
en dat door hen zonder het hoofd op hol te brengen met graagte zal
worden gelezen, terwijl het hunne kennis van den tijd der edelen
blijvend zal verrijken.
Van een viertal zéér mooie illustraties door H. C. Louwerse voorzien,
en in keurigen prachtband is het een aanbevelenswaardig geschenk voor
de jeugd.
Dordrechtsche Courant, 26 Nov. 1906.
UIT DE GEDENKSCHRIFTEN VAN EEN SCHOOLJONGEN
door Joh. H. Been.
Geïllustreerd door Jan Bleys,
Bandteekening van R. W. P. de Vries Jr.
Prijs f 1.50, in prachtband f 1.90.
Een geestig, prettig, mooi geschreven jongensboek. Men kan het
niet anders dan met groote belangstelling lezen; men gaat een warme
sympathie voelen voor Hein, den bengel met zijn eerlijk hart, z'n
jongensstreken, zijn strijd tegen het leeren en zijn strijd tegen zijn
fantastische denkbeelden, die hem zoo vaak hinderen in het nuchtere,
praktische leven. Hoe mooi is hier beschreven, dat langzame lief
krijgen van een vak, waar hij eerst niet van houdt, de eerbied en
genegenheid, die de jongen gaat voelen voor den onderwijzer, die hem
zoo taktvol door dien strijd heen helpt....
.... We zitten met hem in de benauwdheid voor het overgangsexamen,
dat zoo meesterlijk beschreven is, en we juichen met hem, als hij
"er door" is, als hij in de armen van zijn ouders vliegt, als hij
even meneer Straalders, den helper in de booze wiskunde de hand
gaat drukken en deze in zijn ontroering niet anders kan zeggen dan:
"beste jongen, beste jongen...."
Dan hollen we met hem en z'n trouwe gezel "Lie", den hond, naar
buiten--den zomer, de vroolijke kermis, de zalige vacantie, tegemoet!
Het is een boek vol eerlijke, gezonde, nobele denkbeelden, een in
alle opzichten aan te bevelen werk.
Commissie ter beoordeeling van Kinderlectuur.
Van deze zalige vacantie vertelt het boek:
HEINTJE'S GROOTE VACANTIE
door Joh. H. Been.
Geïllustreerd door Joh. Braakensiek.
Bandteekening van R. W. P. de Vries Jr.
Prijs f 1.50, in prachtband f 1.90.
We durven een weddenschap aan te gaan, dat geen jongen "Heintje's
Vacantie" zal gelezen hebben zonder, uit het diepst van een vol gemoed,
te verklaren: in tijden heb ik zoo 'n prettig, aldoor boeiend boek niet
gelezen. En als de ouderen 't overnemen, zullen zij het óók zeggen. Met
ons zullen zij in hun hart den goeden schrijver dankbaar wezen die,
zonder een oogenblik zwaar-avontuurlijke onwaarschijnlijkheden op
te dienen, eigenlijk van allergewoonste dingen vertellend, zoo 'n
geestig en zoo 'n spannend boek heeft kunnen leveren.
Wie zijn kinderen en zichzelven ter Sinterklaasgelegenheid waarlijk
een tractatie bereiden wil, die nog wel tot tien Sinterklaasfeesten
ver zal worden geproefd, koope Been's nieuwste jongensboek.
Rotterd. Nieuwsbl.
JUFFERTJE WILDZANG
door Bertha Clément,
prachtig geïllustreerd met meer dan 50 platen.
Prijs f 1.50, in prachtband f 1.90.
De Meisjesboeken van Bertha Clement zijn eveneens gunstig bekend. Ook
in dit nieuwe werk vinden we zulk een frisschen geest, zulk een
vroolijke ongedwongenheid, dat men wel van de heldin moet gaan houden
en haar lotgevallen met dezelfde belangstelling volgt als waren ze
aan een meisje uit onze naaste omgeving overkomen.
Bertha Clement is een vriendin van het jonge lezende publiek,
en haar Juffertje Wildzang, waarvan bij P. Kluitman, te Alkmaar,
een geïllustreerde uitgaaf in prachtband verscheen, zal zeker even
gunstig worden ontvangen als hare vroegere verhalen.
't Is de geschiedenis van een vroolijk "juffertje Wildzang" in den
grond een zeer lief meisje, dat ook wel iets van den ernst des levens
leert en van hare verschillend geaarde vriendinnetjes. Een aardig,
natuurlijk geschreven, onderhoudend meisjesboek.
Nieuws van den Dag.
IN DE VACANTIE
Bibliotheek voor Jongens en Meisjes.
Prijs per deel f 0.90, in prachtband f 1.25
De boeken in deze serie zijn met bijzonder veel zorg uitgevoerd,
met minstens 4 prachtige platen geïllustreerd en keurig gebonden.
A. voor Jongens:
1. Het Beleg van Alkmaar door P. Visser. Geïllustreerd door
H. C. Louwerse.
2. Jaepie-Jaepie door C. Joh. Kieviet. Geïllustreerd door A. Rünckel.
3. Frans van Dorentil door C. Joh. Kieviet. Geïllustreerd door
A. Rünckel.
4. Hollandsche Jongens door Chr. v. Abkoude. Geïllustreerd door
A. Rünckel.
B. voor Meisjes:
1. De Zusjes van de Berkenhoeve. door Hermanna. Geïllustreerd door
A. Rünckel.
2. Het Badreisje van Cor Slung door C. Joh. Kieviet. Geïllustreerd
door A. Rünckel.
3. De Beschermeling van het Viertal door L. van der Meer. Geïllustreerd
met 55 platen.
Deze serie wordt vervolgd.
End of Project Gutenberg's Uit het leven van Dik Trom, by C. Joh. Kieviet