HET AKKUMULATIEPROCES VAN HET KAPITAAL.

Wij hebben gezien, hoe geld tot kapitaal wordt en de loonarbeider

voor zijnen arbeid, niet alleen niet de waarde van het voor de

noodige produktiemiddelen uitgelegde deel van het kapitaal bekomt,

maar ook nieuwe waarde voortbrengt, die gelijk is aan de waarde zijner

arbeidskracht, plus de méérwaarde daarvan.

Maar met de verschijning van de méérwaarde, is de beweging van het

kapitaal nog niet afgesloten. Zooals de waarde zich moet omzetten in

geld, zoo moet ook de méérwaarde, op hare beurt, weder gerealiseerd

worden in geld. Dit proces nu, gaat steeds voort, telkens evenwel,

met eene waardevermeerdering, van de in de spheer der circulatie

geworpen hoeveelheid waren.

"De kapitalist die de méérwaarde produceert, d. w. z. onbetaalden

arbeid onmiddellijk uit de arbeiders pompt en in waren fixeert,

is wel-is-waar, de eerste toe-eigenaar, maar geenszins de laatste

bezitter dezer méérwaarde. Hij heeft haar achteraf steeds te

deelen gehad, met kapitalisten, die in 't algemeen genomen, andere

funkties van de maatschappelijke produktie te vervullen hebben,

met de grondeigenaren, enz. De méérwaarde splitst zich daarvandaan

in verschillende deelen. Zijne onderdeelen komen aan verschillende

categorieën van personen ten goede en verkrijgen verschillende,

tegenover elkander, zelfstandig opgroeiende vormen, zooals winst,

rente, handelswinst, grondrente etc." Deze veranderde vormen van de

méérwaarde, worden door Marx in het derde boek van "Das Kapital",

elk op zich zelf behandeld en geanalyseerd; het eerste Boek behandelt

enkel maar eene kant van het totaalproces, n.l. het "onmiddellijke

produktieproces van de méérwaarde."

Dit produktieproces is ook, evenals het maatschappelijk proces,

tegelijk een reproduktieproces. De maatschappij moet, onder welke

voortbrengingsvorm dan ook, niet alleen consumptiemiddelen,

maar ook produktiemiddelen voortbrengen. Is dus de produktie

kapitalistisch van vorm, de reproduktie moet dit natuurlijk óók

wezen. Brengt de maatschappelijke produktie méérwaarde voort, zoo

ook de reproduktie. Wij houden ons dus op dit oogenblik met deze

"eenvoudige reproduktie" gelijk Marx haar noemt, bezig.

"Het produktieproces wordt ingeleid, met den koop van de arbeidskracht

voor een bepaalden tijd, en deze inleiding vernieuwt zich bestendig,

zoodra de verkoopstermijn van den arbeid komt te vervallen en

daarmede eene bepaalde produktie-periode, week, maand enz. afgeloopen

is. Betaald wordt den arbeider echter eerst, nadat zijn arbeidskracht

gewerkt heeft en zoowel hare eigene waarde, als de méérwaarde, daardoor

in waren gerealiseerd zijn. Hij heeft aldus evenals de méérwaarde,--die

wij voorshands slechts zullen beschouwen als het consumptiefonds der

kapitalisten,--ook het fonds voor zijn eigene betaling, het variabel

kapitaal voortgebracht, alvorens het in den vorm van arbeidsloon

terugvloeit, en hij wordt slechts zoolang aan den arbeid gehouden,

als hij dit gestadig op nieuw voortbrengt" ... "Het is een deel, van

het door den arbeider-zelf gestadig gereproduceerde product, hetwelk

in den vorm van arbeidsloon, voortdurend tot hem terugvloeit. De

kapitalist betaalt hem de warenwaarde, zeer zeker in geld uit. Dit

geld is evenwel de veranderde vorm van het arbeidsprodukt. Terwijl de

arbeider, een deel van de produktiemiddelen in produkten verandert,

zet zich een deel van zijn vroeger produkt terug om, in geld. Het

is een arbeid van de vorige week, misschien een van het laatste half

jaar, waarmede zijnen arbeid van heden, of die van het volgende half

jaar, wordt betaald. De illusie welke de geldvorm hier teweeg brengt,

verdwijnt dan ook dadelijk, zoodra in plaats van den individueelen

kapitalist en den individueelen arbeider, de beschouwing treedt van:

kapitalistenklasse en van arbeidersklasse. De kapitalistenklasse geeft

der arbeidersklasse gedurig, aanwijzingen in geldvorm, op een deel

van het door de laatste voortgebrachte en het door de eerste zich

toe-geëigende produkt. Deze aanwijzingen geeft de arbeidersklasse,

der kapitalistenklasse evenzoo gestadig weder terug en zij onttrekt

haar daarmede, het haarzelve toevallend gedeelte van haar eigen

produkt. De warenvorm van het produkt en de geldvorm van de waar,

omsluieren slechts deze transaktie.

"Het variabel kapitaal, is aldus slechts eene bepaalde historische

verschijningsvorm van het fonds voor levensmiddelen of het

arbeidsfonds, dat de arbeider voor zijn zelfbehoud en reproduktie

behoeft, en dat hij, onder alle systemen van maatschappelijke

produktie, steeds zelf produceeren en zelf reproduceeren

moet. Dit arbeidsfonds, vloeit hem gedurig daarom in den vorm van

betalingsmiddelen van zijn eigen arbeid toe, omdat zijn eigen produkt

gedurig, in den vorm van kapitaal, van hem vervreemd wordt."...

Om geld te veranderen in kapitaal, was het aanwezig zijn van eene

waardeproduktie en eene warencirculatie, niet voldoende. Er moesten

daartoe eerst, hier bezitters van waarde en ginds bezitters van

waardescheppende substantie; hier bezitters van productie- en

levensmiddelen, daar bezitters van niets dan arbeidskracht, tegen

over elkander komen te staan, als koopers en verkoopers. Scheiding

tusschen het arbeidsproduct en den arbeid-zelf, tusschen de

objectieve arbeidsvoorwaarden en de subjektieve arbeidskrachten,

was dus de feitelijk gegeven grondslag, was het uitgangspunt van het

kapitalistisch produktie-proces.

"Wat echter in den aanvang het uitgangspunt was, dat wordt door middel

van de enkele continuïteit van het proces, de eenvoudige reproduktie,

steeds op nieuw geproduceerd en vereeuwigd, als het eigen resultaat van

de kapitalistische produktie. Eenerzijds verandert het produktie-proces

voortdurend den stoffelijken rijkdom in kapitaal, in waarde- en

genotmiddelen voor de kapitalisten. Anderzijds komt de arbeider

gestadig uit het proces, zooals hij er intrad,--persoonlijke bron

van rijkdom, maar ontbloot van alle middelen om dezen rijkdom voor

zich te verwerkelijken. Daar vóór zijn intrede in het proces,

zijn eigen arbeid hem zelf ontvreemd wordt, dezen, door de

kapitalisten zich wordt toegeëigend en bij het kapitaal wordt

ingelijfd, belichaamt hij zich gedurende het proces, gestadig,

in het produkt van vreemden. Daar het produktieproces, tegelijk

het consumptieproces van de arbeidskracht door de kapitalisten is,

verandert het produkt des arbeiders, niet alleen voortdurend in waren,

maar in kapitaal; waarde, die de waardescheppende kracht uitzuigt,

en levensmiddelen die personen koopen; produktiemiddelen, die den

producenten tewerk zetten. De arbeider zelf, produceert daarvandaan

gestadig den objektieven rijkdom als kapitaal, de hem vreemde, hem

beheerschende en hem uitbuitende macht; en de kapitalist produceert

even zoo gestadig, de arbeidskracht als subjektieve, van haar eigen

belichamings- en verwerkelijkingsmiddelen gescheiden, abstrakte,

een in de bloote lichamelijkheid van den arbeider bestaanden, bron

van rijkdom, kortom den arbeider als loonarbeider. Deze gestadige

reproduktie, of de vereeuwiging van den arbeider, is het sine-qua-non

der kapitalistische produktiewijze."....

"Van maatschappelijk standpunt beschouwd, is dus de arbeidersklasse,

ook buiten het onmiddellijk arbeidsproces, even zoozeer het

eigendom van het kapitaal, als het doode arbeidsinstrument. Zelfs

hare individueele consumptie, is binnen zekere grenzen, niets dan

een moment in het reproduktieproces van het kapitaal. Dit proces

zelf, zorgt er wel voor, dat die zelfbewuste produktieinstrumenten

niet wegloopen; terwijl het hun produkt, gestadig van pool naar

tegenpool van het kapitaal verwijdert. De individueele consumptie

zorgt eenerzijds, voor hare eigen instandhouding en reproduktie,

anderzijds,--door vernietiging van levensmiddelen,--voor hare

gestadige wederverschijning op de arbeidsmarkt. De romeinsche slaven

waren door ketens, de loonarbeiders zijn door onzichtbare draden,

aan hunne eigenaren gebonden. De schijn van hunne onafhankelijkheid,

wordt hier echter, door de gestadige verwisseling der individueele

loonheeren en door de fictio juris van het contrakt, gehandhaafd."....

"Het kapitalistisch produktie-proces reproduceert alzoo, door

zijn eigene voltrekking, de scheiding tusschen arbeidskracht en

arbeidsvoorwaarden. Het reproduceert en vereeuwigt daarmede, de

exploitatievoorwaarden van den arbeider. Het dwingt den arbeider

gestadig tot verkoop van zijn arbeidskracht, om daarvan te leven

en maakt telkens de kapitalisten geschikter tot dien koop, om er

zich door te verrijken. Het is nu niet meer het toeval, hetwelk

kapitalist en arbeider, als kooper en verkooper, tegenover elkander

op de arbeidsmarkt brengt. Het is het alternatief van het proces-zelf,

dat den een steeds als verkooper zijner arbeidskracht op de waren-markt

terugslingert en zijn eigen produkt steeds in het koopmiddel van den

ander doet veranderen. Inderdaad behoort de arbeider aan het kapitaal

toe alvorens hij zich aan den kapitalist verkoopt. Zijne economische

onderhoorigheid, wordt tegelijk tot een middel, en tegelijk omhuld door

de periodieke vernieuwing van zijn zelf-verkoop, door de verwisseling

zijner individueele loonheeren en de oscillatie (slingering), in den

marktprijs van den arbeid.

"Het kapitalistisch produktieproces, in zijnen samenhang beschouwd of

als reproduktieproces genomen, produceert dus niet alleen méérwaarde,

het produceert en reproduceert de kapitaalsverhouding zelf; aan de

eene zijde dus kapitalisten, aan de andere zijde loonarbeiders."

Karl Marx en zijne voorgangers · 第 61 / 72 题