DE VOORTBRENGING DER MEERWAARDE.

Nemen wij, om de produktie van de meerwaarde met een voorbeeld

aanschouwelijk te maken, eens het volgende geval. De heer Jansen,

industrieel, richt zich in. Zijn vader stelt een groot kapitaal ter

zijner beschikking. Hij richt een katoenspinnerij op, neemt een

technisch- en een handelsdirekteur aan, die het gansche bedrijf

inrichten en leiden en de inkoop van katoen, de aanschaffing van

machines, de aanstelling van arbeiders enz. bezorgen. De katoen wordt

in de fabriek versponnen tot garen en deze wordt, door middel van

reizigers etc., van de hand gezet.

De heer Jansen nu, men lette er wel op, heeft daarmede niet waren

tegen waren geruild, door middel van de waar geld, maar hij had

oorspronkelijk geld, hij heeft dit uitgegeven om waren te koopen

(fabriek, inrichting, ruwprodukten, arbeidskrachten), en dan verkoopt

hij weder zijn waren, om ze wederom tot geld te doen worden. De

ruilformule is hier niet: W-G-W, maar is hier:

Geld-Waar-Geld.

(G-W-G.)

Hij heeft zijn geld in waren omgezet en hij zet zijn waren weder in

geld om. Waarom doet hij dat? Dat doet hij om winst te maken; het geld

dat in des heeren Jansen's brandkast terugkomt, moet méér zijn dan

dat wat er uit ging. Anders zou de heer Jansen een gek geweest zijn,

om zijn geld in de circulatie te zenden. Maar het was des heeren

Jansen's doel niet, om het als een schat enkel te laten liggen,

maar om het als kapitaal te laten fungeeren, het te laten broeden dus.

Alle waren die hij evenwel koopt (ruwprodukten, machines enz.), moet

hij naar hunne waarde betalen, bijgevolg zijn winst zal daardoor niet

vermeerderen. Maar de arbeidskracht der arbeiders die in zijnen dienst

zijn, betaalt hij niet naar hare waarde. Nemen wij daartoe, nog eens

het voorbeeld op en werken wij het verder uit. Een arbeider verspint

in 6 uren, 10 pond ruw-katoen tot garen. In deze 10 pond garen steekt,

nevens den zesurigen arbeid, ook een deel van de arbeidsmiddelen,

welke daarbij worden afgebruikt, vervat in de spindels. Het pond

katoen komt hem te staan op f 0.60, het pond garen brengt f 0.90

op. Aan spinsel wordt 10 pond katoen ingewerkt, dus voor f 1.20. Het

arbeidsloon bedraagt f 1.80. Dus:

Uitgaven:

10 pond ruwkatoen f 6.

Spinsel - 1.20.

Arbeidsloon - 1.80.

te zamen f 9.00.

Inkomsten:

Karl Marx en zijne voorgangers · 第 47 / 72 题