[30] Haar meest bekende werk zijn de "Mémoires de Madame d'Epinay," die
langen tijd gegolden hebben als een der beste bronnen voor het leven van
Rousseau in de jaren omstreeks 1750. De onderzoekingen van Fr. Macdonald
(Frederika Macdonald, A new criticism) hebben aan 't licht gebracht, dat
deze z.g. mémoires een roman-pamphlet zijn, het eindresultaat van een
lange letterkundige machinatie tusschen Mme d'Epinay, Grimm en Diderot,
dus ten opzichte van de feiten, die zij beweren getrouw weer te geven
van nul en geener waarde (dit erkent ook E. Faguet, zie "Vie de
Rousseau," blz. 188-189).
[31] Een analoog geval en evenmin met zekerheid te beantwoorden, is de
liefde van Wagner voor Mathilde Wesendonck, in den tijd dat hij den
"Tristan" maakte.
[32] Mme d'Epinay beschuldigt Thérèse van 't schrijven van een anonymen
brief aan St. Lambert, wat om verschillende redenen zeer onwaarschijnlijk
is. 't Ligt voor de hand, dat, waar Mme d'Houdetot en Rousseau bijna
voortdurend samen waren, samen wandelden in den maneschijn, enz. en de
gasten op de Chevrettes, die tot denzelfden kring als St. Lambert
behoorden, van dat alles op de hoogte waren, geruchten en praatjes St.
Lambert _moesten_ bereiken.
[33] Dat Rousseau het geloofde, kan men hem in geen geval kwalijk nemen:
hij wist dat zij vroeger een kind van Francueil heimelijk ter wereld had
gebracht.
[34] Die beide gedeelten zijn: de geloofsbelijdenis van den Vicaire
Savoyard, waar het betoog omvat wordt in een prachtige verbeeldings-lijst;
en de idylle tusschen Emile en Sophie, die geheel beeldend is.
[35] De eindeloos-uitgesponnen, langdradige romans van Richardson gaan
zoo sterk mogelijk in tegen wat men gewoon is het wezen van den
"franschen geest" te noemen, de liefde tot het bondige, beknopte, klare.
Hoe verklaart men de bijna afgodische vereering van een man als Diderot,
zóózeer franschman van wezen, voor Richardson, en het enorme succes van
diens werken in Frankrijk omstreeks 1760, anders dan door de groote
overeenstemming van aspiraties, belangen en behoeften, der engelsche en
der fransche burgerij? De gemeenschappelijke klasse-belangen, de sociale
faktoren dus, bewezen sterker te zijn, dan het nationale karakter en de
traditie.
[36] Karl Marx, der 18te Brumaire des Louis Bonaparte.
[37] Alleen Shelley is onder de burgerlijke dichters die de
vrijheids-idealen verheerlijkten, geheel vrij van valsch gevoel.
[38] In den "Emile" schreef hij: "Wij naderen tot den staat van krisis
en de eeuw der omwentelingen."
[39] Zie K. Marx, "Das Kapital" Deel I, Hoofdstuk I, afd. IV Der
Fetisch-charakter der Ware und sein Geheimniss; en voor een populaire
uiteenzetting: H. Gorter "Het Historisch Materialisme."
[40] Ook in dit opzicht was de philosophie van Rousseau de eene pool,
die der materialisten de andere. Zij legden den nadruk op de
_passiviteit_ van den mensch, zijn afhankelijkheid van zijn natuurlijke
en sociale omgeving, en voerden hun leer tot de uiterste konsequentie in
het geloof aan het volstrekt mechanisch karakter van denken en handelen.
Hij legde den nadruk op de eigen aktiviteit van den mensch, zijn kracht
in te grijpen en den loop der wereld mede te bestemmen. Het is duidelijk
dat dit idealisme op praktisch gebied evenzeer een kracht was tot
revolutionair handelen als het mechanisch materialisme.
[41] Gorter.
[42] Men herinnere zich hoe in de dagen dat Rousseau schreef, de
plattelandsche bevolking van Frankrijk sterk achteruitging.
[43] Meynier bestrijdt dit in zijn hiervoor aangehaald werk, dat een
poging is Rousseau als een liberale bourgeois voor te stellen.
[44] Deze uitlating luidt: "Wat al misdaden, oorlogen, moorden, hoeveel
ellende en wreedheid had degeen aan het menschengeslacht gespaard, die
terwijl hij de palen uit den grond trok of de afgraving dichtwierp (de
grenzen van het eerste grondstuk dat privaateigendom was) aan zijn
mede-menschen toewierp: "Gelooft dien bedrieger niet Ge zijt verloren zoo
ge vergeet dat de vruchten van den bodem aan allen behooren en de bodem
zelf aan niemand behoort"
[45] "La Réunion des Amours," van Marivaux, aangehaald bij E. et J. de
Goncourt, "La femme au 18ième siècle."
[46] "La femme au 18ième Siècle," blz. 173.
[47] Natuurlijk wordt bedoeld: van de heerschende klassen in beide.
[48] "Contes Moraux de Marmontel;" aangehaald in "La femme au 18ième
Siècle," blz. 239.
[49] Een plan van openbare opvoeding om den gemeenschapszin der burgers
te vormen, stelde Rousseau voor in zijn verhandeling over het
regeerstelsel van Polen.
[50] Natuurlijk vermag hij niet, de zelfzuchtige neigingen die de
inrichting der maatschappij opwekt, te niet te doen.
[51] Dit geldt voornameijk voor de kleinburgerlijke, niet voor de
groot-kapitalistische maatschappij.