Moeske liefste, ik moet zooveel aan u denken, vooral in den laatsten
tijd. En telkens als ik aan u denk, komt er een zacht teeder gevoel over
me, doch tegelijkertijd ook diepe weemoed.
Weemoed, dat u zoo ver van me is, en weldra onbereikbaar ver van me zal
zijn.
Waarom toch moeten juist die zielen, die aan elkander verwant zijn,
onbereikbaar ver van elkaar gaan. Ik kan zóó bedroefd zijn, als ik al te
erg naar u verlang.
Ik zit stil voor me te staren, hoor noch zie van wat werkelijk om me
gebeurt. Ik ben, ik leef in het verleden, dat zoete en dat bittere
verleden, waar ik zoo gaarne toef, en waar als een lichtkrans uwe liefde
doorheengeweven is. Ik lijd en ik geniet. Mijn hart is vol weemoed, maar
daarnaast ook innige dankbaarheid, dankbaarheid voor het zoet geluk, dat
uwe liefde mij gaf.
Ik kan God nooit genoeg danken, dat Hij u tot ons bracht.
* * * * *
Hoe komt de Javaan zoo te verarmen? vraagt men, en zij die deze vraag
doen, denken zich tegelijkertijd suf, hoe aan meer geld te komen. En wie
moet het ontgelden? natuurlijk de kleine man, over wiens wel en wee men
zich zoo uitermate bezorgd maakt, dat men een dure commissie benoemt, om
onderzoek te doen naar de oorzaken van zijn achteruitgang!
"Hoe komt de Javaan zoo te verarmen?" en men slaat grassnijders, die 10
a 12 cent daags verdienen in de bedrijfsbelasting aan. Voor ieder geit
of schaap dat geslacht wordt, moet 20 cent belasting betaald worden. Zoo
betaalt een satee-verkooper,[1] die elken dag 2 schapen slacht, 's
jaars _f_ 144 belasting. En hoeveel is zijn verdienste? genoeg om er van
te leven.
Bij mijn ouders thuis wist ik al veel, maar hier, waar mijn man elke
gedachte met mij deelt, waar ik geheel met hem meeleef, met zijn werk,
zijn streven, ben ik nog o, zoo veel meer te weten gekomen, dat ik eerst
niet wist, zelfs niet vermoedde, dat bestond.
Er is o zoo veel schreeuwend onrecht, en iemand, die rechtvaardig is,
moet als ambtenaar wèl lijden. Hij moet zooveel zien, en ook doen, wat
tegen alle rechtvaardigheid in is.
* * * * *
Dag Moeske! Misschien is dit mijn laatste brief voor u! Denk maar veel
aan uw dochtertje, dat u beiden zoo innig lief heeft. Groet Mijnheer
hartelijk van ons beiden, en u druk ik vast aan 't hart. /$ Uw eigen
dochtertje