Een kort woord, om u zoo spoedig mogelijk een nieuwe wending in mijn
levenslot te melden. Ik zal niet als eene alleenstaande vrouw onze
heerlijke taak gaan vervullen; een flinke, nobele man zal mij terzijde
staan in mijn streven, om nuttig werkzaam te zijn voor ons volk.
Hij is mij daarin al ver voor, heeft zijne sporen reeds verdiend, waar
ik nog beginnen moet. O het is zoo'n lief, best mensch; naast een edel
hart, heeft hij een flink, helder hoofd. Hij is daar geweest, waar zijn
bruidje zoo graag heen zou willen, maar het van haar volk niet mag:
Holland.
Het is eene heele verandering, maar met ons beiden, elkaar steunend en
aanvullend, gaan we regelrecht en langs den kortsten weg de
verwezenlijking van onze illusies voor het heil van ons volk tegemoet.
We ontmoeten elkaar op menig, menig punt. En nu weet u nog niet eens,
wie mijn verloofde is: Raden Adipati Djojo Adiningrat, Regent van
Rembang. En nu, adieu! _Spoedig schrijf ik meer_, en dan uitvoerig hoop
ik.