27 Juni 1903. (IV.)

U zal wel reeds alle vertrouwen in ons verloren hebben. Er komt maar

geen brief van me. Vergeef me, lieve, beste Oom. Zusje heeft u zeker

reeds verteld, dat ik in Februari en Maart flink ziek ben geweest en

daarna nam de studie mij in beslag. Veel mij lief werk moest ik er voor

laten rusten. Ik heb het erg slecht gemaakt, juist bij mijn beste

vrienden. Hun kon ik geen kattebelletjes zenden. Nú zie ik, hoe dwaas ik

gehandeld heb; een kattebelletje is in ieder geval beter dan heelemaal

niets. In de vacantie wilde ik geen vacantie nemen; integendeel wilde ik

juist hard werken; ik moet nog zooveel leeren. Maar het _Leven_ heeft

mij vacantie gegeven, op een minder aangename wijze, natuurlijk. Vandaag

ben ik pas voor het eerst op, na twee weken te bed te hebben gelegen. Ik

heb zoowat van alles gehad. Kou gevat, koortsen, rheumatische

hoofdpijnen, maagpijn en tot besluit mazelen en waterpokken. 't Was wel

meenens geweest. Mijne ouders en zusjes weken geen oogenblik van mijn

ziekbed; die lieven hebben mij voorbeeldig verzorgd en verpleegd. Zusje

Roekmini was engelachtig lief voor me O! u weet niet, hoe dierbaar mij

dat kind is, en 't is of zij mij eiken dag vaster aan 't hart groeit.

Zij beweert altijd, dat ik haar meerdere ben, maar dat is niet waar; zij

is veel meer dan ik, daar zal u ook wel van overtuigd zijn.

Zoo onlangs kregen wij een langen brief van Mevrouw van Kol, die ons o!

zoo gelukkig maakte met de mededeeling, dat u haar geschreven heeft over

ons. Daarin zien wij uwe warme genegenheid en oprechte vriendschap voor

ons. Mijn hartelijken dank ervoor, lieve, trouwe vriend. Nu is u gerust,

hè, wij blijven in Indië. Wij moesten u den dank en de hartelijke

groeten overbrengen van Mevrouw van Kol. Zij heeft het erg druk; als zij

wat beter in haar tijd zit, zal zij u schrijven. Nu moeten wij u maar

voor haar antwoorden. Au fond is zij het met u eens over ons gaan naar

Holland. Het is zoo; nooit heeft Mevrouw van Kol ons heerlijkheden van

Holland voorgespiegeld, doch integendeel van 't begin af aan ons ernstig

gewezen op de hoopen bezwaren, moeilijkheden, teleurstellingen en

verdriet, die ons wachtten in Holland, maar daar 't _onze wensch_ was er

te komen, heeft zij persoonlijk gedaan, wat zij kon, om de vervulling

van ons groote verlangen mogelijk te maken. Merkwaardig dat juist zij,

die alles gedaan hebben, om ons 't gaan naar Holland mogelijk te maken,

zacht en liefdevol oordeelen over ons veranderd besluit.

Het leven heeft ons veel geleerd in deze laatste maanden Het heeft ons

ware vriendschap van schijn leeren onderscheiden. Dat deze les met

hartebloed gepaard gaat, spreekt vanzelf. Wij zijn Nellie onnoemlijk

veel dank verschuldigd. Zij heeft ons geleerd zacht te oordeelen. Bid

voor ons. Wij houden op Hem ons oog gevestigd. Zijn wil geschiede!

Mijn verlangen om u te schrijven is zoo groot, dat ik op den langen

stoel liggend met potlood een briefje krabbel. Ik hoop, dat u dezen met

uwe lieve vrouw in den besten welstand zal ontvangen. Ontvang van zusje

een hartelijken groet en een warmen handdruk van

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 102 / 136 题