8 Augustus 1902. (X.)

Brieven spelen een groote rol in ons leven, bijna alles hebben wij

daaraan te danken; zonder onze correspondentie zouden wij nooit zoo ver

gekomen zijn, dat wij breken durven met oeroude tradities en gewoonten.

Je weet niet, of eigenlijk je weet wel wat de brieven onzer vrienden,

superieuren naar den geest en naar de ziel, voor ons zijn. Er gaat een

louterende, verheffende invloed daarvan uit; zij ontwikkelen ons naar

den geest en het gemoed. Daar is zooveel moois, liefs en kostbaars door

de post tot ons gekomen, paarlen, edelgesteenten voor hoofd en hart.

Mondelinge gesprekken kunnen in onze ziel gegrifd zijn, maar je zult wel

toestemmen, dat de tijd menig woordje verbleken doet, al blijft de

hoofdzin onaangetast; brieven nu herhalen ieder woord getrouw ten allen

tijde, zoo vaak je wilt.

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 72 / 136 题