[98] _herderstaf_.

[99] Voor _hij_; verg. vroeger.

[100] Thans tot _bakte_ verzwakt.

[101] Platweg voor _Booze_, _Satan_ of derg.

[102] Voor den begroeiden berg-_kruin_.

[103] _schitterend_.

[104] Voor _vonkelen_.

[105] _voorhoofd_.

[106] Thans _linnen_.

[107] Hier in goeden zin voor _uitsteek_, _mij verhef_.

[108] Thans _ziel_.

[109] _vroeger_.

[110] _achter-over_, _omver_.

[111] _ijlings_, _plotseling_.

[112] Thans _lachte_.

[113] _koppiger_.

[114] _bedwelmd_, _versufd_.

[115] _hoerenkot_.

[116] _doorsneed_, _ontlijfde_.

[117] Min gelukkig voor _doortrokken_.

[118] _verdorven_.

[119] _keur_.

[120] Voor _saprijke_.

[121] Waarop hij namelijk gedragen werd.

[122] _hielp het_.

[123] _beenderen_ (voor _vastheid_).

[124] Voor _bezweken_.

[125] _bevrijdde_ (als "vrijstad des doodslagers" waartoe het (Jos.

XXI. 11) gemaakt werd).

[126] _wandelvlak_, _-plaats_.

[127] Voor d', door de voorafgaande p verscherpt, en dus schijnbaar

onzijdig van vorm; verg. vroeger op _feest_ en _venster_.

[128] _kon er_.

[129] Behoort natuurlijk bij 't eerste _de zon_, en mag niet, met Van

Lennep, tot de maan gebracht worden.

[130] Dien van Nazareth.

[131] Voor _die_, alsof er _heer_ stond.

[132] Zie acht regels vroeger, waar 't onderwerp van deze te lang

afgebroken zinsnede gevonden wordt.

[133] _uit de scheê_.

[134] Rijmshalve verkort voor _Nazireër_.

[135] Voor _scherer_, _scheerder_.

[136] _lief_.

[137] _kwam duur te staan_.

[138] Voor _toorn_.

[139] Germ. voor _staart_.

[140] _springfontein_.

[141] _verliefd_, _verzot_.

[142] Verg. boven, aant. 137.

[143] _hersenpan_, _hoofd_.

[144] Gall. voor _nadat mijn hoofd_ (van haar) _ontlast was_.

[145] _Filistijn_.

[146] Gall. Zie aant. 144.

[147] _verdraaiden_.

[148] _te vergeefs_; zie vroeger.

[149] Thans _beul_; zie vroeger.

[150] ('s Drie-eenigen) _Gods_; verg. boven, bl. 94a, aant. 415.

[151] _voorhoofd_.

[152] _den plompen kop_.

[153] Thans _in de hitte_.

[154] _Dood_.

[155] _huisvestte_.

[156] Voor _daarna_.

[157] _de lippen_.

[158] _de Bijbel_; zie boven.

[159] (doen) _smeulen_.

[160] Voor _levensbedrijf_.

[161] _te doen kwijnen_, _vergaan_.

[162] _verholen_.

[163] _puikbloem_; verg. bl. 83, aant. 13.

[164] Min gelukkig voor _volmaakte_.

[165] Spreek uit _bie_, naar de gewoonte van den tijd.

[166] _den roem_.

[167] _vleyen_; zie vroeger.

[168] _geef_ (gelijk nog in de taal van 't gemeene leven).

[169] _maakte_, _veroorzaakte_.

[170] _wellustkittelingen_.

[171] _vat_.

[172] Anders, met klankverdunning, _doodsnik_.

[173] Voor _reis_.

[174] _even_.

[175] _Naderhand_.

[176] _streng_ (hier meer rijmshalve geplaatst).

[177] _opwekte uit den dood_.

[178] _schillen_, _vezels_; verg. de spreekwijs van de _schillen, die

van de oogen vallen_.

[179] _brouwsel_, _spijs_.

[180] _verliet_.

[181] _drijvend_.

[182] Verouderd voor _zeer_.

[183] _verblind_.

[184] _midden_; zie vroeger.

[185] _verscheiden_.

[186] Voor _nederlaag_.

[187] Thans _slaat_.

[188] Op min aangename wijs voorzeker, versta: _treft_.

[189] Germ. voor _sameet_ of _fluweel_.

[190] _gereinigd_, _afgelikt_.

[191] _gestold_.

[192] _inslikken_.

[193] Die van haar venster.

[194] _als vrije erkent_.

[195] Lees: t' _Jafo_.

[196] Voor _rillen_.

[197] (te berge) _deed rijzen_.

[198] _opslokken_.

[199] _bewogen_, _ontroerd_.

[200] _dat er_.

[201] _bewegen_.

[202] Anders _Medië_; verg. vroeger.

[203] 't Is met _school_, als met _venster_, _feest_, _beest_, enz.;

verg. vroeger.

[204] _bezoedelden_.

[205] _zuiverde_, _schoon veegde_.

[206] _vergruisden_, _verstuiven deden_; zie vroeger.

[207] _verklaren_.

[208] Rijmshalve, maar min gelukkig, voor _verdonkerden_, _verouderen

deden_.

[209] _niet_.

[210] _uitgeblonken_.

[211] Thans _waartoe_.

[212] Met de afsluitende s, die er in de volkstaal nog steeds achter

gehoord wordt, en in _doorgaans_, _volgens_, _trouwens_, enz. algemeen

aangenomen is.

[213] _veêr_, _vleugel_.

[214] _misdrijven_.

[215] Gelijk vroeger, voor _zeer_.

[216] _'t ontzagwekkend aanzien_.

[217] _Prediker Gods_.

[218] Rijmshalve, maar anders minder juist, voor _halsstarriger_.

[219] _Cyrus_.

[220] _vergruizen_.

[221] Thans _zich_.

[222] _verklaard_, _geuit_.

[223] _streng_; verg. boven, bladz. 110b, aant. 176.

[224] _nooden_, _uitnoodigen_.

[225] Voor _verstrooide_ of _zich verstrooyende_.

[226] Gallicisme voor _dien_.

[227] _onreine spijs_.

[228] _wijzen_.

[229] _afleidden_.

[230] _stukscheurt_ (eig. in _moten_ deelde; verg. bl. 108a, aant. 116).

[231] Voor _onaanzienlijke veste_.

[232] _verwoesting_.

[233] Voor _gebouwd_; verg. vroeger.

[234] Thans veranderd voor _verschuldigde_; zie vroeger.

[235] _vleit_.

[236] _steeds_, _altijd_.

[237] _als_, _zoodra_.

[238] Thans _toewogen_.

[239] _vet_.

[240] Voor _loofhutten_.

[241] Gall. voor _zocht op_.

[242] Thans _beaamt_.

[243] _om vrolijk te worden_ (verg. nog ons _jolig_).

[244] _naarstigheid_, _ingespannen arbeid_; verg. vroeger.

[245] _overeengekomen_.

[246] _boogschutters_ ('t Fransche _archers_).

[247] Voor _werken_.

[248] _weren_.

[249] _geflonker_.

[250] voor _bevolkt_.

[251] Versta: _aan Levi d. i. de priesterschap_.

[252] _mag_.

[253] Spreek uit _Job_.

[254] Anders _lamfer_.

[255] _beëtterde_.

[256] _te pronk gesteld_.

[257] _onwijze_.

[258] Gall. voor: _na 't erlangen van mijn vrijheid_.

[259] Anders _dwa-en_, _af te wisschen_; verg. nog den zaamgetrokken

verlengden vorm _dweilen_, en 't zelfst. n.w. _dweil_.

[260] _huisvestte_.

[261] Thans _hoewel_.

[262] _den steun mijns ouderdoms_.

[263] Nam. _mij_.

[264] _zoodra_.

[265] _duldt het_.

[266] Thans _vaak_.

[267] _sluwe_.

[268] Versta: _ont-nestlen_.

[269] _Daarna_.

[270] Voor _tenten_.

[271] _eindt_.

[272] _stof_, _gruis_ (verg. _turfmolm_ en _vermolmd hout_).

[273] Met verkeerden klemtoon, voor _Antíochus_.

[274] _vereenen_.

[275] _ten hemel stijgende_.

Correcties gemaakt door de bewerker

pagina originele tekst correctie

96a DEN ACHSTTEN PSALM DEN ACHTSTEN PSALM

100b ontbreekt 1.

104b aan zijnen nabuur voort. aan zijnen nabuur voort."

104b eindlijk troosten" eindlijk troosten."

113b Gods goedheid en genade, Gods goedheid en genade.

n 230 in _moten_ deedle in _moten_ deelde

De complete werken van Joost van Vondel. Op de Aankomste van de Koninginne van 't Zuiden te Hierusalem, [etc.] · 第 5 / 5 段