HOOFDSTUK XX: AEGIR.

De god van de zee.

Behalve Niörd en Mimir, die beiden oceaangoden waren, terwijl de

een de zee voorstelde bij de kust en de ander den oorspronkelijken

oceaan, waaruit, zooals men meende, alle dingen waren voortgekomen,

erkenden de noordelijke volken een ander zeebeheerscher, Aegir of Hler

geheeten, die òf in de koele diepten van zijn vloeibaar gebied woonde

òf verblijf hield op het eiland Lessoe, in het Kattegat, of Hlessey.

Beneden het golvengeruisch

Met lichtende glorie,

In blanke victorie

Was zeegods hooge huis.

Meer blinkend dan baren en schuimen

Blonk steeds door spelonkige ruimen

Het lichtende zand van zijn vloer,

Als meervlak waar windje langs voer.

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen · 第 29 / 46 题